Skiduim

De behandeling

Een skiduim kan op verschillende manieren behandeld worden.

Niet-operatieve behandeling

Een niet operatieve behandeling wordt toegepast bij een verrekking met een intacte of gedeeltelijk gescheurde gewrichtsband. De behandeling bestaat uit een goede rust van het gewricht door middel van een (gips)spalk om de stabiliteit te behouden. De plastisch chirurg zal u hiervoor verwijzen naar de handtherapeut.

In sommige gevallen wordt er een gipsspalk aangemeten, de plastisch chirurg zal zijn voorkeur met u bespreken.

De handtherapeut zal een spalk voor de duim aanmeten en specifieke handtherapie geven. U moet de spalk gemiddeld zes weken dragen.

Als de gewrichtsband maar weinig is verrekt, kan het gewricht ook worden ingetaped. Dit bespreekt de handtherapeut dan met u.

Operatieve behandeling

Als de gewrichtsband volledig is gescheurd of als er sprake is van een afgescheurd stukje bot, moet u meestal geopereerd worden. De plastisch chirurg zal de behandeling met u bespreken.

Voor de behandeling

  • Medicijnen
    Voor de operatie mag u geen bloedverdunnende medicijnen gebruiken (zoals marcoumar, sintrom, aspirine en ascal). Bespreek dit minimaal twee weken voor de operatie met uw plastisch chirurg en de arts die de medicijnen heeft voorgeschreven. Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, zal de plastisch chirurg u vertellen wanneer u hiermee tijdelijk moet stoppen.
  • Roken vergroot de kans op problemen bij de wondgenezing. Uw plastisch chirurg raadt u daarom aan om minstens zes weken voor de operatie volledig te stoppen met roken.

Onderzoek door de handtherapeuten

In sommige gevallen krijgt u vóór de operatie al een afspraak bij de handtherapeut. De plastisch chirurg zal indien noodzakelijk u hiervoor verwijzen.

Gesprek met de anesthesioloog

De anesthesioloog bespreekt vooraf met u welke verdoving u krijgt.
De ingreep gebeurt onder blokverdoving (regionale verdoving). Hierbij wordt uw hele arm verdoofd. De operatie kan ook onder narcose (algehele anesthesie) plaatsvinden.

Voorbereiding thuis

  • Neemt u alle medicijnen die u gebruikt, in de originele verpakking, mee naar het ziekenhuis op de dag van uw opname.
  • Brengt u naast uw nachtkleding en toiletartikelen, ook pantoffels of slippers mee.
  • Op de dag van operatie mag u geen bodylotion gebruiken.
  • We vragen u uw sieraden thuis te laten en uw piercings uit te doen.
  • Op de dag van de operatie mag u geen make-up en nagellak dragen.
  • Als u kunstharsnagels draagt, gelden de volgende regels. Zijn de kunstharsnagels blank gelakt, dan hoeft u ze niet te verwijderen. Zijn de kunstharsnagels niet blank gelakt, dan moet u één nagel per hand verwijderen.
  • Houdt u er rekening mee dat u geen contactlenzen, bril, gehoorapparaten of kunstgebit mag dragen op de operatiekamer.
  • We raden u aan om voor de eerste week na thuiskomst (zelf) hulp te regelen.
  • Na de ingreep mag u niet zelfstandig autorijden. Zorg ervoor dat uw vervoer naar huis is geregeld.

Nuchter zijn

Voor deze operatie moet u nuchter zijn. De regels over nuchter zijn leest u bij 'nuchterheidscriteria'.

De dag van de operatie

U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de verpleegafdeling. De verpleegkundige legt u de gang van zaken op de afdeling uit en controleert de gegevens die tijdens uw intakegesprek zijn genoteerd. Als u geen intakegesprek heeft gehad, stelt de verpleegkundige u nog een aantal vragen over uw gezondheid.

Op de afdeling wordt gemengd verpleegd. Dit betekent dat mannen en vrouwen op dezelfde kamer kunnen liggen.

