Aandrangincontinentie

De behandeling

De behandeling bestaat meestal uit gespecialiseerde bekkenfysiotherapie (blaas- en bekkenbodemtraining) in combinatie met medicijnen. Deze medicijnen zorgen ervoor dat het aantal keren dat u moet plassen afneemt, dat het volume dat u per keer plast groter wordt en het urineverlies dat soms gepaard gaat bij deze klachten, afneemt. Als deze behandelingen onvoldoende helpen dan kunnen wij zenuwstimulatie (PTNS) toepassen of het inspuiten van Botox ® in de blaasspier. Een operatie is bij deze klachten zelden noodzakelijk.

Blaastraining en medicatie

De oorzaak van aandrangincontinentie kan liggen in slecht plasgedrag en verkeerd gebruik van de bekkenbodemspier. Om die reden kiezen wij vaak als eerste voor een behandeling met bekkenfysiotherapie (blaastraining) en eventueel een tijdelijke ondersteuning met medicatie.

De medicijnen kunnen ervoor zorgen dat de klachten minder worden. Deze medicijnen hebben 2 weken nodig om goed te werken, maar vaak heeft u er al eerder profijt van. De blaastraining is er om de controle over uw blaas en bekkenbodem weer terug te krijgen. De medicijnen kunnen helaas soms bijwerkingen (zoals bijvoorbeeld een droge mond en een moeizame stoelgang) geven. Dit is vooraf niet te voorspellen. De meeste patienten ervaren de bijwerkingen van de medicatie als mild en zijn blij met het effect dat het heeft op de blaas. Daarnaast worden veel bijwerkingen minder naarmate het medicijn langer wordt gebruikt.

Als bekkenfysiotherapie en medicatie niet voldoende helpen dan kunnen ook andere behandelingen ingezet worden, bijvoorbeeld PTNS of een behandeling met Botuline-Toxine.