Nastaar (behandeling)

Deze folder informeert u over de oorzaak en behandeling van nastaar. Het is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw oogarts.

In het oog zit de lens achter de iris. Om de lens zit een cellofaan dun kapsel. Als de lens troebel wordt, noemen we dat staar (cataract). Bij een staaroperatie wordt de troebele lens weggehaald door een kleine opening in het oog. Het kapselzakje blijft achter. In dit zakje wordt de kunstlens geplaatst. Het dunne kapsel kan krimpen en troebel worden. U bemerkt dit doordat uw gezichtsvermogen ten opzichte van de tijd vlak na de staaroperatie wat achteruit gaat. Deze troebeling heet nastaar. Dit is geen uitzondering; nastaar komt bij ongeveer 10 procent van de staarpatiënten voor. Met de laser kan de oogarts, zonder in het oog te snijden, een kleine, heldere opening maken in het troebele kapsel.

De behandeling

De behandeling vindt plaats op de laserkamer. Er wordt een contactlensje op uw oog gezet. U zet uw hoofd op een kinsteun en plaatst uw hoofd tegen een hoofdband. Het is belangrijk dat u goed stil zit. Het kapsel is zo dun dat bij elke kleine beweging van het hoofd de diepte-instelling van de laser veranderd moet worden.

Voor de behandeling

U krijgt voorafgaand aan de behandeling druppels in uw oog om de pupil te verwijden en het hoornvlies te verdoven. Na een halfuur zijn de druppels goed ingewerkt.

Tijdens de behandeling

Bij de behandeling van nastaar wordt een contactlensje op uw oog gezet. U zet uw hoofd op een kinsteun en plaatst uw hoofd tegen een hoofdband. Het is belangrijk dat u goed stil zit. Het kapsel is zo dun dat bij elke kleine beweging van het hoofd de diepte-instelling van de laser veranderd moet worden. Van de laserbehandeling voelt u niets.

Tijdsduur

De behandeling, die plaatsvindt op de laserkamer, duurt meestal vijf tot tien minuten.

Na de behandeling

Door de behandeling met de laser door de oogarts, wordt uw behandelde oog zodanig verblind dat u direct na de behandeling weinig tot niets ermee ziet. Dit is na een halfuur over. Bij zonnig weer is het verstandig een zonnebril te dragen na de laserbehandeling.
U wordt geadviseerd een begeleider mee te nemen. In verband met de oogdruppels en de verblinding van het oog is het niet verstandig om auto te rijden direct na de laserbehandeling. U zult nog enige tijd last hebben van de oogdruppels. Op de dag van de behandeling kunt u uw eigen medicijnen en oogdruppels gewoon gebruiken. De oogarts kan u druppels en/of zal voorschrijven voor na de laserbehandeling.

Mogelijke complicaties/risico's

De kans op complicaties is zeer gering. Wanneer u direct na de behandeling een aantal kleine, zwarte "meebewegende vlekjes' ziet, hoort dat meestal bij de behandeling. Dit zijn de restjes van het kapsel. Nemen de vlekken toe, ziet u lichtflitsen of is het alsof u tegen een gordijn aan kijkt, dan kan het zijn dat er iets mis is met uw netvlies. Neemt u in dat geval contact op met uw oogarts.

Leefregels na de behandeling

Er wordt na de behandeling meestal geen controle-afspraak gemaakt. Bij problemen kunt u een afspraak maken bij uw oogarts. Wanneer uw brilsterkte na de staaroperatie is aangepast, is geen verdere controle van de sterkte nodig. Laat bij twijfel de opticiën na enige weken de sterkte controleren.

Contact

Heeft u na het lezen van de folder nog vragen, dan kunt u contact opnemen met uw oogarts via de polikliniek oogheelkunde.