Dumpingsyndroom

Om de klachten en ook het dieetadvies bij het dumpingsyndroom goed te kunnen begrijpen, is het belangrijk om te weten wat er mis kan gaan na een maag- of buikoperatie:

  • Voeding komt in een te kleine maag of direct in de dunne darm terecht.
  • Er is geen verdunning van het voedsel met maagsap.
  • De maag kan niet meer malen, mixen en kneden, waardoor te grote voedselbrokken naar de dunne darm gaan.
  • De maagportier (spier tussen maag en twaalfvingerige darm) ontbreekt of werkt niet goed, waardoor het voedsel niet meer mooi gedoseerd en gelijkmatig aan de darmen kan worden afgegeven.

In feite worden er grote brokken sterk geconcentreerd voedsel in de dunne darm 'gedumpt'. Ook alles wat gedronken wordt spoelt direct vanuit de mond en de slokdarm naar de dunne darm. Hierdoor kan een opgezet gevoel, misselijkheid, braken, krampen en eventueel diarree ontstaan.

We onderscheiden twee soorten dumpingklachten:

  • Vroege dumpingklachten, die zich vrij snel (ongeveer een half uur) na de maaltijd openbaren.
  • Late dumpingklachten, die ongeveer 1½ tot 2 uur na de maaltijd optreden.

Wat zijn vroege dumpingklachten?

De sterk geconcentreerde vaste en vooral vloeibare voeding, die in grote hoeveelheden in de dunne darm wordt gedumpt, trekt in de darm veel vocht aan. Dit vocht komt niet uit de darm maar wordt aan het bloedvatstelsel onttrokken. Wel 3 tot 4 liter vocht wordt uit het bloedvatstelsel gehaald en voegt zich bij de voedselbrij in de dunne darm. Hierdoor ontstaat een nog voller gevoel, darmkrampen en diarree.
Omdat er minder vocht in het bloedvatstelsel zit, geeft dit een daling van de bloeddruk. Het hart probeert dan met weinig druk het bloed toch rond te pompen waardoor de pols sneller wordt en er hartkloppingen, duizeligheid, zwaktegevoel en sufheid kunnen optreden. Bij patiënten breekt het 'koude zweet' uit en men kan flauwvallen.
Uit ervaring is gebleken dat vooral melkproducten zoals vla en pap, maar ook soep, vroege dumpingklachten veroorzaken.
De klachten worden meestal na verloop van tijd, door aanpassing van het lichaam, minder hevig. 

Wat zijn late dumpingklachten?

Dumpingklachten die ongeveer 1½ tot 2 uur na de maaltijd optreden, worden veroorzaakt doordat het bloedsuikergehalte en de insulineproductie niet goed op elkaar afgestemd zijn. Omdat de voeding te snel de dunne darm passeert, kunnen bepaalde suikers versneld worden opgenomen. Een hoog bloedsuikergehalte vraagt om de productie van insuline. De insulineproductie loopt echter altijd iets achter in tijd. Het kan dus gebeuren dat er veel insuline geproduceerd is, terwijl de bloedsuikers al uit de bloedbaan verdwenen zijn. Deze situatie lijkt op een suikertekort bij patiënten met suikerziekte. Men is dan zweterig, onrustig, duizelig, trillerig, heeft 'geeuwhonger' en hartkloppingen. De 'geeuwhonger' brengt mensen ertoe om iets te gaan eten. Hierdoor zal het bloedsuikergehalte weer iets stijgen, waardoor de klachten verminderen.
Om die reden wordt bij late dumpingklachten geadviseerd om verspreid over de dag meerdere kleine maaltijden te gebruiken en de koolhydraten goed te verdelen over de maaltijden. Het bloedsuikergehalte en de hoeveelheid insuline zullen dan minder grote schommelingen vertonen gedurende de dag.

Voedingsadviezen bij dumpingklachten

Klachten als gevolg van het dumpingsyndroom kunnen meestal goed bestreden worden door middel van speciale dieetmaatregelen.

Algemene richtlijnen bij dumpingklachten:

  • Eet rustig en kauw goed.
  • Ga eventueel na de maaltijd liggen, ter vermindering van het effect van de zwaartekracht.
  • Gebruik 6 tot 8 kleine maaltijden per dag, zodat u voldoende voedingstoffen binnenkrijgt.
  • Gebruik de maaltijden droog, dat wil zeggen: drink een half uur voor en/of na de maaltijd. Eet en drink liever niet tegelijkertijd, want anders spoelt het voedsel te snel naar de dunne darm (drink eventueel een klein kopje). Gebruik soep bijvoorbeeld één uur voor de maaltijd. Gebruik niet te veel groentenat, sausjes en jus bij de warme maaltijd. Gebruik het nagerecht eventueel één uur na de warme maaltijd.
  • Probeer het gebruik van snel opneembare suikers zoveel mogelijk te beperken, zoals gewone kristalsuiker, snoep, cake, vruchtengebak, biscuit, frisdrank, limonade, vruchtensap, jam en zoet broodbeleg.
  • Vermijd het gebruik van snel verteerbare koolhydraten. Deze zitten in witbrood, beschuit, knäckebröd, crackers, witte rijst en pasta.
  • Vers fruit wordt meestal goed verdragen, maar gebruik het niet in te grote hoeveelheden. Per dag wordt aanbevolen om 2 stuks fruit te eten voor de benodigde hoeveelheid vitamines en mineralen.
  • Gebruik van grote hoeveelheden lactose kan de dumpingklachten verergeren of veroorzaken, doordat melk lactose (melksuiker) bevat, een snel opneembare suiker. Per dag wordt aanbevolen om 2 tot 3 glazen zuivel (300 tot 450 ml) te gebruiken voor de benodigde hoeveelheid vitamines en mineralen. Gebruikt u veel meer melkproducten, verminder dit dan eerst tot de aanbevolen hoeveelheden. Houden de klachten aan, probeer dan eens zure melkproducten, zoals karnemelk en yoghurt. Deze worden meestal beter verdragen, omdat ze minder lactose bevatten. Overleg met uw diëtist of een lactosebeperking voor u nuttig kan zijn.
  • Vezels in voedingsmiddelen moeten niet worden vermeden: zij zijn goede vochtbinders en voorkomen een te snelle maagpassage. Daarnaast binden voedingsvezels de snel opneembare suikers en de snel verteerbare koolhydraten, waardoor deze vertraagd door de dunne darm worden opgenomen.

Mocht suiker een groot probleem vormen, dan betekent dit het verlies van een belangrijke caloriebron. Extra calorieën kunnen dan genomen worden in de vorm van een voedingssuiker met geringe zoetkracht. Overleg met uw diëtist of dit voor u nodig is.

Heeft u nog vragen?

Heeft u nog vragen of is er iets niet duidelijk, dan kunt u contact op nemen met uw diëtist van Expertisecentrum Voeding en Leefstijl via het afsprakenbureau op 0183-644229.