Ervaringen

"Je hebt je familie en vrienden keihard nodig"

Toen Marjolein van der Sluijs hoorde dat ze borstkanker had, stond haar wereld echt even stil. Marjolein: "Ik dacht: Het is niet meer vanzelfsprekend dat ik 80 word, ik kan door kanker dood gaan.” Mijn volgende onderzoek was een scan om te kijken of de kanker alleen in mijn borst zat of ook op andere plekken. Het moment dat ik de uitslag kreeg, zal ik nooit vergeten. De arts vertelde mij dat de borstkanker goed te behandelen was en dat ik zou genezen. Ik begon met chemokuren en mijn prognose bleef goed, omdat mijn lijf goed op de medicijnen reageerde. Ik zei tegen mezelf: “Je kan dit overleven en over 20 jaar is dit een periode waar je op terug kunt kijken.”

Positief blijven
Ik heb niet ervaren dat ik tegen de kanker moest vechten. Je hebt geen invloed op wat de medicijnen doen met de tumoren. De chemo loopt via een infuus je lijf in en de artsen en verpleegkundigen doen hun werk. Ik hoefde alleen maar 4 uur in de stoel te zitten. Wel vind ik dat een positieve instelling hét grote verschil maakt. Ik ben negen maanden lang, elke drie weken in het ziekenhuis geweest voor de behandelingen. Ik wilde per sé niet dat het een zwart jaar zou worden. En dat was het ook niet, dankzij die positieve instelling.

Grote steun
Je hebt je familie en vrienden keihard nodig. Ik woon alleen en ik vond het fijn om iemand om mij heen te hebben. Daarom ben ik bij mijn moeder gaan wonen toen ik hoorde dat ik ziek was. Ze heeft me zo goed bijgestaan en was daarin ook heel praktisch, hoor. Zo van: “Vind je het fijn als ik je vraag hoe het gaat, of geef je het liever zelf aan als je niet lekker in je vel zit.” Ik ben er trots op hoe we dit samen hebben gedaan. Je zit tenslotte 24 uur per dag bij elkaar. Om die reden hebben we ook afgesproken dat mijn moeder niet mee ging naar mijn afspraken in het ziekenhuis.

Heel veel steun heb ik daarbij gehad van mijn zusje, die meeging naar elke doktersafspraak en elke chemobehandeling. Tegenwoordig zijn de medicijnen zo goed, dat je er eigenlijk niks van merkt. Ik was helemaal niet misselijk. Daardoor konden mijn zusje en ik ook regelmatig leuke dingen doen. We maakten ook grapjes. Kanker hebben is al heftig genoeg. Ik wilde er zelf alles aan doen om het een beetje luchtiger te maken.

Mindere momenten
Ook ik heb mijn mindere momenten gehad, hoor. Ik werd kaal van de chemobehandelingen en dat vond ik verschrikkelijk, want dan zag iedereen dat ik ziek was. Ik droeg weleens een pruik en veel vaker een mutsje. Op straat keken sommige mensen mij dan soms ernstig aan. Dat vond ik niet zo fijn. Ook heb ik meegemaakt dat wildvreemde mensen aan mij vroegen wat ik had en hoe het met mij ging. Ik vond dat bijzonder en geen probleem om er dan over te vertellen.

Gewoon weer normaal
Als je kanker hebt, is het zo belangrijk dat je kunt bouwen op de mensen in het ziekenhuis. Zij doen hun uiterste best voor je en hebben het beste met je voor. Zelf heb ik dat ook ervaren. Ik kon blind vertrouwen op mijn artsen en de verpleegkundigen in het Beatrixziekenhuis. Al hun behandeladviezen heb ik opgevolgd. Mocht de kanker terugkomen, die kans bestaat, dan zie ik dat daarom als domme pech. Ik heb nu alleen nog twee keer per jaar controleafspraken in het ziekenhuis. Het gaat heel goed met me. Ik ben sinds begin vorig jaar weer aan het werk als serviceplanner wat ik leuk vind, en geniet van mijn leven. Het is lekker dat het leven gewoon weer normaal is nu.’