Diabetes en ontregeling door ziekte

De behandeling

Als u diabetes heeft en u wordt daarnaast ziek, verandert de behoefte aan insuline. In het algemeen is er meer insuline nodig, dus de bloedglucosewaarden kunnen te hoog worden. Vooral bij een infectie met koorts kan de bloedsuikerspiegel snel stijgen. Een regelmatige zelfcontrole om te kijken hoe u op de ziekte reageert, is erg belangrijk.

Wat kunt u doen om ook bij ziekte uw bloedglucosespiegel zo goed mogelijk geregeld te houden?

• Extra zelfcontrole van de bloedsuikers is nodig, minimaal vier maal per dag. Meet voor de maaltijden en voor het slapen gaan.
• Bij ziekte altijd de insuline blijven spuiten, ook als u minder/niet eet of drinkt. Het lichaam heeft bij ziekte (zeker bij een infectie met koorts) meer insuline nodig dan normaal.
• Het kan nodig zijn de verhoogde bloedsuikerwaarden te corrigeren met extra kortwerkende insuline via een bijspuitschema. Een persoonlijk schema kunt u vragen bij uw diabetesverpleegkundige.
• Drink bij koorts minimaal 2 liter per dag.
• Als u geen eetlust heeft, probeer dan kleine beetjes te drinken. Ook voedingsmiddelen als pap, vla en vruchtenyoghurt zijn dan een goed idee.
• Wanneer de bloedsuiker lager dan 7 mmol/l is, moet het drinken koolhydraten bevatten (bijvoorbeeld vruchtensap of yoghurtdrank).
• Neem contact op met de diabetesverpleegkundige voor advies en/of ondersteuning.

Bel uw diabetesverpleegkundige of de arts:

• Bij braken!
• Als de bloedsuikers erg hoog zijn (hoger dan 20 mmol/l) of als ondanks het bijspuiten van kortwerkende insuline de bloedsuikers toch hoog blijven.

Als u moet braken zonder dat er sprake is van een infectie (bijvoorbeeld bij zwangerschap of als u iets verkeerd gegeten heeft) heeft u kans op een lage bloedglucose. De dosis kortwerkende insuline moet dan mogelijk verlaagd worden. Ook nu is extra controle van de glucosewaarden noodzakelijk. Heeft u een te lage glucosewaarde neem dan dextro of aanmaaklimonade om een hypoglycaemie te voorkomen.