Katheterventiel bij een urinekatheter

De behandeling

In overleg met uw arts is er bij u een urinekatheter ingebracht. Dit is een siliconen buisje waardoor de urine uit uw blaas kan lopen. De katheter zit met een opgeblazen ballonnetje vast in uw blaas. Hier informeren wij u over het verzorgen van uw katheter.

Er bestaan 2 soorten urinekatheters. Vaak wordt de katheter via de plasbuis in de blaas ingebracht. Het komt ook voor dat de katheter rechtstreeks via de buikwand wordt ingebracht. Deze katheter wordt suprapubische- of buikkatheter genoemd. De keuze van het type katheter wordt, in nauw overleg met u, gemaakt door de behandelend uroloog.

Mogelijke complicaties/risico's

Als u een katheter heeft, is het van belang dat u op de hoogte bent van het optreden van eventuele problemen:

  • Lekkage van de katheter: Sommige patiënten met een katheter hebben last van urineverlies langs de katheter. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Meestal is er een knik in of afklemming van de afvoerende slang naar de katheterzak.
  • Blaaskramp is dikwijls een reactie van het lichaam op de katheter. De behandeling van blaaskramp bestaat uit spasmeremmende medicijnen.
  • Iedere patiënt met een katheter heeft bacteriën in de urine. Behandeling met antibiotica is echter alleen noodzakelijk als u tekenen van een infectie hebt (koorts of zeer troebele urine). Antibiotica moeten niet overmatig gebruikt worden in verband met resistentie.
  • Verstopping van de katheter. Als de katheter niet meer functioneert, moet deze gespoeld worden. Als er dan nog geen doorgang is, moet de katheter verwisseld worden.
  • Uitvallen van de suprapubische- of buikkatheter: Wanneer de katheter is uitgevallen, moet er zo snel mogelijk (ook in de nacht of in het weekend) een nieuwe katheter ingebracht worden, omdat het insteekkanaal vrij snel kan sluiten. Buiten kantoortijden kunt u in dit geval bellen met de huisartsenpost via (0183) 64 64 15.

Leefregels na de behandeling

Door de urinekatheter kan de urine worden afgevoerd naar buiten. Om de urine op gezette tijden in het toilet weg te kunnen laten lopen is er op uw katheter een ventiel aangesloten.

Overdag

Overdag dient u om de 3 uur of, indien nodig, vaker, uw blaas leeg te laten lopen. U kunt hiervoor het kraantje van het katheterventiel open zetten en de urine af laten lopen in het toilet. Het ventiel dient elke 5 dagen te worden verschoond.

's Nachts

Tijdens de nacht kunt u de urine af laten lopen met gebruik van een urinezak met een lange slang en zak. U sluit de nachtzak aan op het katheterventiel, waarna u het kraantje open zet. Hierdoor kan de urine, die u gedurende de nacht aanmaakt, rechtstreeks in de nachtzak worden opgevangen. 's Ochtends kunt u de nachtzak loskoppelen en het kraantje van de katheterventiel weer sluiten.

Tips

  • Trek nooit aan de katheter.
  • Zorg ervoor dat er geen spanning op de urinekatheter komt te staan.
  • Zorg ervoor dat er 's nachts geen knik in de urinekatheter komt. Anders kan de urine niet in de urinezak lopen.
  • Hang de urinezak altijd lager dan de hoogte van uw blaas. Als de zak hoger hangt, kan de urine niet weglopen.
  • Sluit de urinezak altijd goed aan. Dit voorkomt lekkage.
  • Neem de urinezak mee bij het uit bed komen.
  • Nadat u ontlasting heeft gehad, moet de anus schoongemaakt worden. Veeg of was hierbij altijd van voren naar achteren.
  • Als uw urine troebel wordt, moet u extra drinken. Helpt dit niet, neem dan contact op met de polikliniek urologie.
  • Drink minstens 2 liter per dag (tenzij de arts anders met u afspreekt).
  • Ga zorgvuldig en schoon met de katheter en urinezakken om. De punt van de urinezak is steriel. Het is belangrijk om de punt niet met uw handen aan te raken. Laat de urinezak niet op de grond vallen en ga voorzichtig om met de slang van de katheter.
  • Zorg voor een voorraad urinezakken.

Verwisselen van de katheter

De katheter wordt om de 6 á 8 weken verwisseld onder steriele omstandigheden. Dit gebeurt op de polikliniek Urologie. Meteen nadat de oude katheter is verwijderd, moet de nieuwe worden ingebracht omdat het insteekkanaal vrij snel kan sluiten. Als er veel steenaanslag op de katheter zit, kan de verwisseling soms beter vervroegd worden.

Spoelen van de blaas

Bij langdurig gebruik van een suprapubische katheter kan er in de blaas neerslag (slijm of gruis) ontstaan door afgestoten blaaswandslijmvlies en/of steenvorming. Om dit te voorkomen is het van belang dat u voldoende drinkt; in ieder geval meer dan 1½ liter per dag.

Zo nodig kan de blaas gespoeld worden. Dit is echter zeker niet voor iedereen noodzakelijk en gebeurt dan ook op advies van de uroloog of verpleegkundige. De frequentie van spoelen varieert van 1x per dag tot 2x per week, afhankelijk van de hoeveelheid neerslag in de blaas. De volgende middelen kunnen worden gebruikt: fysiologisch zout, solutio G en solutio R. Alle genoemde oplossingen zijn verkrijgbaar in wegwerpzakjes. De solutio G en solutio R zijn zure spoelmiddelen. Deze zijn in het algemeen beter in staat om vooral steenbeslag op te lossen. Niet iedereen verdraagt deze licht irriterende stoffen in de blaas even goed. Bij klachten zoals blaasirritatie moet u dan ook stoppen met deze spoelingen.

Contact

Deze pagina informeert u over het gebruik van een katheterventiel bij een urinekatheter. Het is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met de arts.

Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Urologie:

  • in Gorinchem (0183) 64 42 65
  • in Leerdam (Lingepolikliniek) (0345) 61 35 46