Palliatieve sedatie

Bij mensen in de laatste levensfase zijn klachten zoals pijn, angst, benauwdheid, onrust en misselijkheid soms niet meer adequaat te behandelen met de hiervoor gebruikelijke medicatie. Wanneer de klachten ook niet meer op een andere manier verminderd kunnen worden en de levensverwachting  korter is dan één tot twee weken, dan kan palliatieve sedatie worden toegepast. Het besluit om sedatie toe te passen is een medische beslissing die gebonden is aan richtlijnen en zorgvuldigheidseisen. De arts bepaalt of sedatie toegepast kan worden en wanneer deze kan starten. De arts kan zo nodig hierbij het consultatief palliatief team om advies vragen.

De behandeling

Bij palliatieve sedatie wordt het bewustzijn verlaagd door medicatie, waardoor het lijden wordt verlicht. Het effect kan zijn dat de patiënt vrijwel doorlopend slaapt. Palliatieve sedatie is niet bedoeld om het leven van de patiënt te beëindigen of te verkorten, maar om rust rond het sterfbed te creëren. Palliatieve sedatie is alleen gericht op het verlichten van lijden in de laatste week tot twee weken van het leven. Het kan blijvend (tot aan de dood) of tijdelijk (bijvoorbeeld alleen 's nachts of tijdelijk bij ernstige benauwdheid) worden toegepast. De medicatie wordt dusdanig gedoseerd dat de klachten dragelijk zijn. Constant slapen is geen doel van de sedatie.

Voor de behandeling

Allereerst dient de arts de oorzaken van de klachten te onderzoeken in samenspraak met de patiënt, naasten en de verpleegkundige/ verzorgende. Hierbij wordt besproken of alle mogelijkheden zijn benut om de klachten te bestrijden en of de klachten mogelijk anders bestreden kunnen worden. Vervolgens is het de vraag hoe rust en waardigheid gecreëerd kan worden rond het ziekbed van de patiënt. Een mogelijkheid is om het bewustzijn zodanig te verlagen dat de patiënt zijn klachten niet bewust ervaart of als dragelijk ervaart. Patiënt in de laatste fase van zijn leven. Hij eet en drinkt vaak nog maar heel weinig of helemaal niet meer. Het is dan niet zinvol en ongewenst om kunstmatig vocht toe te dienen. Het lichaam vraagt er niet om.

Voorbereiding
Voor palliatieve sedatie zijn medicijnen nodig. De arts zoekt voor de patiënt naar de juiste dosering van de medicatie. Na een overleg tussen de arts, de patiënt,  naasten en de verpleegkundige/verzorgende wordt een moment afgesproken waarop de sedatie start. De patiënt zal dit moment veelal zelf aangeven. Als met de sedatie wordt gestart, is het mogelijk dat de patiënt in slaap valt. Zorg er daarom voor dat de patiënt alles heeft gezegd wat hij/zij wilde zeggen en afscheid heeft genomen. Denk hierbij ook aan geestelijke verzorging zoals een dominee of pastor. Dit alles moet dus vóór het sederen gebeuren.
Soms kunnen de klachten ineens snel verergeren en ontstaat er een noodsituatie, waarbij de arts in het belang van de patiënt snel moet handelen. Het is goed ook deze situatie van tevoren met de arts te bespreken.

Tijdens de behandeling

Het in slaap brengen gebeurt door middel van een slaapmiddel (Midazolam), veelal in combinatie met een pijnstillend middel (Morfine) omdat pijn vrijwel altijd een rol speelt.

De verpleegkundige/verzorgende plaatst een infuusnaaldje, meestal onder de huid. Op het naaldje wordt een pompje aangesloten met daarin de medicatie. Eventueel kan besloten worden de pomp zo in te stellen dat het mogelijk is om een extra 'dosis' te geven. Dit kan door de naasten of door de verpleegkundige/verzorgende worden gedaan. De verpleegkundige/verzorgende zal de patiënt en naasten laten zien hoe dit werkt. Wanneer het naaldje met de pomp en medicatie zijn geplaatst, wordt de patiënt na verloop van tijd slaperig en zal uiteindelijk gaan slapen. Het is de bedoeling dat klachten afnemen.

Soms valt de patiënt echter niet direct of volledig in slaap. Dit is normaal want niet iedereen reageert hetzelfde op slaapmedicatie. Mogelijk wordt de patiënt na een tijd weer wakker. Als dit voor de patiënt niet comfortabel is dan kan de medicatie worden aangepast. Een rustige omgeving is hierbij belangrijk.

Contact

Indien familie of naasten veranderingen zien in de conditie van de patiënt, indien er vragen zijn of twijfels, dan kunnen zij 24 uur per dag contact opnemen met de verpleegkundige. Via de Rivas Zorglijn kan de verpleegkundige gebeld worden via 0900 84 40. Natuurlijk kan er ook contact worden opgenomen worden met de huisarts of met de Centrale Huisartsen Post.

Meer informatie

Wanneer de patiënt in slaap wordt gebracht kunnen een aantal veranderingen optreden in de situatie. De veranderingen worden veroorzaakt door de medicatie en de algehele situatie van de patiënt.

Veranderingen kunnen zijn:
• De patiënt gaat transpireren. Dit kan veroorzaakt worden door de medicatie. De patiënt kan geholpen worden door hem/haar regelmatig op te frissen. De patiënt zal niet meer geheel gewassen worden. 
• Slapen met de mond open. Dit vraagt een goede mondverzorging. De lippen worden vet gehouden door middel van vaseline. Voor de mondverzorging kan gekozen worden voor een speciale gel voor de mond.  bijv. Bioxtra.
• De ademhaling verandert. Vaak gaat de patiënt dieper ademen of de ademhaling wordt onregelmatig. Soms treden er lange pauzes tussen de inademingen op. Oorzaak hiervan is de medicatie en de rust die is opgetreden door de medicatie. Het is ook een onderdeel van het stervensproces. Naast de onregelmatige ademhaling kan de ademhaling ook reutelend worden. Dat is een vervelend gehoor, maar het heeft niets met stikken of benauwdheid te maken. Soms helpt het om de patiënt in een andere houding te leggen, bijvoorbeeld op de zij.
• De patiënt slaapt en kan dus niet aangeven dat hij/zij moet plassen. Om onrust en onnodige verzorging te voorkomen kan na het starten van de sedatie een blaaskatheter worden ingebracht. Dit gebeurt in overleg met de arts, patiënt en naasten.
• Tijdens een periode van diepe slaap kan het voor komen dat de patiënt wakker lijkt te worden. Een beweging of trekking in het gezicht wil echter niet altijd zeggen dat de patiënt weer wakker wordt of pijn ervaart. Wanneer het bewustzijn van de patiënt sterk verlaagd is, lijdt hij/zij naar de huidige inzichten niet meer, ook al zijn er nog bewegingen. Als blijkt dat de patiënt onvoldoende effect heeft op de medicatie, kan in overleg met de arts de medicatie worden aangepast.
• Tijdens verzorgende handelingen, zoals het opfrissen, kan de patiënt reageren door de ogen te openen of te kreunen. Vaak heeft de patiënt echter geen last van de verzorging. Als dit wel zo lijkt te zijn, dan moet dit besproken worden met de verpleegkundige/verzorgende Eventueel kan de medicatie in overleg met de arts worden aangepast.
• Uiteindelijk zal de patiënt in de slaap overlijden. Vragen hierover kunnen besproken worden met de verpleegkundige/verzorgende of arts. Zij kunnen ook vertellen wat er in deze situatie gedaan moet worden.