Parkinson

Wat is…

De ziekte van Parkinson is een chronische hersenziekte. Dit wil zeggen dat de klachten en verschijnselen toenemen naarmate de ziekte langer bestaat. Het is duidelijk de meest voorkomende oorzaak van parkinsonisme. Met deze term worden verschijnselen zoals traagheid, stijfheid, beven en loopstoornissen bedoeld. Andere oorzaken van parkinsonisme kunnen onder meer zijn doorbloedingsstoornissen (vasculair parkinsonisme), bijwerking van bepaalde medicijnen of andere hersenaandoeningen die soms erg kunnen lijken op de ziekte van Parkinson. Te denken valt aan Multipele Systeem Atrofie of Progressive Supranuclear Palsy.

De ziekte is niet dodelijk en u leeft er ook niet korter door. Parkinson is niet te genezen en de ziekte verergert langzaam. Medicijnen kunnen wel helpen om langer gezond te blijven. Soms kan een hersenoperatie nuttig zijn. Zelf kunt u met oefentherapie en een aangepaste levensstijl leren om zo goed mogelijk met de ziekte om te gaan.

Naast de ziekte van Parkinson bestaan er diverse aandoeningen die hier, zeker in het begin, op lijken en deels dezelfde symptomen kunnen vertonen. Onderscheid is in het beginstadium vaak moeilijk te maken. Over deze zogenaamde parkinsonismen leest u meer op de website van de parkinson Vereniging.

Van de mensen van 60 jaar heeft 0,5% de ziekte van Parkinson, bij mensen boven de 90 is dat 5%. De ziekte van Parkinson begint meestal tussen het 50e en 60e levensjaar, maar kan ook op jongere leeftijd ontstaan.

Diagnose

De diagnose van de ziekte van Parkinson is soms moeilijk te stellen. Er is geen test die de ziekte definitief vaststelt. De diagnose wordt meestal gesteld door de neuroloog op basis van wat hij of zij ziet en door andere mogelijkheden uit te sluiten. Dit heet een klinische diagnose. Om andere ziekten uit te sluiten wordt soms een scan gedaan. Dit is vaak niet nodig. Meestal biedt een lichamelijk onderzoek voldoende zekerheid om de diagnose te stellen. Het verloop van de klachten is ook van belang, soms wordt pas na een paar jaar duidelijk dat het om een andere ziekte gaat. Een goede reactie op medicijnen, dat wil zeggen een duidelijke afname van de klachten, past bij de diagnose. Andersom is het ook zo dat wanneer iemand weinig tot niets merkt van de voorgeschreven medicijnen, twijfel moet ontstaan over de juistheid van de diagnose.

Meer informatie over Parkinson en de diagnose ziet u in dit filmpje van de Parkinson Vereniging.

Symptomen

De ziekte van Parkinson kent veel mogelijke symptomen. Niet elke patiënt krijgt last van alle symptomen. Behandeling van de symptomen is mogelijk, genezing van de ziekte nog niet. Het doel van de behandeling is zelfstandig blijven functioneren met een goede kwaliteit van leven.

Hieronder staan de twee soorten symptomen uitgelegd. De lijstjes geven mogelijke symptomen weer. Lang niet alle symptomen komen even vaak voor.
Ter voorbereiding op uw bezoek bij de neuroloog of verpleegkundige kunt u gebruik maken van de parkinson-monitor, een online lijst waarin u relevante klachten en de mate waarin u daar last van hebt kunt invullen. Print deze uit en neem hem mee naar het bezoek, zodat alles wat u wilt bespreken ter sprake komt. Hier vindt u een gebruikshandleiding. Let erop dat u bij iedere categorie iets invult, eventueel de tekst 'geen' onder 'andere' omdat u anders niet verder kunt met de lijst.

Motorische symptomen

Bij mensen met de ziekte van Parkinson neemt de aanmaak van dopamine zover af dat bewegen moeilijker wordt. Zij krijgen last van trillen(tremor), stijve spieren of traagheid. Dit zijn motorische symptomen:

  • Trillen (tremor)
  • Stijfheid in bewegen (rigiditeit)
  • Langzaam bewegen (bradykinesia)
  • Moeite met starten van beweging (akinesia)
  • Klein en kriebelig schrijven
  • Een starre gezichtsuitdrukking (maskergelaat)
  • Verstijven (freezing)
  • Voorovergebogen lopen
  • Moeite met draaien in bed
  • Arm zwaait minder mee met lopen

Niet-motorische symptomen

Deze motorische kenmerken gaan vaak samen met niet-motorische symptomen. Dit zijn bijvoorbeeld reukverlies, somberheid, constipatie, moeheid, zweten en geheugenproblemen.

Slaapstoornissen

  • Onrustige slaap
  • Niet kunnen slapen
  • Naar en levensecht dromen
  • Overdag in slaap vallen
  • Rusteloze benen (restless legs syndrome)
  • Wilde bewegingen maken tijdens slaap

Verstoring autonome zenuwstelsel

  • Erectiestoornissen
  • Te veel zweten
  • Duizeligheid bij opstaan uit zit (orthostatische hypotensie)
  • Incontinentie
  • Vaak het gevoel hebben naar de wc te moeten
  • Teveel speeksel aanmaken
  • Een droge mond hebben

Neuropsychologische symptomen

  • Vergeetachtigheid
  • Verwardheid
  • Moeite met plannen en organiseren
  • Zich vaker somber voelen
  • Gedragsverandering
  • Depressie
  • Dementie
  • Minder ondernemend/initiatief (apathie)
  • Geen vreugde meer ervaren (anhedonie)
  • Minder goed kunnen concentreren
  • Zich angstig voelen
  • Dingen zien of horen die er niet zijn (Hallucinaties)

Verstoring maag-darmkanaal

  • Constipatie
  • Moeite met slikken
  • Teveel speeksel aanmaken

Zintuigelijke symptomen

  • Pijn
  • Hoofdpijn
  • Minder smaak voor eten hebben
  • Minder of niet meer kunnen ruiken

Overige

  • Vermoeidheid
  • Ongewenst afvallen/aankomen
  • Minder of juist meer zin in seks

Meer over de niet-motorische symptomen kunt u ook lezen op de website van de Parkinson Vereniging.

Oorzaken

Uw hersenen sturen uw bewegingen aan. Bij de ziekte van Parkinson is de samenwerking verstoord tussen de hersencellen die uw bewegingen aansturen. De stof in de hersenen die soepel bewegen mogelijk maakt heet dopamine. De zwarte kern in de hersenen maakt dopamine aan en deze wordt opgenomen in een ander deel van de hersenen, het striatum.

Afname van dopamine

Als mensen ouder worden neemt de dopamine in de hersenen af. Bij mensen met de ziekte van Parkinson verloopt de afname van dopamine sneller. De oorzaak van deze afname en waarom de cellen afsterven, is onbekend. Ook ontstaan ophopingen van eiwitten in verschillende gebieden van de hersenen, bijvoorbeeld in de hersenstam en de hersenschors. Erfelijke aanleg speelt bij de minderheid van de patiënten (circa 10%) een rol.

In gezonde hersenen wordt genoeg dopamine aangemaakt om soepel te bewegen.

 

Bij de ziekte van Parkinson wordt te weinig dopamine aangemaakt en wordt bewegen moeilijker.