Voor de operatie

De verpleegkundige geeft u voorbereidende medicijnen voor de anesthesie (narcose). Dit heet de premedicatie. De premedicatie bestaat vaak uit een rustgevend medicijn en een pijnstiller. Daarna krijgt u een operatiehemd aan. De verpleegkundige brengt u daarna met bed naar de voorbereidingsruimte van de operatie afdeling.

Op de voorbereidingsruimte krijgt u een infuus en wordt u voor controle aangesloten op een monitor. Van hieruit wordt u naar de operatiekamer gebracht.

Tijdens de behandeling

De operatie gebeurt met een blockverdoving van de arm of onder algehele verdoving (narcose). Dit bespreekt de anesthesist met u. De operatie vindt plaats in een dagopname en duurt gemiddeld één uur.

Om bij het afgescheurde gewrichtsbandje te kunnen komen, maakt de plastisch chirurg een snede aan de basis van uw duim. Er wordt geprobeerd om de afgescheurde gewrichtsband opnieuw aan het bot te bevestigen.

Als er een klein stukje bot los is, wordt dit tijdens de operatie meestal verwijderd. Wanneer het losliggende stukje bot groter is, wordt het op de juiste plek teruggeplaatst. Meestal wordt het met een pin of botankertje vastgezet.

In sommige gevallen wordt het gewricht tijdelijk met een pennetje vastgezet, om het gewrichtsbandje dat hersteld is te beschermen. Dit pennetje zal dan na zes weken poliklinisch verwijderd worden.

Heeft u een chronische skiduim met instabiliteit, maar zonder slijtage van het gewricht, dan kan de gewrichtsband worden versterkt met een peestransplantaat. Dit kan eventueel met een pees uit uw onderarm. Als er slijtage van het gewricht is, zal er een andere operatie gedaan moeten worden. De plastisch chirurg zal dit beoordelen en met u bespreken.

De wond wordt meestal gehecht met oplosbare hechtingen. Als de hechtingen niet oplosbaar zijn, worden deze na ongeveer twaalf dagen verwijderd. Wanneer de wond gesloten is wordt er een gipsverband aangelegd.

Na de behandeling

Na de operatie gaat u naar de verkoeverkamer (uitslaapkamer). Als u met een blockverdoving bent geopereerd, mag u vrijwel direct terug naar de verpleegafdeling. Als u onder narcose bent geopereerd, kunt u zodra u goed wakker bent en de controles goed zijn, terug naar de verpleegafdeling.

De verpleegkundige let op nabloeden van de wond. Als het nodig is, krijgt u medicijnen tegen de pijn en/of misselijkheid. Als u niet misselijk bent, mag u weer eten en drinken. U hoort van de verpleegkundige wanneer het infuus verwijderd mag worden.

Controle na de operatie

Na de operatie, soms al een dag erna, maar meestal binnen één week, krijgt u een afspraak bij de handtherapeut. De handtherapeut neemt met u contact op om een afspraak te plannen. Ook indien u gips heeft zal de therapeut een aantal oefeningen en instructies geven om u zo goed mogelijk voor te bereiden voor de periode dat het gips van de hand/pols verwijderd mag worden.

Wondbehandeling

In de tweede week na uw operatie zal het gipsverband verwijderd worden en zal de verpleegkundige de wond beoordelen en indien nodig de hechtingen verwijderen. Daarna krijgt u een nieuw gips aangemeten.

Gips

Na de operatie zit uw duim en hand gedeeltelijk in het gips. U moet de gipsspalk gemiddeld vier weken dragen. Hierna moet u nog twee weken een beschermend, afneembare spalk dragen. De spalk wordt op maat gemaakt door de handtherapeut. Hiermee krijgt uw duim rust, maar kunt u wel uw vingers bewegen (oefenen). Als de pees voldoende is vastgegroeid, mag u gaan oefenen onder begeleiding van de handtherapeut.

