Anogenitale wratten

De behandeling

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De afwijkingen zijn meestal zo kenmerkend, dat de arts de diagnose direct zonder verder onderzoek kan stellen. Zelden zal het nodig zijn om een klein stukje huid weg te nemen voor nader onderzoek.

Verder onderzoek bij u en uw partner

Omdat de anogenitale wratten besmettelijk zijn, kunt u uw partner besmetten. Het is daarom belangrijk dat de personen waarmee u seksueel contact heeft gehad, onderzocht worden op de aanwezigheid van deze wratten. De anogenitale wratten worden meestal overgedragen bij onbeschermd

seksueel contact. Bij een dergelijk seksueel contact is er ook een risico voor het oplopen van andere geslachtsziekten. Wanneer de mogelijkheid van andere geslachtsziekten aanwezig is, is nader onderzoek naar andere geslachtsziekten raadzaam.

Welke behandelingen zijn er?

De behandeling is gericht op vernietiging van het weefsel, zodanig dat alle virusdeeltjes in de huid kapot gemaakt worden. Hiervoor bestaan verschillende mogelijkheden.

Vloeibare stikstof

Dit is de eerste keus bij de behandeling van wratten die zich niet in de vagina, plasbuis of in de anus bevinden. Door bevriezing van de huid wordt het weefsel beschadigd. Hierdoor kunnen blaartjes of wondjes ontstaan. Deze kunnen pijnlijk zijn en hinder veroorzaken.

Elektrocoagulatie

Deze behandeling is effectief, maar verhoudingsgewijs agressief. De behandeling moet meestal met een verdoving van de huid uitgevoerd worden.

Aanstipvloeistoffen

  • Podofylline
    Podofylline is een natuurlijke stof dat uit een bepaalde harssoort gewonnen wordt. Het remt de groei van de wrat. Podofylline kan de huid zeer sterk irriteren. Het wordt daarom alleen op de polikliniek dermatologie aangebracht. U moet het, om sterke huidirritatie te voorkomen, volgens instructie van de arts binnen een aantal uren afwassen. Deze behandeling kan niet bij zwangeren toegepast worden.
  • Podofyllotoxine
    Podofyllotoxine is een mildere van podofylline afgeleide stof. Het is verkrijgbaar in een aanstipvloeistof (Condyline®) en een crème (Wartec®). Deze aanstipvloeistoffen en crèmes zijn geschikt om zelf thuis te gebruiken. Zij kunnen niet tijdens de zwangerschap gebruikt worden.
  • Trichloorazijnzuur
    Trichloorazijnzuur is een sterk etsende vloeistof die de cellen van de wratten vernietigt. Vanwege de sterk etsende werking en het grote risico op huidbeschadiging wordt een dergelijke behandeling alleen door de dermatoloog uitgevoerd.
  • Imiquimod
    Imiquimod is een nieuw middel tegen anogenitale wratten. Het is in Nederland verkrijgbaar in een crème (Aldara®). Deze crème wordt nog niet door de ziektekostenverzekering vergoed. Deze stof stimuleert het afweersysteem in de huid. Het duurt tenminste acht tot tien weken voordat enig effect bereikt kan worden. Wanneer de afweer van de huid daadwerkelijk gestimuleerd wordt, kunnen hierdoor de wratten afgestoten worden.

Operatie

Grote wratten kunnen onder verdoving weggesneden worden. De wonden die hiermee ontstaan moeten grotendeels vanzelf genezen.

Laserbehandeling

Met behulp van lasertherapie kunnen wratjes weggebrand worden. Deze techniek wordt vooral gebruikt bij wratten die zich op moeilijk bereikbare plaatsen, zoals in de plasbuis of in de anus bevinden.

Leefregels na de behandeling

Verdere besmetting voorkomen

De anogenitale wratten worden vooral bij seksueel contact overgedragen. Bij veel wisselende contacten is er daarom een groter risico voor het oplopen van deze wratten. Door gebruik van condooms wordt de kans op het verkrijgen van deze wratten kleiner. Het condoom beschermt alleen de bedekte huid. De huid die niet door het condoom bedekt wordt, kan tijdens het vrijen besmet worden.

Informeer uw partner

U heeft de anogenitale wratten van iemand opgelopen. De wratten van u zijn besmettelijk en u kunt ermee anderen besmetten. Het duurt lang alvorens na een besmetting de wratjes zichtbaar worden. Soms zelfs langer dan zes maanden. Informeer daarom alle personen waarmee u in het laatste half jaar intiem of seksueel contact heeft gehad. Het is belangrijk dat zij zich laten onderzoeken op de aanwezigheid van de wratjes, zodat deze behandeld kunnen worden. Wanneer u het niet gewenst acht om de betreffende persoon zelf te informeren, kunt u de sociaal verpleegkundige van de GGD raadplegen. Zij kan u hulp bieden.

Contact

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen hebben, stelt u deze dan gerust aan de behandelend arts.