Hypoglycaemie (hypo)

Algemene adviezen voor de voeding by Hypoglykemie

Hypoglykemie wordt ook wel “hypo” genoemd en is de medische term voor een te laag bloedsuikergehalte. Dit is een tijdelijk verschijnsel dat zelden voor komt bij gezonde mensen en zich vooral voordoet bij mensen met diabetes.
Hypoglykemie is te herkennen aan vermoeidheid, concentratiestoornissen, trillen, zweten, hoofdpijn, duizeligheid, honger en geeuwen. Deze symptomen kunnen ook door andere oorzaken optreden en hoeven dus niet meteen te betekenen dat er sprake is van hypoglykemie.

Het bloedsuikergehalte blijft bij gezonde mensen op het juiste niveau. Bij gezonde mensen zal onder normale omstandigheden de bloedsuikerspiegel variëren tussen de 4 mmol/l en 8 mmol/l. Het bloedsuikergehalte wordt op peil gehouden door de hormonen: insuline, glucagon, adrenaline en cortisol.
Insuline verlaagt het bloedsuikergehalte en glucagon, adrenaline en cortisol verhogen het bloedsuikergehalte. Deze hormonen zorgen ervoor dat het lichaam een teveel aan suiker opslaat als reservevoorraad in de spieren en lever.

Als het bloedsuikergehalte te laag dreigt te worden, spreekt het lichaam de reserve aan. Dit kan veroorzaakt worden doordat er te laat gegeten wordt, het overslaan van een maaltijd, er te weinig koolhydraten worden gegeten of gedronken, extra beweging, het gebruik van alcohol of het gebruik van een te hoge dosis bloedglucose-verlagende medicatie (bij mensen met diabetes).
Bij hypoglykemie werkt dit mechanisme niet goed. De klachten verdwijnen zodra het bloedsuikergehalte weer op peil is. Van koolhydraten in eten en drinken stijgt het bloedsuikergehalte.

De huisarts kan vaststellen of iemand een afwijkend bloedsuikergehalte heeft. Bij mensen zonder diabetes is de bloedsuikerwaarde bij hypoglykemie lager dan circa 2,5 tot 2,8 millimol per liter.
Is er geen sprake van diabetes, dan is mogelijk de reservevoorraad glucose verbruikt en wordt niet meer aangevuld, bijvoorbeeld door een koolhydraatvrije of -arme voeding, vasten of langdurige lichamelijke inspanning.

Andere oorzaken kunnen zijn: verstoringen in de spijsvertering, een leveraandoening, een storing in de hormoonproductie, een ingrijpende maagoperatie of een tumor in een orgaan dat hormonen produceert of beenmergziekten. Daarom is het belangrijk dat goed wordt uitgezocht waardoor de hypoglykemie wordt veroorzaakt.

Mensen die vaak last hebben van hypo’s wordt aangeraden te achterhalen waardoor de hypo is ontstaan. Dat kan helpen om het een andere keer te voorkomen. Mogelijk is het nodig wat extra koolhydraten te eten na het sporten, of na het drinken van alcohol.
Alcohol geeft enerzijds koolhydraten, anderzijds werkt het verlangend op de bloedsuikergehalte. Het verhogende koolhydraateffect treedt direct op en het verlagende alcoholeffect treedt vaak pas later op en kan nog lang aanhouden. Wees hiervan bewust; beperk de hoeveelheid alcoholconsumpties tot in ieder geval niet meer dan één glas per dag.

Wanneer hypo’s regelmatig voorkomen is het aan te raden dit met de huisarts, diabetesverpleegkundige of diëtist te bespreken.

Voedingsadvies

Bij een echte hypo gelden de volgende adviezen:

  • Neem direct iets met glucose. Neem 20 gram druivensuiker (dextrose; ‘Dextro energy’, 6-8 glucosetabletten) of een glas gewone frisdrank (geen light) of 40 ml limonadesiroop aangelengd met water. Zorg dat je altijd iets met glucose bij de hand hebt.
  • Neem iets met koolhydraten wanneer de volgende maaltijd op zijn vroegst over anderhalf uur is. Bijvoorbeeld een snee brood, een appel of een glas vruchtensap.
  • Controleer na 20 minuten met de glucosemeter of je bloedsuikergehalte voldoende gestegen is. Is het onder de 4,5 mmol/liter, neem dan nogmaals 20 gram glucose. Dit geldt alleen voor mensen met diabetes, omdat zij over een glucosemeter beschikken.

