Totale knieprothese

De behandeling

Het inbrengen van de totale knieprothese heeft de volgende doelen:

  • het verminderen van pijn en het verbeteren van kwaliteit van leven;
  • eventuele vergroeiingen corrigeren (bijvoorbeeld o-benen of x-benen);
  • de beweeglijkheid van uw knie verbeteren.

De operatie is geen kleinigheid en het herstel vraagt veel wilskracht en inspanning van u en uw naasten. Door een goede voorbereiding kunt u zich onnodige spanningen en teleurstellingen besparen. De klachten die u voor de operatie had, zullen na de operatie vrijwel altijd geleidelijk sterk verminderen. In veel gevallen kunt u de knie tot voorbij negentig graden buigen. Tijdens uw bezoek aan de orthopedisch chirurg krijgt u een boek met nog uitgebreidere toelichting en oefeningen.

Voor de behandeling

Via de poli orthopedie krijgt u een uitnodiging voor het bijwonen van een voorlichtingsspreekuur. Tijdens dit spreekuur komen een orthopedisch chirurg, een fysiotherapeut en een verpleegkundige aan het woord. U krijgt informatie over de opname en behandeling. Ook oefent de fysiotherapie met u hoe u moet gaan lopen met krukken. Omdat een goede voorbereiding op de operatie gewenst is, wordt u dringend aangeraden dit voorlichtingsspreekuur te bezoeken.

Voor uw opname in het ziekenhuis bezoekt u de anesthesioloog op de polikliniek pré-operatieve screening (POS). Hij brengt uw gezondheid en eventueel medicijngebruik in kaart. Verder krijgt u voorlichting over de verdoving en pijnbestrijding na de operatie.

Voorbereiding thuis

De voorbereidingen welke u thuis dient te treffen:

  • Eigen medicijnen: u wordt verzocht om de medicijnen die u gebruikt mee te nemen naar het ziekenhuis, evenals een actueel medicatieoverzicht.
  • Bodylotion: wilt u de week voor uw opname geen bodylotion meer op uw te opereren been gebruiken? Dit in verband met het ontsmetten van de huid op de operatiekamer.
  • Dieet: voor informatie hierover verwijzen wij u graag naar de informatie over anesthesie.
  • Hulpmiddelen: u gaat in het ziekenhuis oefenen met elleboogkrukken. Neemt u de krukken mee als u opgenomen wordt, zodat deze op de juiste hoogte kunnen worden afgesteld. De elleboogkrukken en eventuele andere hulpmiddelen zijn o.a. verkrijgbaar in de winkels van Vegro in de regio.
  • Mocht u thuis al gebruik maken van een rollator, neemt u deze dan ook mee naar het ziekenhuis.

Bekijk hier alvast de presentatie van het voorlichtingsspreekuur.

Dag van de operatie

Op de ochtend van de operatie moet u zich thuis douchen. Houdt u zich aan de nuchterheidscriteria. Via bureau opname hoort u hoe laat en op welke datum u zich moet melden op de afdeling. De verpleegkundige neemt vervolgens nog wat gegevens met u door. Voor u naar de operatiekamer gaat, krijgt u een operatiejasje aan. Sieraden moeten allemaal af (laat waardevolle sieraden thuis).

Tijdens de behandeling

De operatie vindt over het algemeen plaats onder regionale verdoving (ruggenprik). Een ruggenprik kan worden gecombineerd met een slaapmiddel, waardoor u weinig of niets van de operatie merkt.

Tijdens de operatie wordt uw kniegewricht vervangen door een totale knieprothese. De orthopedisch chirurg maakt aan de voorkant van de knie een verticale snee van ongeveer 20 centimeter. Hij verwijdert vervolgens de aangetaste gewrichtsvlakken. Met speciale instrumenten wordt het bot aangepast aan de vorm van de prothese. Daarna plaatst de orthopedisch chirurg de knieprothese. Een kunststof schijf tussen de metalen delen van de prothese zorgt ervoor dat de knie soepel kan scharnieren. Tijdens de ingreep krijgt u antibiotica om de kans op infectie te verkleinen. Daarnaast spuit de orthopedisch chirurg tijdens de operatie pijnstilling in het gewricht.

Tijdsduur

De operatie duurt ongeveer 90 minuten.

Na de behandeling

Na de operatie gaat u naar de uitslaapruimte, waar gedurende de eerste tijd intensieve bewaking en controle plaatsvindt. Als uw lichamelijke conditie stabiel is, gaat u terug naar de afdeling. Uw operatie gegevens zullen worden geregistreerd in de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten. Indien u hier bezwaar tegen heeft kunt u dit kenbaar maken aan uw behandelend specialist.

Een verpleegkundige belt uw eerste contactpersoon als u terug bent op de afdeling.

