Mevrouw Neerings (1930)

Er was feest bij nagenoeg iedereen, maar op 5 mei 1945 kon het gezin van de 14-jarige Nel Neerings er niet van genieten: ‘Mijn broer Frits was tijdens een razzia meegenomen. Er waren heel veel mannen inmiddels teruggekomen, maar Frits kwam maar niet. Gelukkig kwam mijn broer vier weken na de bevrijding dan éindelijk naar huis. Wij waren een heel hecht gezin. We deden alles samen en het gemis van mijn broer was groot’. Deze herinnering raakt mevrouw Neerings zichtbaar: ‘De dag dat mijn broer terug kwam vergeet ik nooit meer!’’

Het vergeten bombardement van Rotterdam

Mevrouw Neerings maakte het ‘vergeten bombardement’ mee op 31 maart 1943 toen geallieerde bommenwerpers over Rotterdam vlogen: ‘Het luchtalarm ging af en dat betekende dat je niet meer naar buiten mocht. Mijn vader had ons bevolen in de trapkast te gaan zitten, zodat we nog enige bescherming hadden. We golfden heen en weer van de vallende bommen. Ons huis is uiteindelijk niet geraakt, maar in de straten om ons heen was het chaos. Huizen vlogen in brand. Ik weet nog dat de woning van de huisarts geraakt werd. Er was één grote krater over waar ooit het huis gestaan had.’ Voor Mevrouw Neerings ligt deze ervaring nog vers in het geheugen: ‘Als ik mijn ogen nu dicht doe zie ik deze verschrikkingen nog steeds heel levendig’.

Verzetsvader

‘Tijdens de oorlog ging het leven gewoon, zo goed en zo kwaad als het ging,’ vertelt mevrouw Neerings over Nederland onder Duits bewind. ‘Mijn vader zat in het verzet en daarom konden wij naar de Engelse radio luisteren. Deze stond normaal natuurlijk verstopt. Mijn vader had regelmatig besprekingen met mensen uit het verzet, wat daar besproken werd was natuurlijk geheim. De sfeer was gespannen te noemen. Eigenlijk was er altijd die dreiging en de angst. Je moest je goed beheersen en erg opletten wat je vertelde. Beter was het om je helemaal nergens mee te bemoeien want door de NSB’ers kon dat je je leven kosten’.

Oorlogsgevoel tijdens de coronacrisis

Mevrouw Neerings omschrijft de parallellen tussen toen en nu: ‘De coronacrisis geeft mij een oorlogsgevoel. Ik beleef deze periode vol herinneringen aan de rottijd in de oorlog. Herinneringen die nu weer bovenkomen en mij kunnen ontroeren. Maar ook mooie dingen, die ook in de oorlog heel belangrijk waren, zoals het er voor elkaar zijn en het elkaar helpen zie je terug in deze periode’.