Ervaringen

"Ik heb mijn stem weer terug"

De taalstoornis afasie is een vorm van niet aangeboren hersenletsel. In deze Nationale Week van de Afasie vragen we er aandacht voor. We delen het indrukwekkende verhaal van Arlette Braad (43), die eerst cliënt was en nu vrijwilliger is in het Rivas Afasiecentrum Leerdam. ‘Ik heb het gevecht van mijn leven geleverd.’

‘De dag 21 november 2018 zal ik nooit vergeten. Ik stond volop in het leven, genoot van mijn kinderen van toen 7 en 2 jaar en werkte met plezier als kraamverzorgende. Stilzitten kon ik nooit en stil zijn ook niet. Ik praatte bij wijze van spreken anderhalf uur in drie kwartier. Die ene dag veranderde alles door een herseninfarct. Ik overleefde het, maar kon niet meer praten en alleen nog maar ja en nee zeggen. Ik had intensieve revalidatie nodig en was vastberaden om er weer bovenop te komen.

Begeleiding kreeg ik van het maatschappelijk werk, de ergotherapeut, psycholoog en logopedist. En dat tien maanden lang twee tot drie keer per week. Daar heb ik echt álles voor gegeven. Geen sessie heb ik overgeslagen. Werken aan mijn herstel werd mijn veilige haven. Het is het zwaarste gevecht van mijn leven geweest.

Door het herseninfarct is de aansturing van het taalcentrum in mijn hersenen onherstelbaar aangetast. Ik kon geen woorden meer bedenken en uitspreken. Met name logopedist Christa Meijerink ben ik zó dankbaar. Het belangrijkste is dat ik mezelf kon zijn op goede, vrolijke en op zware, inktzwarte dagen. Dankzij haar heb ik mijn stem terug! Christa heeft taalonderzoeken gedaan. Ook deed ik veel taaloefeningen samen met Christa en alleen thuis. Gedurende vele maanden weer alledaagse taal aangeleerd. Zoals tot 10 leren tellen, de dagen van de week leren, enzovoorts. Nu kan ik zelfs mijn verhaal vertellen in een interview.

Altijd zegt Christa dat ik het allemaal zelf gedaan heb. Maar dat is niet zo, hoor. Ik heb onwijs veel steun gehad aan de mensen om mij heen en het revalidatieteam. Wat ook hielp, is dat ik mij nooit heb geschaamd. Als ik gesprekken voerde, maakte ik altijd duidelijk waardoor ik zo anders sprak. Ik vroeg mensen om geduld. Tuurlijk was het moeilijk en ging het weleens fout. Maar opgeven kon ik niet.

Ik ben afgekeurd en kan niet meer als kraamverzorgende werken. Dat is moeilijk. Maar ik kan wel weer voor mijn kinderen zorgen, autorijden, volop leven én praten. Wat me zo dankbaar maakt, is dat ik als vrijwilliger nu iedere woensdag er kan zijn voor de cliënten van het Rivas Afasiecentrum Leerdam. Zij begrijpen mij en ik begrijp hen. We maken taalfouten met elkaar, lachen erom en hebben steun aan elkaar. Het is zo bijzonder dat ik weer iets voor andere mensen mag betekenen. Het maakt mij heel erg gelukkig!’