Reversed schouderprothese

Binnenkort wordt bij u een schouderoperatie verricht. Tijdens deze operatie wordt uw beschadigde schoudergewricht vervangen door een kunstgewricht.
Hierbij ontvangt u informatie over het schoudergewricht en de behandelingsmogelijkheden bij beschadiging daarvan. Ook krijgt u informatie over de voorbereiding op de operatie, de operatie zelf en de nabehandeling. Neemt u deze folder mee naar het ziekenhuis als u opgenomen wordt. Dan kunt u alles nog eens rustig nalezen.
U ontvangt hierbij informatie over de gang van zaken gedurende uw opname. Iedere patiënt is echter anders. De gang van zaken bij uw opname kan daarom enigszins verschillen van die van andere patiënten in het ziekenhuis. In het algemeen kunt u verwachten dat uw opname zal verlopen volgens deze beschrijving.

 

Het schoudergewricht
Het schoudergewricht wordt gevormd door het schouderblad en de kop van de bovenarm. Het schouderblad heeft een kleine kom waarin de kop van de bovenarm past. Zowel de kom als de kop zijn bekleed met kraakbeen. Hiertussen bevindt zich een laagje gewrichtsvocht zodat het gewricht soepel kan draaien. Het geheel wordt omgeven door het gewrichtskapsel.

Oorzaken van slijtage
Het kraakbeen kan door een ongeval of een botbreuk na verloop van tijd slijtage gaan vertonen. Dit wordt artrose genoemd. Indien u reumatoïde artritis heeft, wordt de artrose van het gewricht veroorzaakt door ontsteking van het gewricht.

Klachten
Als het kraakbeen versleten is, kan het gewricht niet meer soepel bewegen. Dit veroorzaakt pijn en stijfheid van het gewricht. Door de irritatie die ontstaat bij het bewegen, wordt ook meer gewrichtsvocht aangemaakt, waardoor het gewricht dik wordt.

De behandeling

Als door de slijtage de klachten dusdanig ernstig zijn dat pijnstillers niet meer helpen, kan de orthopedisch chirurg besluiten om het versleten gewricht te vervangen door een kunstgewricht. Dit kunstgewricht heet een schouderprothese.

Wat kunt u verwachten van de operatie?
De belangrijkste reden voor de operatie is de pijn. Deze pijnklachten verdwijnen na de operatie vrijwel helemaal. Na de operatie ervaart u echter tijdelijk een andere soort pijn. Deze pijn wordt in de loop der tijd geleidelijk minder. Die periode kan tot een jaar na de operatie duren.
De bewegingsmogelijkheden van de schouderprothese hangen onder andere af van de
bewegingsmogelijkheden van uw schoudergewricht voor de operatie.

Onderzoek voor de operatie (pré-operatieve screening)

  • Bezoek aan de anesthesioloog:
    U bezoekt  (voor de opname in het ziekenhuis) op de polikliniek pré-operatieve screening de anesthesioloog. Hij brengt uw gezondheid en eventueel medicijngebruik in kaart. Verder krijgt u voorlichting over de verdoving en pijnbestrijding na de operatie.
    De operatie vindt plaats onder algehele narcose en/of regionale verdoving. Verder wordt bloedonderzoek verricht en eventueel een E.C.G. (hartfilmpje) gemaakt. Dit is nodig om uw lichamelijke conditie in kaart te brengen om de kans op problemen, tijdens en na de operatie, zo klein mogelijk te maken.


Voor de behandeling

  • Eigen medicijnen:
    U wordt verzocht om de medicijnen die u thuis gebruikt mee te nemen naar het ziekenhuis.
  • Bodylotion:
    Wilt u de week voor uw opname geen bodylotion meer op uw te opereren arm gebruiken? Dit in verband met het desinfecteren van de huid op de operatiekamer.
  • Dieet:
    Voor informatie hierover verwijzen wij u graag naar de folder "anaesthesie" welke u gekregen hebt bij uw bezoek aan de anesthesist. Hierin staat vanaf wanneer u niet meer mag eten en drinken.

    Dag van de operatie
    Op de ochtend van de operatie moet u zich douchen. In het ziekenhuis mag u eerst bloed laten prikken bij het laboratorium op de begane grond. Als u voor 07.30 uur opgenomen wordt, mag u zich meteen melden op afdeling Orthopedie en hoeft u dus niet eerst bloed te laten prikken.
    Als u zich gemeld heeft op afdeling Orthopedie voert de verpleegkundige nog een gesprek met u om gegevens te noteren en te controleren. Verder zal de verpleegkundige alvast wat voorbereidingen voor de operatie bij u doen.



Tijdens de behandeling

Tijdens de operatie wordt uw schoudergewricht vervangen door een kunstgewricht. De ingreep zelf bespreekt uw behandelend orthopedisch chirurg met u op de polikliniek.

Na de behandeling

Een verpleegkundige belt uw eerste contactpersoon als u terug bent op de afdeling.

