Pacemakerwissel

De behandeling

Als de pacemaker gewisseld moet worden, gaat u meestal dezelfde dag naar huis. Hier informeren wij u over de ingreep, de voorbereiding en de nazorg.

De meeste pacemakers gaan 5 tot 10 jaar mee. Als uw pacemaker uw hartritme voortdurend ondersteunt, is de batterij eerder leeg dan wanneer uw pacemaker maar af en toe in actie hoeft te komen. Uw cardioloog of de pacemakertechnicus kunnen u vertellen hoe lang uw pacemaker naar verwachting zal meegaan. Als de batterij uitgeput raakt, ziet men dat altijd ruim op tijd bij de pacemakercontroles.

Bij een wissel moet de pacemaker worden vervangen. U moet daarvoor een nieuwe operatie ondergaan, waarbij men de oude pacemaker weghaalt en direct de nieuwe inbrengt. De oude elektroden worden meestal op de nieuwe pacemaker aangesloten.

Voor de behandeling

Medicatie

Eventuele bloedverdunnende medicijnen, zoals Sintrommitis/Acenocoumarol) worden in overleg met uw cardioloog 2 dagen van tevoren gestopt. Marcoumar/ Fenprocoumon, ook NOAC/DOAC's zoals apixaban, dabigratan en rivaroxaban worden meestal 2 dagen van tevoren gestopt, tenzij uw cardioloog anders met u afspreekt.
Ascal/carbasalaat calcium, acetylsalicylzuur, Plavix/clopidogrel, Efiënt/prasugrel of ticagrelor/brilique worden meestal niet gestopt voor de ingreep. Als u fraxiparine (bloedverdunners) spuitjes gebruikt mag u die de avond voor en de ochtend van de pacemakerwissel niet krijgen. In sommige gevallen zal een ander bloedverdunnend medicijn worden voorgeschreven. Dit hoort u van uw cardioloog.

Als u borsthaar heeft, is het handig als u dit al thuis scheert. U hoeft alleen te scheren aan de kant waar de pacemaker zit. Dit is nodig om een eventuele infectie te voorkomen

Poliklinisch wordt er soms nog bloed geprikt, een hartfilmpje gemaakt en soms er nog een foto van de borstkas gemaakt. Wanneer u al in het ziekenhuis bent opgenomen, gebeurt dit tijdens de opname. Op de poli wordt gevraagd waar de pacemaker zit. Hij komt dan op dezelfde plek.

 

 

Ziekenhuisopname

In het geval van een pacemakerwisseling, wat over het algemeen een dagopname is, op de dag zelf geen plasmedicijnen innemen

Nuchter zijn

U mag tot 3 uur voor aanvang van uw behandeling nog een licht ontbijt als u 's morgens geholpen wordt of een lichte lunch (1 beschuit of boterham en een kopje thee) als uw 's middags geholpen wordt. Water en thee mag u blijven gebruiken tot aan de ingreep. Als u diabetes mellitus heeft en insuline spuit, mag u eten zoals u gewend bent. Ook mag u de gebruikelijke hoeveelheid insuline spuiten.

Wij willen u vragen het volgende mee te nemen naar het ziekenhuis:

  • alle medicijnen, die u gebruikt in de originele verpakking;
  • uw medicijnkaart en eventueel een trombosedienstkaartje;
  • toiletspullen en verdere benodigdheden voor een verblijf van twee dagen in het ziekenhuis.

Tijdens de ingreep mag u geen sieraden dragen omdat de ingreep onder steriele omstandigheden plaatsvindt. We raden u aan om daarom geen kostbare zaken mee naar het ziekenhuis te nemen. In het geval van zoek raken is het ziekenhuis hiervoor niet aansprakelijk.

Dag van opname

Als u 's morgen als eerste geholpen wordt, wordt u één dag voor de operatie opgenomen. Wordt u 's middags geholpen, dan wordt u de ochtend van de behandeling opgenomen. Daarna heeft u op de afdeling een opnamegesprek met de verpleegkundige. De verpleegkundige noteert de gegevens, die van belang zijn voor uw behandeling in het ziekenhuis. U heeft dan ook de gelegenheid om eventuele vragen te stellen. Daarna wordt u voorbereid op de operatie.
Een verpleegkundige brengt een infuusnaald in uw hand of arm in. Een uur voor de operatie wordt het infuus aangesloten en krijgt u antibiotica toegediend.

