Diabetes: adviezen bij pomptherapie

De behandeling

Belangrijke termen


Basaalstand:

- De hoeveelheid kortwerkende insuline die u verdeeld over 24 uur krijgt.
- Kan in blokken ingesteld worden, in overleg met uw diabetesverpleegkundige.
- Er kunnen meerdere patronen gemaakt worden, bijvoorbeeld voor weekend en werkdagen.
- Met de tijdelijke basaalstand kunt u regelen dat u tijdelijk meer of minder insuline krijgt, bijvoorbeeld 50% tijdens en na het sporten of 120% op een dag met weinig activiteit.

Bolussen:
- Met een bolus geeft u een hoeveelheid kortwerkende insuline bij een maaltijd of om een hoge bloedglucose te corrigeren.
- De boluscalculator geeft een bolusadvies op basis van de gemeten bloedglucose en/of de eventuele koolhydraten die u gaat eten.
- De boluscalculator wordt samen met uw diabetesverpleegkundige ingesteld en houdt rekening met de streefwaarden van uw bloedglucose, de koolhydraat/insulineratio per maaltijd, uw insulinegevoeligheid en de werkingsduur van de insuline.
- Je hebt de standaard bolus, maar kunt ook de verlengde bolus gebruiken bij een vette maaltijd of lang tafelen.

Verwisselen canule en insuline:
- Het advies is om de twee/drie dagen de hele infuusset te verwisselen.
 - Verwissel de canule niet vlak voor u gaat slapen. Controleer één uur na het verwisselen uw bloedglucose om zeker te weten dat de canule goed is ingebracht.
- Na het inbrengen van een nieuwe canule moet deze gevuld worden met insuline via vullen/vast vulvolume of met een bolus.
- Als uw bloedglucose hoog blijft is het goed om de canule te verwisselen.
- Bij warm weer kan het nodig zijn de set vaker te vervangen dan normaal.

Uitlezen pompgegevens:
- Zorg ervoor dat u thuis de pomp kunt uitlezen, zodat de diabetesverpleegkundige op afstand advies kan geven.
- Stuur een mail met bijzonderheden en opmerkingen als u de pomp hebt uitgelezen.
- Probeer zelf ook thuis te raken in het uitleessysteem en kijk of u instellingen zou willen veranderen.

Hyperglycaemie
Al u een insulinepomp gebruikt en type 1 diabetes heeft, heeft u geen reserve aan insuline in uw lichaam. Dat betekent dat u snel ontregeld kunt raken als er iets mis is met de pomp. Daarom is het heel belangrijk om dagelijks een aantal keer uw bloedglucose te bepalen, bij voorkeur minimaal vier keer (voor de maaltijden en voor het slapen). Is uw glucosewaarde te hoog, controleer dan wat de oorzaak zou kunnen zijn.

Veel voorkomende problemen zijn:
- Canule niet goed ingebracht of verstopt.
- Aansluiting infuusslang niet correct.
- Bolus vergeten.
- Te weinig gebolust.
- Pomp te lang afgekoppeld of stop gezet.
- Tijdelijke basaalstand te laag.
- Storing van de pomp.

Ook andere factoren die niets met de pomp zelf te maken hebben kunnen een hyperglycaemie veroorzaken:
- Ziekte.
- Voeding.
- Stress.
- Minder lichaamsbeweging dan normaal.
- Spuitdefect.
- Hormonale invloed (bijvoorbeeld menstruatie).
- Medicijnen.

Actie: Corrigeer met behulp van de boluscalculator. Meet na twee uur nogmaals de bloedglucose. Is deze niet gedaald, spuit dan insuline bij met een insulinepen en vervang de hele infuusset. Zorg dat u voldoende water drinkt en doe even rustig aan.

Controleer de ketonen als u hiervoor materialen heeft: Ketonen < 0,6 : normale correctie. Ketonen 0,6-1,5 : normale correctie. Ketonen 1,5-3 : anderhalf keer de normale correctie. Ketonen >3 : bellen (binnen kantooruren (0183) 64 48 26, buiten kantooruren (0183) 64 44 44 en vragen naar dienstdoende internist).

Bij braken altijd bellen!

Hypoglycaemie
Controleer uw bloedglucose als u klachten heeft, die op een hypo kunnen wijzen. Neem actie als uw bloedglucose < 4 mmo/l (millomol per liter) is.

Oorzaken voor een hypo kunnen zijn:
- Teveel gebolust.
- Te hoge tijdelijke basaalstand of te lang.
- Te hoge basaalstand.

Niet pompgerelateerde oorzaken:
- Meer lichaamsbeweging.
- Voeding.
- Ziekte.
- Stress.
- Spuitdefect.
- Warmte (warm weer, sauna, bad).
- Alcoholgebruik.
- Hormonale invloeden (bijvoorbeeld menstruatie).

