Ervaringen

"Het laatste stukje moet goed zijn, dat is de lat die ik mezelf opleg"

Een aai over de bol. Een knuffel. Een glimlach geven én een glimlach terugkrijgen, volgens Jolinde Den Dekker, zorgregisseur in Het Gasthuis in Gorinchem, is dat slechts een klein voorbeeld van Planetree - menswaardige zorg. In deze pandemie staat deze menswaardige zorg onder extreme druk. Jolinde vertelt hoe zij onder alle omstandigheden, samen met haar team onverminderd de aandacht houdt op de menswaardigheid van onze bewoners.

Menswaardige zorg is logisch
De Planetree-gedachte is de basis van al ons handelen en denken. Jolinde vertelt wat Planetree voor haar betekent: ‘We noemen het menswaardige zorg. En ik vind dat zo logisch. Hier in Het Gasthuis is mijn doel om de mensen die ik verzorg elke dag een glimlach te geven, of elke dag een glimlach terug te krijgen, even die aai over de bol, of die knuffel. Ondanks de dementie, ondanks het beschadigd brein toch nog mens kunnen zijn. Hier bouw je echt een band op met bewoners en familieleden. En dat vind ik heel fijn.’

Een klein huishouden
‘Familieleden komen hier om hun geliefde te brengen en voelen zich vaak schuldig als ze de zorg zelf niet meer kunnen geven. Wij hebben onze ervaring, maar zij kennen hun familielid het beste. En dat moet je samenvoegen om de beste zorg te geven. Je bespreekt een stukje levensloop met familie en je gaat op zoek naar gewoontes. Zo kunnen wij daarop inspelen.’

‘We draaien eigenlijk een klein huishouden. We voelen elke dag aan wat iemand nodig heeft. Vindt iemand het prettig om een spelletje te doen of te douchen? Wat heeft iemand nodig op een dag? Je moet je bewoners aanvoelen. Als je jouw bewoners leert kennen, dan weet je wat ze nodig hebben.’

Toen kwam corona
Het raakt Jolinde als ze terugdenkt aan de eerste periode van de coronacrisis: ‘En toen veranderde alles. Je wilt mensen gelukkig maken, zorgen dat ze het fijn hebben en dat kan niet meer. Ze lijden onder het gemis van hun naasten en voelen de onzekerheden.’

‘Bewoners met dementie vinden het moeilijk te begrijpen. Dan zeiden ze: “Als kind heb ik de oorlog overleefd, en nu overleef ik dit misschien niet. En dan moet ik dit zonder mijn kinderen doen. Het was ook heel eng voor familie. Ze hadden veel vragen. Hoe veilig is het? Wat als mijn vader of moeder ziek wordt? Kan ik nog wel afscheid nemen? Werken ze wel met beschermingsmiddelen? Hoe lang gaat het duren?’

Het beste ervan maken
‘Alles wat er nu speelt is het tegenovergestelde waar je als zorgverlener voor staat. Wat je doet is kleinschalig overal het beste ervan maken. We hebben dagen gehad dat we met pijn in onze kaken naar huis gingen van het lachen, omdat we het zo leuk hebben gehad met bewoners. Maar we hebben ook verdriet gehad, dat mag er zijn. We hebben heel wat afgehuild in de huiskamer.’

‘Juist de eerste twee weken merkte ik dat familie het héél moeilijk had. Daarom hebben wij veel met foto’s gedaan. Ik heb elke dag foto’s gestuurd en dat gaf vertrouwen bij familie. Dat het goed ging, dat we het onder controle hadden, dat we leuke dingen deden. Bewoners zaten lachend in het zwembad.’

Een advocaatje bij een negatieve uitslag
De angst en het afwachten vond ik in het begin heel moeilijk. Maar wanneer komt het dan wel bij ons? Je bent er dag en nacht mee bezig. In het begin zit je elke avond op je telefoon. “Oh, laat de uitslag negatief zijn!” Komt de uitslag binnen, gelukkig! Dan kan je weer een nacht rustig slapen. We belden familie. We maakten er een feestje van, met een fles wijn, een advocaatje, even weer positief.’

De impact van eenzaamheid
‘Ik sta er helemaal achter dat in de beginperiode de verpleeghuizen gesloten zijn voor bezoek en mensen van buitenaf. Ook voor onze veiligheid. Maar het duurt nu wel erg lang. Ik zou zo graag willen laten zien wat écht lijden is. De eenzaamheid is onmenselijk. Dat intense gemis is zo groot. Dat is veel erger dan corona. Als ze corona krijgen hier, dan hebben we middelen om ze pijnvrij te houden. Ik vind kwaliteit van het leven véél belangrijker dan de lengte. Mensen hebben een heel voltooid leven achter de rug als ze hier komen. Het allerlaatste stukje moet goed zijn. Dat is de lat die ik mezelf opleg. Dat moet zo goed mogelijk zijn.’

Tranen van geluk en verdriet
Bewoners waren volgens Jolinde in extase toen zij vertelde dat er weer bezoek mocht komen. Jolinde beschrijft hun reactie: ‘Óh, zo gelukkig! Er waren veel tranen, dat kwam er ook ineens uit. Ik had een bewoner die vertelde: Jullie wisten het niet, maar ik heb familie zo gemist! En toen rende ze naar haar kamer. Ik dacht: “Oh mijn hart, dat is verschrikkelijk!” De tranen sprongen in mijn ogen.’

Knokken voor bewoners
Jolinde schuwt er niet voor om te knokken voor het menselijk belang van bewoners. Ze vertelt: ‘Ik heb een bewoner op de afdeling waarvan familie hun vader naar huis wilde halen totdat corona voorbij is. Ik werkte al een jaar samen met de familie. Ik wist dat ze goed voor hem zouden zorgen. Daar was ik heilig van overtuigd. Ik sprak onze directeur en ik vertelde hem over de menselijke kant, waarom het zo belangrijk is voor die man en zijn familie dat hij naar huis kan gaan. Hij bedankte mij voor het menselijke inzicht. De volgende dag was het erdoor. Hij mocht naar huis. Dat vind ik echt heel gaaf.’