Eet gezond volgens de Schijf van Vijf

De voeding moet in de allereerste plaats gezond en evenwichtig zijn. Niet één voedingsmiddel bevat alle belangrijke voedingsstoffen die een mens dagelijks nodig heeft. Daarom is variatie in uw voeding belangrijk. Dat houdt uw lichaam in een goede conditie. Onderstaande groepen voedingsmiddelen zijn dagelijks nodig voor een gezonde voeding.

Groep 1
Brood en aardappelen of rijst, macaroni, peulvruchten. Deze producten zijn onmisbaar voor onder andere zetmeel, eiwit, voedingsvezel, vitamines en mineralen.

Groep 2
Groenten en fruit. Deze zijn onmisbaar voor vitamine C en voedingsvezel.

Groep 3
Melk, kaas of andere melkproducten, vlees, vleeswaren, kip, vis, ei of tahoe. Deze zijn onmisbaar voor eiwitten, vitamines, kalk en ijzer.   

Groep 4
Margarine, halvarine, olie. Deze zijn onmisbaar voor de gezonde vetten en vitamines.

Voldoende vocht is ook belangrijk. Drink minimaal 1½ liter per dag en wees matig met alcohol.

Verdeel de hoeveelheid koolhydraten over de dag

Het is aan te raden liever 6 kleine maaltijden verdeeld over de dag en avond te nemen dan 3 grote maaltijden.
U kunt bijvoorbeeld het ontbijt en de lunch allebei 'in tweeën knippen'. U neemt dan een deel van het brood tijdens het ontbijt of lunch. In de loop van de ochtend en in de loop van de middag kunt u dan ook nog een sneetje brood (of iets anders) nemen.
Zo zorg je voor een gelijkmatige verdeling van koolhydraten, waardoor minder snel een laag bloedsuikergehalte zal ontstaan.

Neem voldoende voedingsvezels

Voedingsmiddelen die rijk zijn aan voedingsvezels:

  • Bruinbrood, volkorenbrood, roggebrood, volkorenbeschuit, vezelrijk knäckebröd, volkorenbiscuits,
  • Voedingsbiscuits zoals EverGreen en FruitKick;
  • Graanproducten zoals havermout, muesli en tarwevlokken;
  • Alle soorten groente;
  • Alle soorten vers fruit;
  • Aardappelen, zilvervliesrijst en volkorenpasta;
  • Peulvruchten zoals bruine en witte bonen, kapucijners, linzen;
  • Noten, pinda's en zaden.

Gebruik weinig suiker

Producten waaraan suiker is toegevoegd kunnen grote schommelingen in de bloedglucose veroorzaken. Op het etiket wordt suiker ook wel aangeduid als sacharose, rietsuiker of bietsuiker
Suiker behoort tot de koolhydraten. De chemische naam voor suiker is sacharose. Suiker uit de suikerpot bestaat voor 100% uit sacharose. Ook basterdsuiker, rietsuiker, honing, en stroop bestaan voor het grootste deel uit suiker. Verder wordt suiker in veel levensmiddelen verwerkt. In het onderstaande schema ziet u de verschillende soorten namen van suikers.

Producten met veel suiker:

  • Snoep: o.a. zuurtjes, toffees, pepermunt;
  • Chocolade;
  • Koekjes, biscuits, gebak, cake;
  • Frisdranken, limonade, limonadesiroop;
  • Zoet broodbeleg: zoals jam, hagelslag, chocoladepasta, appelstroop, perenstroop;
  • Vruchten op siroop;
  • IJs;
  • Kant-en-klare vruchtenyoghurt, vla en pudding;
  • Kant-en-klare chocolademelk en yoghurtdrank.

Beter kunt u gebruik maken van:

  • Alle soorten vers fruit;
  • Groente- en tomatensap;
  • Water, mineraalwater en bronwater, light frisdrank;
  • Rauwe groente zoals radijsjes, een stuk komkommer, een zure bom, een worteltje, een stengel bleekselderij;
  • Water, mineraal- en bronwater, light frisdrank;
  • Een glas melk of karnemelk;
  • Ongezoete yoghurt of kwark met vers fruit of muesli;
  • Alle soorten groente, vers, diepvries of uit blik;
  • Een sneetje volkorenbrood, knäckebröd of roggebrood met beleg;
  • Suikervrije drop, suikervrije kauwgum, suikervrij snoep;
  • Noten.

Gun uzelf voldoende tijd en rust om te eten.

Heeft u nog vragen?

Heeft u nog vragen of is er iets niet duidelijk, dan kunt u contact opnemen met uw diëtist van Expertisecentrum Voeding en Leefstijl via het afsprakenbureau op 0183-644229.