Gewichtsverlies / ondervoeding bij ouderen

Wat is…

Gewichtsverlies bij ouderen is vaak onvrijwillig en ongewenst. Het kan samenhangen met ziekten, medicatiegebruik en zorgafhankelijklieid, maar ook met psychische en sociale factoren. Bij ouderen kan gewichtsverlies verschillende gevaren met zich meebrengen:

  • Bij afvallen wordt niet alleen vet, maar ook spiermassa afgebroken. Hierdoor gaat de spierkracht achteruit en wordt de kans op vallen vergroot.
  • Botten worden minder sterk bij gewichtsverlies. Dat vergroot de kans op botbreuken.
  • Naarmate we ouder worden, hebben we minder energie (= voedsel) nodig. Dat verhoogt het risico op gewichtsverlies of zelfs ondervoeding. Bovendien kunnen er zo tekorten ontstaan aan bepaalde vitaminen en mineralen.

Ondervoeding

Ouderen die minder zin in eten heeft, zal kleinere porties gaan eten en daarna hele maaltijden overslaan. Dan dreigt het gevaar van ondervoeding.

Ondervoeding is te herkennen aan onbedoeld gewichtsverlies en/of een te laag lichaamsgewicht. Als iemand onbedoeld in een maand drie kilo afvalt of in zes maanden zes kilo of meer afvalt, spreken we van onvrijwillig gewichtsverlies. Ondervoeding ligt dan op de loer.

Als ondervoeding wordt vastgesteld, dan wordt eerst uitgezocht wat de oorzaak is. Tevens wordt dan een diëtist ingeschakeld voor deskundig advies.

Symptomen

De directe gevolgen van ondervoeding zijn:

  • te weinig calorieën en voedingsstoffen
  • te weinig energie
  • ernstig verlaagde weerstand
  • duizeligheid
  • krachtverlies.

Op de langere termijn kan ondervoeding grote gevolgen hebben, zoals:

  • onbedoeld gewichtsverlies, ingevallen wangen en holle ogen
  • botbreuken, door vaker en sneller vallen
  • infecties, zoals longontsteking
  • huidletsel, zoals decubitus of skin tears, door een dunne en droge huid
  • afname van het gevoel van welbevinden en dat uit zich in somberheid, depressies, vermoeidheid, lusteloosheid en kouwelijkheid.

Oorzaken

Er bestaan verschillende oorzaken van ongewild gewichtsverlies en ondervoeding:

  • verminderde eetlust
  • problemen met het gebit
  • verminderde geur- en smaakbeleving
  • sneller een ‘vol’ gevoel ervaren
  • eenzaamheid
  • depressie
  • bijwerkingen medicijnen, zoals misselijkheid e/o braken
  • ‘dorstgevoel’ neemt af