Radiotherapie (bestraling)

De behandeling

Als u een borstsparende operatie hebt ondergaan, wordt daarna altijd radiotherapie gegeven om eventueel achtergebleven tumorcellen in het operatiegebied te vernietigen. Een andere reden om radiotherapie te adviseren, is de grootte en plaats van de tumor en/of als er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren. Radiotherapie betekent behandeling met behulp van straling. Tijdens de bestraling wordt een stralenbundel precies gericht op het gedeelte van de borst of lymfeklieren waarin de kwaadaardige tumor voor de operatie zat. Kankercellen zijn vaak gevoelig voor stralen.

Bestralingscentrum

In Nederland zijn alle bestralingscentra van goede kwaliteit. Nadat u een keuze hebt gemaakt waar u bestraald wilt worden, maken wij de verwijzing. Na ongeveer 2-3 weken neemt het secretariaat van de bestralingsarts contact met u op voor het plannen een intakegesprek. Als u geen uitnodiging krijgt, vragen wij u om met ons contact op te nemen.

Het vervoer naar het bestralingscentra wordt meestal vergoed. U kunt met uw verzekeraar contact opnemen voor een taxivergoeding. De machtiging hiervoor wordt in het bestralingscentrum voor u ingevuld.

Tijdens de behandeling

Radiotherapie is een individuele behandeling. Relevante gegevens uit ons ziekenhuis worden samen met de verwijzing naar de bestralingsarts of radiotherapeut gestuurd. Op grond van die gegevens kan de basis voor het bestralingsplan worden gelegd. Aanvullend wordt lichamelijk onderzoek verricht en een CT-scan gemaakt. Ook worden tatoeages op de huid geplaatst om exact de bestralingsregio vast te leggen. De radiotherapeut bepaalt op welke wijze de bestraling het best toegediend kan worden. Het gezonde weefsel krijgt daardoor zo min mogelijk straling, terwijl het tumorgebied wel de hoeveelheid straling krijgt die nodig is.

Tijdens en na de bestralingsreeks krijgt u een aantal afspraken bij uw radiotherapeut om het verloop en eventuele bijwerkingen van de behandeling te bespreken. De totale hoeveelheid straling en het aantal bestralingen hangt af van de aard en de plaats van de tumor. Het aantal bestralingen kan variëren van 15 tot 35 keer.

Na de behandeling

Nadat de behandeling is gestopt, gaat de werking van de radiotherapie nog enige tijd door. Het uiteindelijke resultaat wordt daardoor pas na een aantal weken tot maanden bereikt. Straling is niet waarneembaar en is te vergelijken met een lichtbron die aan of uit kan worden gezet. U bent na de bestraling niet radioactief.

Mogelijke complicaties/risico's

De belangrijkste bijwerkingen tijdens of de eerste drie weken na de bestraling zijn:

  • Vermoeidheid en meer behoefte aan slaap.
  • De huid van de borst kan rood worden of stuk gaan. Hiervoor mag u alleen de zalf gebruiken die u van de radiotherapeut krijgt.
  • Het litteken kan wat stugger gaan aanvoelen.
  • De vorm van de borst kan van vorm veranderen.
  • Kortademigheid en longklachten.
  • Lymfoedeem.
  • Slikklachten.
  • Drukkende of stekende pijn.

Bijwerkingen op de lange termijn

Bijwerkingen van de radiotherapie op de lange termijn kunnen zijn:

  • Een gevoelige huid.
  • Bruine verkleuring en korstjes op de tepel.
  • Stekende pijn in de bestraalde regio.
  • Bindweefselvorming of littekenvorming.
  • Pijnlijke ribben.
  • Schade aan de bloedvaatjes in de huid, waardoor deze zichtbaar blijven.
  • Verandering van de vorm van de behandelde borst.

Leefregels na de behandeling

Er zijn een aantal zaken die u zelf kunt doen tijdens en na de radiotherapie:

  1. Niet roken! De bestraling blijkt minder effectief als u tijdens een bestralingsreeks blijft roken én het vergroot de kans op longkanker. Het is dus verstandig om onmiddellijk te stoppen na de diagnose borstkanker. U kunt contact opnemen met uw huisarts of de stoppen met roken poli van ons ziekenhuis.
  2. De bestraalde huid goed verzorgen. Het advies is: uitsluitend wassen met lauw water, droog deppen met een zachte handdoek, niet in aanraking brengen met lotions of andere geparfumeerde producten, geen schurende kleding dragen, niet blootstellen aan felle zon of extreme kou, geen pleisters op de bestraalde huid plakken, niet krabben bij jeuk, geen zeep of een milde zeep gebruiken op de bestraalde huid bij het douchen.
  3. Het is de bedoeling de bestraalde huid droog en stevig te houden. Mocht ze toch open gaan en vochtig worden, dan kan de radiotherapeut u een zalf of crème voorschrijven.
  4. Als u tijdens de behandeling en de eerste weken na de bestraling in de zon gaat zitten, dient u het bestraalde gebied zo veel mogelijk te beschermen met kleding. Na de  behandeling, als de huid zich hersteld heeft, raden wij u aan het bestraalde gebied altijd in te smeren met een zonnebrandmiddel/crème met hoge beschermingsfactor (factor 30 of meer).

Contact

Bij vragen kunt u contact opnemen met de mammacareverpleegkundigen op telefoonnummer (0183) 64 48 18 of mammab1@rivas.nl.