  • Dieet:
    Na de operatie wordt rustig gestart met eten en drinken.
  • Medicijnen:
    Gedurende de opname krijgt u Fraxiparine toegediend door middel van een prikje om trombose te voorkomen. In de meeste gevallen worden de medicijnen die u thuis gebruikte na de operatie weer gestart.
  • Infuus:
    U heeft een infuus in uw arm. Dit infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht binnen krijgt. Het infuus wordt meestal de dag na de operatie verwijderd.
  • Pijnbestrijding:
    Na de operatie krijgt u pijnstilling in tabletvorm.
  • Misselijkheid:
    Soms treedt na de ingreep misselijkheid op. Dit kan door middel van medicijnen bestreden worden.
  • Wond:
    De wond is ongeveer 10 cm lang en er zijn hechtingen geplaatst. Er zit een verband om uw schouder, dit blijft twee dagen zitten. De wond wordt vanaf de tweede dag na de operatie 1 keer per dag verzorgd. Zodra de wond niet meer lekt, is verband niet meer nodig.
  • Sling:
    U krijgt direct na de operatie een sling (band) aangemeten. Dit ter ondersteuning van de arm
  • Mobiliteit:
    U start de eerste dag na de operatie met het oefenprogramma, onder leiding van een fysiotherapeut. De fysiotherapeut geeft aan hoe u de oefeningen moet uitvoeren.

    >>Download hier uw oefeningen en instructies<<

  • Douchen en baden:
    Zolang de wond lekt moet u zorgen dat deze droog blijft.




Mogelijke complicaties/risico's

Ondanks alle zorg die besteedt wordt aan de operatie, kunnen er soms toch nog complicaties optreden zoals:

  • Infectie van de schouderprothese of het gebied eromheen. Om de kans hierop zo klein mogelijk te maken, krijgt u rondom de operatie antibiotica toegediend.
  • Luxatie. Dit betekent dat de kop van de kunstschouder uit de kom schiet.De kans hierop is het grootst in de eerste drie maanden na de operatie. U dient zich daarom goed aan de bewegingsinstructies te houden.
  • Nabloeding
  • Loslating van de prothese na langere tijd. De schouderprothese kan dan eventueel weer vervangen worden.


Leefregels na de behandeling

  • Policontrole:
    Meestal gaat u na ongeveer 2 dagen naar huis. Bij uw ontslag krijgt u een afspraakkaartje mee voor een controlebezoek bij de orthopedisch chirurg. U moet na 2 en na 6 weken terug komen. Eventuele hechtingen worden verwijderd bij de controle na 2 weken. Bij de controle na 6 weken wordt van tevoren een röntgenfoto van de geopereerde schouder gemaakt.

  • Fysiotherapie:
    U gaat poliklinisch door met fysiotherapie. De fysiotherapeut zal u hierover informeren.

  • Leefregels:
    U mag de eerste zes weken:
  • Niet fietsen, bromfiets- en autorijden;
  • Niet sporten;
  • Geen zwaar huishoudelijk werk verrichten;
  • Niet koken.

Verder mag u de eerste drie maanden niet op uw geopereerde zijde slapen.

  • Als drager van een schouderprothese blijft de kans op infectie, ook in de toekomst, bestaan. U moet uw huisarts, tandarts of specialist van tevoren inlichten als tanden en kiezen getrokken worden, tandwortelbehandelingen plaatsvinden of operaties of andere inwendige ingrepen verricht worden. U moet wellicht tijdens deze ingrepen beschermd worden met antibiotica om zo het gevaar van infectie te vermijden. In sommige gevallen leidt een infectie elders in het lichaam namelijk tot een infectie rond de prothese.

In de volgende gevallen dient u altijd contact op te nemen met het polikliniek Orthopedie:

  • Als de wond gaat lekken.
  • Als de wond dik wordt en/of meer pijn gaat doen.

Dit kan tijdens kantooruren via telefoonnummer (0183) 64 42 57 (poli Orthopedie). Buiten
kantooruren kunt u contact opnemen met afdeling Orthopedie via telefoonnummer (0183) 64 30 14.

Voor overige vragen kunt u de eerste 72 uur, binnen kantoortijden, contact opnemen met polikliniek Orthopedie telefoonnummer: (0183) 64 42 57. Buitenkantoortijden met afdeling orthopedie telefoonnummer: (0183) 64 30 14.

 

 

Meer informatie

Leven met een schouderprothese
Het nieuwe gewricht is een kunstgewricht en is daardoor meer kwetsbaar. Zware lichamelijke inspanning en sport kunnen de levensduur van het nieuwe gewricht beperken. Bespreek daarom met uw orthopedisch chirurg welke sporten u kunt uitoefenen en welke bewegingen u zeker moet vermijden. Materiaalslijtage komt in zeer geringe mate voor. De levensduur van de prothese wordt in het algemeen beperkt doordat een van de prothesedelen los gaat zitten. De kans hierop is wisselend, soms pas na tien of vijftien jaar na plaatsing van de kunstschouder. Soms gebeurt het helemaal niet. Deze kans op loslating met name op de lange termijn is de reden dat u jaarlijks of om de twee jaar blijvend gecontroleerd dient te worden. Een belangrijk onderdeel van deze controle is een röntgenfoto van de schouder.

Tot slot
Als u nog vragen heeft, stelt u deze dan gerust aan de arts of de verpleegkundige.