Actie:
- Stop de pomp of zet deze voor een half uur op tijdelijke basaalstand 0%.
- Neem 20 gram snelwerkende koolhydraten (dextro, limonadesiroop).
- Na 20 minuten nogmaals de glucose meten, is deze < 3,5 mmo/l neem dan nogmaals 20 gram snelwerkende koolhydraten.
- Bij een hypo voor de maaltijd eerst snelwerkende koolhydraten nemen en nog even wachten met de maaltijd.
- Na de maaltijd een bolus geven volgens het advies van de calculator, voer daarbij de bloedglucose van voor de maaltijd in.
- Als de hypo veroorzaakt wordt door sporten, ziekte, alcohol of menstruatie laat de tijdelijke basaalstand dan nog een paar uur op een lagere stand lopen.

Praktische tips

Sporten:

Tijdens het sporten neemt de gevoeligheid van uw lichaam voor insuline toe. Uw bloedglucose kan daardoor snel dalen. Maar door de adrenaline kan uw bloedglucose ook stijgen, bijvoorbeeld bij het spelen van een wedstrijd. Zorg ervoor dat u in elk geval niet met een te lage glucose gaat sporten. Houdt dextro of energydrank in de buurt en controleer zo nodig tussendoor uw bloedglucose. De pomp kunt u afkoppelen of op en lagere tijdelijke basaalstand zetten. Dit verschilt per persoon en per sport. Omdat de glucose ook na het sporten nog flink kan dalen is het belangrijk om ook dan nog de tijdelijke basaalstand te gebruiken.

Strand:

U kunt ervoor kiezen de pomp gewoon te blijven dragen en dan eventueel een lagere tijdelijke basaalstand te gebruiken als het warm is. De pomp mag niet direct in de zon, dus gebruik hier een hoesje voor.

U kunt er ook voor kiezen om de pomp los te koppelen. Dit mag maximaal 2 uur. Voor het geven van een bolus kunt u de pomp weer aansluiten. Bolus dan eventueel extra om de gemiste hoeveelheid basale insuline te compenseren. Let er wel op dat u de aansluiting schoon spoelt voor u het slangetje weer bevestigt in verband met zand en zeewater.

Wilt u uw pomp thuis laten, spuit dan elke 2 uur wat kortwerkende insuline met een insulinepen. Als u langer dan een dag zonder pomp wilt, heeft u ook langwerkende insuline nodig.

Als de insuline te warm wordt (> 30°C) vermindert de werking. Vervang daarom de insuline als u ziet dat de glucose zonder reden gaat stijgen.

Skiën:

U kunt de pomp blijven dragen en eventueel de tijdelijke basaalstand gebruiken. Het is even uitproberen op hoeveel % u die het beste kunt zetten. U kunt de pomp ook afkoppelen voor maximaal 2 uur. Voor het geven van een bolus kunt u de pomp weer aansluiten. Bolus dan eventueel extra om de gemiste hoeveelheid basale insuline te compenseren. U kunt er ook voor kiezen om een insulinepen met kortwerkende insuline mee te nemen en daar elke 2 uur mee te spuiten. Zorg er wel voor dat de insuline niet te koud wordt. Onder de 2°C verliest de insuline zijn werking. ’s Avonds kunt u de pomp dan weer aansluiten tot de volgende ochtend.

Vrijen:

Tijdens en na het vrijen neemt de gevoeligheid voor insuline toe, net als bij sporten. Gebruik daarom de tijdelijke basaalstand en zet deze zo nodig ook erna nog een paar uur op een lagere snelheid. U kunt de pomp ook afkoppelen. Plaats dan wel het afsluitdopje op de canule, omdat het anders pijnlijk kan zijn voor uw partner. Controleer na het vrijen uw glucose en vergeet niet de pomp weer aan te koppelen.

Reizen:

Laat het aan uw diabetesverpleegkundige weten als u op reis gaat. Het hangt er van af waar de reis naartoe gaat en hoe de reis er uit gaat zien welke maatregelen er vooraf genomen moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan:

- Tijdig aanvragen van een vakantieleenpomp.
- Extra glucosemeter.
- Voldoende batterijen.
- Insulinepen met naaldjes en penfill.
- Recept insuline voor nood.
- Glucagen.
- Bewaren insuline (frio tasjes).
- Tijdsverschil.
- Pompverzekering.
- Reisverzekering.
- Diabetespaspoort/douaneverklaring.
- Telefoonnummers/mailadressen diabetesverpleegkundige en pompfirma.
- Instellingen pomp noteren.
- Verdelen materialen in bagage (insuline niet in het ruim).

Zie ook diabetes en reizen.