18 februari 2020

Specialist ouderengeneeskunde Marian Keizer met pensioen: 'Ik word nu zelf geschiedenis'

Na 30 jaar bij Rivas Zorggroep gewerkt te hebben, is het tijd voor specialist ouderengeneeskunde Marian Keizer om met pensioen te gaan. ‘In mijn vak praat ik vaak met en over geschiedenis. Nu word ik zelf geschiedenis.’

Voordat Marian echt geschiedenis bij Rivas is, zijn we benieuwd naar haar visie op ouderenzorg.

Hoe is ouderenzorg door de jaren veranderd?  
‘Toen ik net begon met het werken in de zorg lagen mensen met zijn zessen op één kamer. De enige privacy die je had, was een gordijn. Het was ook normaal dat mensen vastgebonden werden. De inspectie vond dit ook totaal geen probleem. De medicatie voor psychische klachten die we toen gaven, was ook veel hoger. Wij vonden ook wel dat medicatie hoog lag. Wij waren wel bezig om die medicatie te verminderen. Het werd als normaal gezien. Het was de verpleeghuiskunde van toen.
De tijden zijn enorm veranderd. Er is nu veel meer aandacht voor de gewoonten, normen en waarden van de bewoner. Bewoners wonen nu samen in veel kleinere groepen. We geven voor gedragsproblemen vrijwel geen medicatie meer. We zijn er achter gekomen dat dit niet werkt. We kijken veel meer hoe we de gedragsproblemen kunnen reguleren zonder medicatie.’

Hoe ziet ouderenzorg er in de toekomst uit?
‘De bevolking vergrijst. Dat weten we allemaal. Om de zorg betaalbaar te houden, zijn meer mantelzorgers hard nodig. Dit kan echt niet anders. Het geld is er niet meer. Daarnaast moeten we in Nederland gaan nadenken over hoe ver we willen gaan in het leveren van de medische zorg en wat kwaliteit van leven is. Gezondheid is niet maakbaar. We moeten onszelf als mens af gaan vragen wat we uit het leven willen halen. Hoe wil ik straks oud worden? Wat zijn mijn grenzen? Dit komt de echte zorg ten goede. De gemiddelde Nederlander houdt zich niet bezig met de toekomst van ouder worden. De babyboomers hebben hier vrijwel nog nooit over nagedacht. Mensen moeten veel meer regie krijgen over hun eigen gezondheid. Dat kan nu al. Denk alvast zelf na over je zorg wanneer je ouder bent. En wees je bewust van wat het leven je nog zou kunnen brengen. Het gaat om de keuze. Jouw keuze.’

Waar wonen wij in de toekomst als we ouder worden?
‘Het sluiten van de verzorgingshuizen was echt een grote fout. Ooit was het zo dat je daar ging wonen zodra je 65 werd en nog gezond was. Dat was in 2012, toen veel huizen werden gesloten, al lang niet meer het geval. Het was echt een plek voor mensen met lichamelijke problemen die niet meer thuis konden wonen. Het idee dat het voor mensen fijn is om zo lang mogelijk thuis te wonen, is echt een utopie. Met waarschijnlijk een hoop financiële voordelen. Er is nu geen middenweg meer. Het zou mooi zijn als we meer locaties kunnen krijgen zoals Bannehof en De Schutse in Gorinchem en De Markt in Papendrecht. Je kunt hier een woning huren, zo je zorg inkopen en dus zelfstandig wonen, maar er is ook verpleeghuiszorg. Dit is een mooie combinatie. Als je hier een woning huurt, is het ook mogelijk om deel te nemen aan activiteiten, zoals een bingo. Zo houd je ook contact met andere bewoners.’

Hoe kijkt u aan tegen het tekort aan zorgpersoneel in de ouderenzorg? 
‘Naast dat er dus meer mantelzorgers nodig zijn, denk ik dat er meer aandacht en zorg in de nachten moet komen. De zorg is nu afgestemd op het gewone leven. Wij slapen in de nacht, maar mensen die bijvoorbeeld dementerend zijn, zijn in de nacht vaak wakker en onrustig. Overdag zou je dan minder verpleegkundig personeel in kunnen zetten en je meer richten op dagbesteding. Dit is goedkoper. Anders is het natuurlijk niet te betalen.’

Een van de ziektes waar u zich de laatste jaren mee bezig heeft gehouden is dementie. Gaan we nu anders om met dementie dan we aan het begin van uw loopbaan deden?
‘Het is mooi om te zien dat dementie nu gezien wordt als een ziekte. Als vroeger gepraat werd over dementie noemden ze het ‘men werd kinds’. Het was een devaluatie van je menszijn. Er is nu meer maatschappelijke acceptatie. Dementie is een ziekte waarbij iemand teruggaat naar het ongeleerde. Alles wat je ooit geleerd hebt, gaat achteruit. De dingen die iemand gevormd hebben als mens brokkelen af. Wij als zorgverleners bewegen mee in de achteruitgang. Wij blijven kijken naar de mens. Voor familie is het veel moeilijker om mee te bewegen en dit proces te accepteren.’

Wat gaat u het meest missen aan uw vak?
‘Uiteraard het contact met de bewoners. Het praten over de geschiedenis. Hun geschiedenis. Maar ook mijn collega’s. In ons vak heb je daadwerkelijk altijd contact met mensen. Bovendien is het een heel verdiepend vak. Je bent met specialismen als interne geneeskunde bezig, maar ook bijvoorbeeld met dermatologie. We maken mensen niet beter. Wij willen de kwaliteit van leven voor onze bewoners zo goed mogelijk houden. Dit is echt het beste vak van de wereld.’