28 februari 2020

Specialist ouderengeneeskunde, Pieter van Dijk verlaat Rivas Zorggroep na 15 jaar

Door de liefde verhuist de Noord-Limburgse specialist ouderengeneeskunde Pieter van Dijk jaren geleden van Venray naar het midden van het land. Hij gaat aan het werk in verpleeghuis Lingesteyn, een van de woonlocaties van Rivas Zorggroep. Hij werkt jarenlang met veel plezier samen met collega’s aan de beste kwaliteit van zorg voor de bewoners. Bij ouderen thuis en in het verpleeghuis. Na 15 jaar verlaat Pieter van Dijk Rivas Zorgroep. Hij begint vanaf 1 maart aan een nieuw avontuur bij een meer kleinschalige zorgorganisatie in Culemborg en omstreken.

Waarom koos u voor het vak specialist ouderengeneeskunde?
‘Toen ik co-assistent was, trok de zorg voor ouderen mij al aan. Dat werd alleen maar sterker toen ik mijn co-schappen ging lopen. Het was in 1987 een slecht jaar voor artsen en toen heb ik gesolliciteerd om als onderzoeker in Rotterdam te gaan werken. Het was een onderzoek naar de prognose voor mensen met dementie en dat heb ik vier jaar gedaan. Tijdens mijn promotieonderzoek stond ik voor twee keuzes: wilde ik huisarts of specialist ouderengeneeskunde worden? Het werd dat laatste vanwege de oudere bewoners maar ook vanwege het werken in een team, wat ik heel belangrijk vind. Zo is het allemaal begonnen.’

Wat is het mooie aan uw vak?
‘Op de revalidatie een oudere zijn doelen zien behalen en weer terug naar huis zien keren, is altijd mooi om mee te maken. Ook het werken met de bewoners met Korsakov is uitdagend. De geboden zorg en structuur die je samen met de zorgregisseur en het team biedt, helpt bewoners dagelijks nog redelijk goed te functioneren.
Mijn werk gaat altijd ergens over; mensen komen echt niet voor hun lol naar het verpleeghuis. Omdat ouderen langer zelfstandig thuiswonen, komen zij ouder en zieker het verpleeghuis in. Het is uitdagend en afwisselend, omdat het spectrum van problematieken erg groot is. Het varieert van revalidatie en activering van ouderen, tot zorg en begeleiding bij vergevorderde dementie, palliatieve zorg en stervensbegeleiding. Ik werk samen in multidisciplinaire teams en we zijn samen, vanuit verschillende invalshoeken, bezig met de complexe zorgvragen van bewoners. Het mooie van mijn vak is dat ik echt iets kan betekenen voor mensen, al is de prognose van bewoners vaak slecht. Ik vind het heel belangrijk om verder te kijken in iemands situatie, met een goede afweging van hoe ver je gaat in diagnostiek en behandeling. Iets hoeft namelijk niet te zijn zoals het lijkt…

Kunt u een voorbeeld geven van hoe u dit in de praktijk hebt meegemaakt?

‘Als specialist ouderengeneeskunde ging ik vanuit het Geriatrisch Onderzoeks- en Adviescentrum (GOAC) een keer op huisbezoek bij een cliënt in de 80. Beginnend dement, maar nog wel zelfstandig thuiswonend, maar het ging ineens veel slechter met de cliënt. Om die reden heb ik een onderzoek in het ziekenhuis laten doen. Daaruit bleek dat een hersentumor er de oorzaak van was dat het zo slecht ging. Na de operatie is ze wel in het verpleeghuis terechtgekomen, maar toch met een veel betere kwaliteit van leven. Deze cliënt zal ik niet zo snel vergeten.’

U hebt ook een aantal malen de euthanasie van cliënten begeleid. Wat vindt u daarin belangrijk?
‘Ik vind het belangrijk dat mensen de regie durven nemen over hun gezondheid en voor zichzelf bepalen hoe zij oud willen worden. En…wanneer het genoeg is en het tijd is om te stoppen met behandelen. Ik begeleid mensen ook bij een waardig overlijden bij euthanasie. Euthanasie is voor mij persoonlijk best een grote opgave, omdat de dood heel absoluut is. Maar het is niet verkeerd en ik wil het zorgvuldig en goed begeleiden. Persoonlijk vind ik het vaak zo invoelbaar en logisch voor een bewoner om het leven los te laten, juist vanwege het gebrek aan kwaliteit van leven die iemand nog over heeft.
Zeker als de familie ook opgelucht en dankbaar is over hoe het is gegaan, kijk ik er altijd met een goed gevoel op terug. Na al die jaren is het wel wat makkelijker voor mij geworden. Toch vind ik dat euthanasie een opgave moet blijven en niet iets waar je samen met de bewoner en de familie zomaar op uitkomt. Euthanasie blijft zo iets bijzonders en in Nederland is het goed geregeld.’

Hoe ziet u de rol van de specialist ouderengeneeskunde?
‘Gemiddeld wonen mantelzorgers verder weg van hun ouders dan 20 jaar geleden. Bij opname in het verpleeghuis zijn mensen zieker of hebben meer beperkingen. Dementie is bijvoorbeeld vaak veel ernstiger dan toen ik toen ik bij Rivas begon. Dat is een uitdaging voor mijn collega’s en mij die we ondanks een gebrek aan voldoende zorgverleners en mantelzorgers, moeten aangaan. Ik zie mezelf als een verbindende factor in het geheel en ik wil de kwaliteit van leven voor bewoners zo goed mogelijk houden. In samenwerking met het netwerk rondom de bewoners van zorgverleners en hun mantelzorgers. Daar doe ik het voor en dat gaat me nooit vervelen.’

U begint aan een nieuw hoofdstuk bij een meer kleinschalige zorgorganisatie in Culemborg en omstreken. Wat gaat u daar doen?
‘Na 15 jaar weggaan bij Rivas is iets wat even moet zakken; ik heb hier namelijk met veel plezier gewerkt. Vanaf maart zal ik me vooral gaan bezighouden met ouderen op het vlak van somatiek, psychogeriatrie en in de eerste lijn. Ouderen blijven een prachtige groep mensen om mee te werken. Ik heb er ontzettend veel zin in!’