CT-scan

Het onderzoek

Een CT-scan laat een dwarsdoorsnede van uw lichaam als een soort 'plakje' zien. De radioloog maakt een CT-scan met een Computer Tomograaf (afgekort CT). Een CT-scanner is een modern, gecomputeriseerd röntgenapparaat. Het apparaat maakt doorsnedefoto's. Het onderzoek met een computertomograaf is pijnloos.

Omdat de werkwijze van een CT-scan per lichaamsonderdeel kan verschillen, zijn er diverse patiëntenfolders over een CT-scan beschikbaar.

Voor het onderzoek

Meldt u zich op de afgesproken tijd aan de balie van de afdeling radiodiagnostiek. Hierna neemt u plaats in de wachtruimte tot een laborant u komt halen. Als u opgenomen bent in het ziekenhuis, wordt u op de afgesproken tijd met bed of rolstoel naar de afdeling radiodiagnostiek gebracht.

Door allerlei oorzaken zoals spoedgevallen loopt ons programma soms uit. Helaas moet u dan wat langer wachten. Wij bieden u daarvoor bij voorbaat onze excuses aan.

Belangrijk

  • Als u zwanger bent, of denkt te zijn, geef dat dan vóór het onderzoek door aan de röntgenlaborant.
  • Als u borstvoeding geeft en een contrastmiddel krijgt toegediend, is het aan te raden de borstvoeding gedurende 24 uur af te kolven en weg te gooien.
  • Vertelt u vóór het onderzoek op de afdeling radiodiagnostiek of u overgevoelig bent of bent geweest voor genees- of contrastmiddelen.
  • Het contrastmiddel dat u eventueel krijgt toegediend, heeft geen invloed op eventuele geneesmiddelen die u gebruikt. Uitzondering hierop is glucophage/metformine, een geneesmiddel bij diabetes mellitus. Dit middel mag u niet innemen vanaf 48 uur vóór het onderzoek tot 48 uur na het onderzoek. Overleg dit met uw arts.
  • Wij raden u aan op de dag van het onderzoek geen sieraden en haarspelden te dragen. U kunt ze dan na het onderzoek ook niet vergeten.
  • Uw bezittingen kunt u tijdens het onderzoek in een afsluitbare (kleed-) ruimte achterlaten.
  • Als u verhinderd bent, dient u ons dat zo spoedig mogelijk te laten weten.

Tijdens het onderzoek

Het onderzoek wordt gedaan op een onderzoekstafel. De röntgenlaborant schuift u zo ver als nodig is door de opening van het apparaat (een ring en dus geen afgesloten tunnel). Met behulp van röntgenstralen maakt het apparaat een opname van uw lichaam over een breedte van enkele millimeters. Voor de volgende opname wordt de onderzoektafel een klein stukje verplaatst. Dat gaat zo door totdat heel het te onderzoeken deel van uw lichaam aan de beurt geweest is. De opnamen worden vervolgens in de computer verwerkt tot een fotografische dwarsdoorsnede. Deze geeft de vorm, structuur en ligging van de inwendige organen en weefsels weer.

Soms is het nodig om het onderzoek uit te voeren met behulp van contrastvloeistof die via een ader in uw arm wordt toegediend. Dit kan een warm gevoel door heel uw lichaam geven. Dat gevoel verdwijnt snel. Als u na de contrasttoediening andere bijwerkingen merkt (bijvoorbeeld jeuk, galbulten, kortademigheid), meld dit dan meteen aan het personeel.

Gedurende het hele onderzoek kan een laborant u zien en horen. 

Tijdsduur

Een CT-scan duurt over het algemeen ongeveer 15 minuten.

Na het onderzoek

Na het CT-onderzoek kunt u uw dagelijkse bezigheden hervatten. Het contrastmiddel dat (eventueel) is toegediend, wordt door de nieren uitgescheiden. Om dit te bevorderen is het raadzaam om na het onderzoek extra te drinken (water, vruchtensap, thee).

Uitslag

De uitslag van het onderzoek krijgt u volgens afspraak van uw specialist. Als u bent opgenomen in het ziekenhuis dan krijgt u de uitslag zo snel mogelijk van uw specialist of afdelingsarts. Als uw huisarts het onderzoek heeft aangevraagd, heeft deze de uitslag na twee werkdagen.

Mogelijke complicaties/risico's

Eventuele bijwerkingen van contrastmiddelen

Wanneer een onderzoek met contrastmiddelen gedaan moet worden, is het belangrijk dat eerst wordt vastgesteld of u hier niet overgevoelig voor bent. Indien u allergisch bent, of astma of suikerziekte heeft, moet bekeken worden of onderzoek met contrastmiddelen wel geschikt is. Uw behandelend arts bespreekt dat vooraf met u.

Bij het gebruik van jodiumhoudende contrastmiddelen op waterbasis kan er wel sprake zijn van bijwerkingen, hoewel deze kans steeds kleiner wordt door toenemende ontwikkelingen op het gebied van contrastmiddelen. Deze bijwerkingen zijn van invloed op de huid en slijmvliezen, het respiratoire systeem, het cardiovasculaire systeem en het zenuwstelsel. De reacties die kunnen ontstaan, worden onderscheiden in niet-allergische (toxische) en allergische reacties.

• Tot de niet-allergische reacties behoren: misselijkheid, braken, hittesensatie (branderig gevoel) en het gevoel alsof men moet plassen. Het branderige gevoel dient daarbij te worden onderscheiden van de pijn die ontstaat wanneer het contrastmiddel buiten het bloedvat terechtkomt. Ook dit is geen allergische complicatie, maar kan wel matige tot ernstige pijn veroorzaken; meestal zonder ernstige gevolgen.

• Allergische reacties kunnen zijn: jeuk, galbulten (urticaria), niezen of een dikke keel (glottisoedeem). De ernstigste reactie is de anafylactische shock. Een reactie valt niet te voorspellen. Patiënten met een allergische voorgeschiedenis of constitutie hebben wel een iets verhoogd risico op allergische bijwerkingen. Reacties treden in de regel binnen één uur na de injectie op. De patiënt wordt daarom altijd goed geobserveerd, zodat indien nodig een eventuele reactie meteen kan worden behandeld.

Leefregels na het onderzoek

Na het CT-onderzoek kunt u uw dagelijkse bezigheden hervatten. Het contrastmiddel dat (eventueel) is toegediend, wordt door de nieren uitgescheiden. Om dit te bevorderen is het raadzaam om na het onderzoek extra te drinken (water, vruchtensap, thee).

Contact

We hopen u voldoende te hebben geïnformeerd. Als u na het lezen van deze tekst nog vragen hebt, kunt u bellen met de afdeling radiodiagnostiek. Zij zijn bereikbaar via (0183) 64 44 50.