  • Dieet: Na de operatie wordt voorzichtig gestart met eten. Als dat goed gaat mag u op de dag van de operatie weer normaal eten.
  • Medicijnen: na de operatie krijgt u Fraxiparine toegediend om trombose te voorkomen. Deze prikjes in de huid moet u uzelf de eerste vier weken na de operatie één keer per dag toedienen. De verpleegkundige leert u hoe dit moet. Indien u andere bloedverdunners zoals Sintrommitis of Apixabon gebruikt, hoeft u maar tijdelijk de Fraxiparine te gebruiken. Hoe lang dit moet, krijgt u tijdens de opname te horen. In de meeste gevallen worden de medicijnen die u thuis gebruikte na de operatie weer gestart.
  • Infuus: u heeft een infuus in uw arm. Dit infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht binnen krijgt. Het infuus wordt meestal een dag na de operatie verwijderd.
  • Pijnbestrijding: u krijgt tabletten tegen de pijn. Als dit onvoldoende blijkt te zijn, zijn er andere mogelijkheden om de pijn te bestrijden.
  • Misselijkheid: soms treedt na de ingreep misselijkheid op. Dit kan door middel van medicijnen bestreden worden. De wond: het litteken zit aan de voorzijde van de knie en is ongeveer 20 cm lang.
  • Wond: Op de wond wordt na de operatie een speciaal wondverband geplakt. Deze mag bij geringe lekkage 5 dagen blijven zitten. Als de wond droog is, is verband niet meer nodig.
  • Mobiliteit: ongeveer vier uur na de operatie komt u uit bed en begint u met de revalidatie. Onder leiding van de fysiotherapeut begint u met lopen met een looprek of met krukken. In de volgende dagen wordt het mobiliseren steeds verder uitgebreid.
  • Douchen en baden: als de wond droog is, mag u weer onder de douche. U mag weer baden als de hechtingen verwijderd zijn.

Naar huis

Alle patiënten gaan na de opname naar huis (al dan niet met thuiszorg). In sommige gevallen kan het zijn dat arts, fysiotherapeut en verpleegkundige het niet verantwoord vinden dat u naar huis gaat. In overleg met u zal dan gezorgd worden voor een andere oplossing. Als u met ontslag mag, kan het zijn dat u thuis nog hulp nodig heeft. Hierbij kunt u denken aan evt. hulp bij het wassen. Kijkt u voor opname in het ziekenhuis alvast eens welke hulp u uit uw omgeving kunt krijgen. Mocht u na de opname niet naar huis willen terwijl dit medisch gezien wel mogelijk is, dan is er de mogelijkheid dat u kunt logeren in een verzorgingshuis. Dit is dan op eigen kosten. Wilt u in aanmerking komen voor huishoudelijke hulp, neemt u dan zo spoedig mogelijk contact op met uw gemeente. Het kan namelijk een aantal weken duren voor het e.e.a. geregeld is. Kijk ook nog eens kritisch naar uw huis. Kunt u gemakkelijk rondlopen, liggen er geen losse vloerkleden en dergelijke. Tijdens het voorlichtingsspreekuur krijgt u hier meer uitleg over. Een aantal van deze hulpmiddelen kunt u tijdens uw verblijf in het ziekenhuis uitproberen voor u ze aanschaft.

Uitslag

Bij uw ontslag krijgt u een afspraakkaartje mee voor een controlebezoek bij de orthopedisch chirurg. Ongeveer zes weken na de operatie komt u terug. Er wordt dan vooraf een röntgenfoto van de geopereerde knie gemaakt. Ook krijgt u een verwijsbrief voor fysiotherapie mee.

Uw hechtingen worden na 21 dagen verwijderd. Dit wordt door uw huisarts gedaan.

Mogelijke complicaties/risico's

Ondanks alle zorg die besteed wordt aan de operatie, kunnen er soms toch nog complicaties optreden zoals:

  • infectie van de knieprothese of het gebied eromheen. Om de kans hierop zo klein mogelijk te maken, krijgt u tijdens de operatie antibiotica toegediend;
  • nabloeding;
  • trombose. Om dit te voorkomen spuit u gedurende vier weken Fraxiparine.

Leefregels na de behandeling

De kans op infectie blijft, ook in de toekomst, bestaan. U moet uw huisarts of specialist van tevoren inlichten als operaties of andere inwendige ingrepen verricht worden. In sommige gevallen kan het nodig zijn dat u antibiotica voorgeschreven krijgt. Het kan namelijk zijn dat een infectie elders in het lichaam leidt tot een infectie rond de prothese. De prothese is een kunstprothese en is daardoor meer kwetsbaar.

Overgewicht, zware lichamelijke inspanning en sport kunnen de levensduur van het nieuwe gewricht beperken. Bespreek daarom met uw orthopedisch chirurg welke sporten u kunt uitoefenen en welke bewegingen u zeker moet vermijden. Materiaalslijtage komt in zeer geringe mate voor. De levensduur van de prothese wordt in het algemeen beperkt doordat de prothese los gaat zitten. De kans hierop is wisselend.Soms gebeurt dit pas tien of vijftien jaar na plaatsing van de prothese, soms gebeurt het helemaal niet.

Voor en na de operatie dient u een aantal oefeningen te doen. Deze oefeningen kunt u vinden in het informatieboek dat u krijgt uitgereikt op de polikliniek orthopedie.

Contact

We hopen u voldoende te hebben geïnformeerd. Hebt u na het lezen van de tekst nog vragen, neemt u dan contact op met de polikliniek orthopedie. Zij zijn bereikbaar via (0183) 64 42 57. Ook kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling orthopedie. Zij zijn bereikbaar via (0183) 64 30 14.