Medewerkers aan het woord

"Leer door hun ogen kijken en pas je aan’"

Vandaag is het Alzheimerdag. Wereldwijd is er aandacht voor dementerenden en hun omgeving. Naarmate de dementie toeneemt, ontstaan vaak eetproblemen. Sonja Muylwijk werkt in ons verpleeghuis Waerthove in Sliedrecht. Zij heeft een passie voor eten en voor haar werk. Zo bedacht ze speciale koekjes voor mensen die door hun dementie problemen hebben met eten.

Het is etenstijd. Alle bewoners zitten aan de tafel. De tafel is mooi rijkelijk bedekt. Een bord voor de broodmaaltijd, een soepkom, een lepel, vork, mes en glazen. Een mevrouw begint te stapelen met alles wat op tafel staat. Medebewoners kijken haar vreemd aan. Je hoort ze mopperen. Een medewerker vraagt mevrouw of ze de spullen wil laten staan. We gaan zo eten. Mevrouw wordt boos, wil niet meer eten en loopt van tafel.

Een tijd geleden zag Sonja Muylwijk dit regelmatig gebeuren. ‘Wij hebben een manier bedacht waarop we moeten eten. Het liefst met zijn allen aan een mooi gedekte tafel en op hetzelfde moment, dezelfde maaltijd. Wat als je niet meer snapt hoe je moet eten? Je moet mee met de anderen, maar je snapt die manier van eten niet meer. Dan kan het zijn dat je stopt met eten.’

Tafeldekken

‘Mensen met dementie raken snel overprikkeld door spullen die op tafel staan. Ik vind een waardig gedekte tafel wel erg belangrijk. Maar het is van groot belang om te kijken of dit niet zorgt voor te veel onrust bij een bewoner. Voor mij is het tafeldekken een manier om te kijken hoe ver iemand is in het ziekteproces. Als je ziet dat een bewoner soep wil eten met een vork, weet je dat je voor die persoon op een andere manier de tafel moet dekken. Beginnen we met soep? Dan krijgt die bewoner eerst alleen een kom soep met een lepel op tafel. Weet een bewoner niet meer hoe met een lepel te eten? Dan geven we het in een beker, zodat de bewoner het kan drinken. Zo kan het zijn dat een bewoner die zwaar dementerend is het eten niet bestek van een bord af eet, maar van de tafel met de handen. Zo min mogelijk prikkels. Maar wel zelf op een waardige manier kan eten.’

Maatwerk

‘We kijken dus goed naar wat een bewoner nodig heeft. We kijken ook naar wat een bewoner wilt. Eet een bewoner liever om een uur of 10 dan krijgt de bewoner het ontbijt rond die tijd. Wil de bewoner graag met meer bewoners aan een gedekte tafel eten? Of wil een bewoner alleen op de kamer eten? We hebben te maken met acht verschillende mensen op één woongroep, met verschillende ziektebeelden. Als je alles afstemt op hun wensen en behoeften behandel je ze waardig.

Ik weet nog goed dat er op de woongroep een mevrouw was die erg onrustig was. Ze wilde niet aan tafel eten. Ik ben haar goed gaan observeren. Het viel me op dat de keuken een veilige plek was voor haar. Ze ging voor het raam staan. Maakte het aanrecht schoon met haar handen en bleef daar naar buiten kijken. Ik heb een boterham klaargemaakt, deze in zes stukken gesneden en terwijl ze daar stond op het aanrecht gelegd. Zonder bord, zonder bestek. En.. ze at haar brood op.’

Sonja’s koekjes

‘Zo ben ik ook op het idee van de koekjes gekomen. Ik was werkzaam op een woongroep waar vier bewoners niet goed meer begrepen hoe zij moesten eten. En niet geholpen wilden worden. Toen ik de hachée aan het voorbereiden was voor het diner, ging ik de pannenkoeken bakken voor tussen de middag. Als ik dit nu eens samenvoeg? Dan ontstaat er een soort koekje met genoeg voedingswaarde dat bewoners zelf makkelijk kunnen eten. Mensen met dementie houden van een zoete (na)smaak en van pittig gekruid eten. Door de pannenkoekmix werd het zoet en ik voegde er curry en knoflook aan toe. Toen ik het zelf proefde, vond ik het ook erg lekker. We hebben het de bewoners laten proeven en het viel in de smaak. De bewoners die niet meer goed wisten hoe ze moesten eten, aten de koekjes op. Het is mooi om te zien wat de invloed is van het aanpassen van de omgeving. Deze aanpassing helpt om mensen, vaak diep in hun dementie, weer te eten. De koekjes worden nu op verschillende woongroepen met succes gebakken en gegeten. Maar alleen als het past bij de wensen van de bewoner.’

Waardigheid

‘Wij willen zo graag dat onze bewoners goed eten. We zijn dan snel geneigd om ze te helpen met eten. Al doen we dit met alle goede bedoelingen, zie ik dit als plagen. Hoe zou jij het vinden als ik met een lepel bij je mond ga zitten? Terwijl je geen idee hebt wat je nu met die lepel moet doen?

Dementerenden begrijpen soms weinig van de wereld om ons heen. We moeten meer door hun ogen leren kijken. Alles beter op hun afstemmen. Vraag je af waarom ze niet eten. Pas de omgeving aan. Dit kan door een overprikkelde tafel prikkelarm te maken of door het eten in een andere vorm aan te bieden. Alles met behoud van eigenwaarde. Kijk wat zij nodig hebben. Behandel ze waardig.’