Botox-behandeling van een overactieve blaas

De behandeling

Een overactieve blaas betekent dat u vaak moet plassen en dat er sprake is van een verhoogde aandrang met mogelijk ongewenst urineverlies. Gangbare behandelingen zoals medicijnen en bekkenbodemtherapie hebben bij u onvoldoende resultaat opgeleverd. De toediening van Botox (Botuline-toxine) kan mogelijk uitkomst bieden.

In de urologie wordt botuline gebruikt voor behandeling van een overactieve blaas. Botuline-toxine is een medicinale stof die de signaaloverdracht van zenuwvezels naar spieren onderbreekt. De werking van botuline kunt u vergelijken met het doorknippen van de telefoonlijn bij u thuis. Als u de lijn doorknipt kunt u geen telefoongesprek meer voeren. En in het geval van botuline: als botuline in een spier wordt gespoten, kan die spier geen signaal meer ontvangen en wordt die spier tijdelijk verlamd. Na injectie van botuline in de blaasspier verdwijnen bij ongeveer 70% van de patiënten de klachten.

Voor de behandeling

  • De toediening van Botox in de blaas gebeurt doorgaans onder sedatie of onder plaatselijke verdoving.
  • In geval van sedatie wordt u van tevoren beoordeeld en moet u nuchter zijn voor de ingreep. Kijk voor uitgebreide informatie hierover op Sedatie met propofol bij onderzoek of behandeling. 
  • Wanneer er met u is afgesproken dat de behandeling onder lokale verdoving plaatsvindt, gelden deze voorbereidingen niet.
  • Eventuele bloedverdunnende medicijnen (zoals Sintrom, Marcoumar, Acetosal) worden in overleg met uw arts enige dagen van tevoren gestopt. Acetosal (Ascal) wordt meestal zeven dagen voor de ingreep gestopt;

Tijdens de behandeling

Dagbehandeling

De ingreep gebeurt via een kortdurende opname op de afdeling Dagbehandeling.Op deze afdeling wordt u ontvangen door een verpleegkundige. In een gesprek informeert de verpleegkundige onder meer naar uw medicijngebruik, eventuele allergieën en een contactpersoon.

Toediening

Voor het juiste effect moet botuline direct in de blaasspier geïnjecteerd worden en wel op 25 plaatsen. De uroloog brengt hiervoor een blaaskijker (cytoscoop) in en via een lange injectienaald wordt op de juiste plaatsen geprikt. Op elk van die plaatsen wordt een kleine hoeveelheid botuline geïnjecteerd. Omdat de injecties pijnlijk kunnen zijn, gebeurt de ingreep onder (plaatselijke) verdoving.

Na de ingreep is de blaas leeg. Soms heeft u een blaascatheter na de ingreep. Deze wordt dan de dag na de injecties op de verpleegafdeling verwijderd. Dan mag u na plassen naar huis.

Na de behandeling

  • De behandeling heeft geen nare bijeffecten. Soms kan na de injecties de urine iets bloederig zijn.
  • Het effect van de behandeling is na 3 dagen tot 3 weken merkbaar. De behandeling is effectief bij ongeveer 70% van de patiënten.
  • Helaas werkt botuline maar 6 tot 12 maanden. Als het is uitgewerkt kan de behandeling herhaald worden.
  • Een ander nadeel is dat bij sommige patiënten de botuline zo goed werkt, dat zij enige tijd niet goed kunnen plassen en daarom zichzelf enkele keren per dag moeten katheteriseren. Patiënten die twijfelen of ze dit zelfkatheteriseren wel aankunnen of aandurven, krijgen de mogelijkheid dit voor de ingreep te leren.

Contact

Indien u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, stelt u deze dan gerust aan de arts of verpleegkundige. Ook kunt u contact opnemen met het secretariaat van de polikliniek urologie via (0183) 64 42 65.