Hormonale behandeling bij borstkanker

Hormonen zijn stoffen die in het lichaam worden gemaakt en belangrijk zijn voor de functie, groei en ontwikkeling van organen. Soms zijn borsttumoren gevoelig voor hormonen. Daarom wordt na de operatie de tumor uit de borst door de patholoog onderzocht op hormoongevoeligheid. Bij hormoongevoelige tumoren zorgen hormonen ervoor dat tumorcellen vaker delen en gaan groeien. Het doel van hormoontherapie is om de groei van tumorcellen te remmen door de invloed van hormonen op de tumorcellen te blokkeren. Hormonale therapie is eigenlijk anti-hormoon therapie. Als de tumor niet hormoongevoelig blijkt, is hormoontherapie niet zinvol

De behandeling

Hormoontherapie na de operatie wordt adjuvante hormoontherapie genoemd. Dit betekent dat de behandeling start na de operatie. U krijgt een afspraak bij de oncoloog om de soort hormoontherapie te bespreken en de oncoloog schrijft vervolgens de medicatie voor. Een hormonale behandeling duurt over het algemeen vijf jaar en wordt meestal gegeven nadat operatie, chemotherapie en bestraling zijn afgerond. De oncologieverpleegkundige geeft u aanvullende informatie over de werking, bijwerkingen van het gekozen middel en de controles die nodig zijn.

De keuze voor de soort hormoontherapie hangt af van de tumorkenmerken, de leeftijd en of u voor of na de overgang bent. De internist-oncoloog bespreekt met u voor welke soort(en) hormoontherapie u in aanmerking komt. Er zijn twee hoofdgroepen hormonale medicijnen:

  1. Behandeling gericht op het verminderen van de productie van het hormoon oestrogeen
  2. Behandeling gericht op het tegengaan van de werking van het hormoon oestrogeen.

Mogelijke complicaties/risico's

De bijwerkingen van hormoontherapie verschillen per medicijn en per persoon. Soms zijn de bijwerkingen van voorbijgaande aard. Als de bijwerkingen blijven en hinderlijk zijn, overleg dan met uw internist-oncoloog.

Bijwerkingen kunnen zijn:

  • vervroegde overgang;
  • onvruchtbaarheid;
  • vaginaal bloedverlies;
  • botontkalking;
  • verlies of toename van eetlust en gewicht;
  • spier-, bot- of gewrichtspijnen;
  • stemmingswisselingen, neerslachtigheid, depressie, zenuwachtigheid, geïrriteerdheid;
  • slaperigheid of juist slapeloosheid, hoofdpijn;
  • opvliegers.

Bijwerkingen van anti-hormonale therapie zijn afhankelijk van het soort tabletten. Ook is de levensfase waarin u zich bevindt mogelijk van invloed op de bijwerkingen. Anti-hormonale therapie kan ervoor zorgen dat u versneld in de overgang komt. Dit kan gepaard gaan met opvliegers, neiging tot gewichtstoename, gewrichtsklachten, verminderd libido, droge slijmvliezen van de schede en soms stemmingswisselingen. Op langere termijn kan er botontkalking optreden en kunnen er veranderingen in de vetstofwisseling ontstaan. Hoewel dit onprettige bijkomstigheden zijn, zijn het wel verschijnselen die bij een ‘natuurlijke’ overgang horen. Bent u al in de overgang of daarna? Ook dan kan de anti-hormonale therapie bijwerkingen geven. Over het algemeen zijn deze mild, verdwijnen of worden minder overheersend na enige tijd. Niet alle beschreven bijwerkingen komen per definitie altijd en bij iedereen voor.

Leefregels na de behandeling

Voorkomen van botontkalking

U kunt de kans op botontkalking verminderen door voldoende te bewegen (vijf keer per week een half uur wandelen of fietsen), gezonde voeding te gebruiken en voldoende drinken.

Bij gewichtstoename

Tijdens een behandeling met hormoontabletten bij borstkanker kan het zijn dat uw gewicht met enkele kilo’s toeneemt. De oorzaak hiervan is niet precies bekend. Gewichtstoename tijdens de hormonale therapie kan ook worden veroorzaakt doordat u wat meer vocht vasthoudt en sommige hormoontabletten kunnen de eetlust verhogen. Het advies is om voldoende te drinken en te bewegen. Daarnaast kunt u het beste weinig vet en suiker gebruiken. De diëtist kan verder informeren over gezonde voeding.

Bij bot- spier- en gewrichtsklachten

Vrouwen die behandeld worden met een aromataseremmer zoals arimidex, anastrazol of letrozol hebben soms last van (ernstige) bot- en gewrichtsklachten. Oestrogenen hebben invloed op de aanmaak van gewrichtsvloeistof. Deze aanmaak is tijdens de overgang verminderd. Hierdoor kunnen bewegingen stroever en pijnlijk zijn. Met name bij het opstaan voelen de gewrichten pijnlijk en stijf aan. Wanneer u weer gaat bewegen, nemen de klachten vrij snel af. Bespreek uw klachten met de oncoloog of oncologieverpleegkundige.

Een aantal tips:

  • neem een warme douche;
  • blijf bewegen;
  • houdt uw gewicht stabiel, zodat gewrichten niet overbelast raken;
  • neem zo nodig paracetamol.

Bij opvliegers

Opvliegers zijn de meest voorkomende overgangsklacht. Opvliegers worden veroorzaakt doordat bepaalde gebieden in de hersenen, verantwoordelijk voor de temperatuur- regeling, verstoord worden door het stopzetten van de oestrogeenproductie. Te pas en te onpas ontstaat er van het ene op het andere moment een warmtegolf die vanuit de borst, rug en armen naar het hoofd stijgt. Dit gaat vaak samen met een rood gezicht en hevig zweten.

Ongeacht de temperatuur komen opvliegers zowel overdag als ‘s nachts, binnenshuis en buitenshuis voor. Ook ‘s avonds en ‘s nachts kunnen deze opvliegers zich voordoen. Uw nachtrust kan daardoor verstoord raken, waardoor u overdag vermoeid en prikkelbaar kunt zijn. Stress kan zorgen voor meer en hevigere opvliegers.

Hieronder volgen een aantal tips:

  • zorg voor ontspanning en afleiding;
  • draag kleding in laagjes;
  • test of koffie, thee, chocolade, wijn en roken de klachten verergeren;
  • zorg voor voldoende beweging.

Voeding, kruidenmiddelen en homeopathische middelen tegen opvliegers kunnen oestrogeenachtige effecten hebben. Deze kunnen dus uw behandeling tegen borstkanker tegenwerken. Bespreek altijd met uw arts of deze middelen kunt gaan gebruiken.

Bij stemmingswisselingen

Door de verandering in de hormoonhuishouding kunt u gevoeliger zijn voor stemmingswisselingen Vrouwen geven aan vaker prikkelbaarder te zijn, gemakkelijker geïrriteerd te raken, sneller uit hun evenwicht te raken, soms zo dat ze zichzelf niet herkennen. Depressieve gevoelens kunnen ontstaan als direct gevolg van de overgang, maar ook doordat u geconfronteerd wordt met het hele ziekte- en behandelproces.  Het is belangrijk dat u praat over uw stemmingen met uw naasten, uw specialist of oncologieverpleegkundige. Zij kunnen de medicatie aanpassen of u verwijzen naar een psycholoog.