Tijdens de behandeling

Tijdsduur

De tijdsduur van de ingreep varieert van 30 tot 60 minuten.

Bij de wissel van de pacemaker maakt de cardioloog een kleine opening net boven het oude litteken, neemt de oude pacemaker eruit, maakt deze los van de elektrode(n) en controleert of deze nog in orde zijn. Als de elektroden nog intact zijn en goed functioneren, worden ze aangesloten op de nieuwe pacemaker. Af en toe komt het voor dat ook de elektroden vervangen moeten worden.

Na de behandeling

Na de implantatie wordt u naar afdeling 3 Oost teruggebracht. U wordt aangesloten aan de telemetie. Dit is een bewakingsapparaatje dat om uw nek wordt gehangen en uw hartslag registreert. Er wordt een hartfilmpje gemaakt.
Bij de wissel zonder vervanging van de elektroden, kunt u dezelfde dag weer naar huis. Na de implantatie wordt uw hartritme nog een tijdje bewaakt op de afdeling. Als alles goed gaat, mag u daarna weer naar huis.
Bij een wissel waarbij ook de elektroden worden vervangen, dan geldt dezelfde nazorg als bij de implantatie. Zie folder pacemakerimplantatie.
Ook bij vervanging van de pacemaker is dezelfde wondcontrole nodig als bij een implantatie (zie ook: pacemakerimplantatie). U kunt uw arm echter veel sneller weer gebruiken, omdat de elektroden niet meer hoeven vast te groeien.

Controles

Na twee weken komt u op controle bij de pacemakertechnicus. Tijdens deze controle wordt de pacemaker gecontroleerd op de juiste werking en wordt een aantal metingen verricht. Als dat nodig is, wordt de pacemaker anders ingesteld. Tevens controleert hij de wond. Na 4 tot 6 weken komt u op controle bij uw eigen cardioloog. Houdt u er rekening mee dat u na de implantatie niet zelf een voertuig mag besturen, omdat de wond tijd nodig heeft om te genezen. We raden u daarom aan om vervoer naar huis te regelen.

Hervatten van de medicatie
De Ascal/carbasalaatcalcium, carbasalaatcalcium, Plavix/clopidogrel of Efiënt/Prasugrel, Ticagrelor/Brilique mogen de dag na de ingreep weer hervat worden. De Sintrommitus/acenocoumarol of Marcoumar/Fenprocoumon mogen pas twee dagen na de ingreep hervat worden.

Pleister
U mag de pleister na 10 dagen zelf verwijderen. Met de pleister mag u gewoon douchen.

Dag na pacemaker vervanging

  • Zou u tussen 9.00 uur en 9.30 uur de afdeling willen bellen waar u opgenomen was. (0183) 64 2058 als u op afd. 3-oost opgenomen bent geweest of (0183) 64 5124 als u op 3-Noord opgenomen bent geweest.
  • Dan geeft u door of u nog problemen heeft gehad en of u nog klachten heeft.

Pleister

De pleister, die op de wond zit, kunt u laten zitten totdat deze er vanzelf afgaat. U mag de pleister ook na 10 dagen zelf verwijderen. Met de pleister mag u gewoon douchen.

Mogelijke complicaties/risico's

We raden u aan uw wond goed in de gaten te houden.

Overleg met uw cardioloog:

  • als de wond blijft nabloeden;
  • als er plotseling een toenemende zwelling onder de pleister optreedt;
  • bij problemen met de wond zoals roodheid of vochtigheid van de huid rondom de wond;
  • bij koorts (boven de 38ºC)

Bloeduitstorting
Als men bij het insnijden van de huid een bloedvaatje raakt, ontstaat op die plaats een bloeduitstoring. Deze verdwijnt meestal vanzelf na een paar dagen.

Ontsteking
Ook al houdt men de wond zo goed mogelijk schoon, toch blijven er weleens bacteriën achter, die een ontsteking (infectie) veroorzaken. Meestal is dan antibiotica nodig. Als de ontsteking tot in de pacemakerpocket doordringt, moeten te pacemaker en de elektroden verwijderd worden. Ze worden dan aan de andere kant opnieuw in het lichaam ingebracht.

Contact

Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek Cardiologie, tel. (0183) 64 43 05.