Als er een pennetje in het gewricht is ingebracht, is een spalk in sommige gevallen niet nodig. De duim is dan door dit pennetje onbeweegbaar.

Afspraak (na de operatie) bij de plastisch chirurg

Als de handtherapie naar verwachting verloopt, zal de plastisch chirurg u zes weken na de operatie terug zien.

Herstel en Handrevalidatie

Onder begeleiding van de handtherapeut gaat u oefeningen doen om uw duim en hand weer lenig en sterk te krijgen. De totale revalidatieperiode duurt gemiddeld drie maanden.

Mogelijke complicaties/risico's

Het is nodig dat u een arts waarschuwt:

  • Als de wond fors gaat bloeden
  • Bij toenemende pijn
  • Bij optreden van abnormale zwelling
  • Als u koorts heeft boven de 38.5°C
  • Als de pleisters gaan jeuken, ruiken of uitslag veroorzaken
  • Bij ongerustheid

Tijdens kantooruren moet u contact opnemen met de polikliniek Plastische Chirurgie, tel. (0183) 64 46 92

Buiten kantooruren moet u contact opnemen met Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis via het algemene nummer van het Beatrix ziekenhuis, tel. 0183- 644444. De Spoedeisende Hulp neemt zo nodig contact op met de dienstdoende plastisch chirurg.

Complicaties

Bij elke handoperatie kunnen complicaties voorkomen zoals bloeduitstortingen, vertraagde wondgenezing en infectie. Het gevoel kan tijdelijk gestoord zijn, waardoor u een doof gevoel in de duim kunt ervaren. Andere problemen die kunnen optreden zijn krachtsverlies, pijn, gevoelsverlies, of een combinatie hiervan.

Na de operatie is de geopereerde duim vaak stijver dan voor de operatie. In enkele gevallen blijft er een instabiliteit van het duim-gewricht bestaan.

In zeldzame gevallen kan een dystrofie (CRPS, Complex Regionaal Pijn Syndroom) ontstaan. Dit is een ‘overreactie’ van de wondgenezing. Hierdoor treedt een combinatie van pijn, stijfheid, verkleuring en zwelling op. Dit kan goed behandeld worden, als dit vroegtijdig wordt herkend.

In sommige gevallen is dan verdere behandeling noodzakelijk. De plastisch chirurg bespreekt dit dan met u.

Leefregels na de behandeling

  • De mate van napijn is voor iedereen anders. Meestal helpt het om tegen de pijn paracetamol in te nemen. De dosering staat in de bijsluiter. Uw plastisch chirurg zal indien nodig, andere pijnstillers voorschrijven.
  • Tijdens het douchen moet u het gipsverband droog houden.
  • Zolang u verband om uw arm heeft, mag u niet sporten of autorijden!
  • Het is belangrijk dat u uw hand regelmatig hoog houdt. U kunt hiervoor een mitella gebruiken, Zo gaat u de zwelling van uw hand en arm zoveel mogelijk tegen.
  • Zolang u gips om uw arm heeft, moet u hiermee rust houden. U mag niet zwaar tillen en geen (belastend) huishoudelijk werk doen.

Contact

In deze folder hebben wij u ingelicht over de operatie en de na- behandeling. Een dergelijke beschrijving kan echter nooit volledig zijn. Ook komt deze beschrijving niet in plaats van een gesprek met uw arts. De plastisch chirurg zal steeds bereid zijn om u persoonlijk één en ander uit te leggen en op uw vragen in te gaan.

Uit deze folder kunt u geen garantie ontlenen betreffende resultaten. Garantie op de resultaten of op een ongestoord beloop kunnen wij u nimmer geven. Complicaties kunnen altijd optreden. Soms is het noodzakelijk om een aanvullende operatie uit te voeren voor het verkrijgen van een goed eindresultaat.

Mocht u nog vragen hebben dan kunt u telefonisch contact opnemen met de polikliniek Plastische Chirurgie, tel. (0183) 64 46 92.