Anesthesie (verdoving, pijnbestrijding en narcose)

De behandeling

Anesthesie is een ander woord voor verdoven, in slaap maken of narcose. De anesthesioloog is verantwoordelijk voor uw anesthesie. Samen met een speciaal hiervoor opgeleide anesthesiemedewerker zorgt de anesthesioloog onder andere voor de verdoving tijdens de operatie. Na de operatie zorgt de anesthesioloog voor de pijnbestrijding en de intensieve patiëntenzorg (intensive care).

Ter voorbereiding op de operatie bezoekt u eerste de polikliniek pre-operatieve screening (POS). Tijdens dit bezoek:
• gesprek met de apothekersassistente van het Farmaceutisch Steunpunt (onderdeel van de POS);
• invullen van de vragenlijst op de computer;
• gesprek met de anesthesioloog; lichamelijk onderzoek door de anesthesioloog;
• bepaalt de anesthesioloog samen met u de vorm van verdoving;
• krijgt u informatie over de nuchterheidscriteria;
• bespreekt u de opname in het ziekenhuis.

Belangrijk!

Tijdens de operatie moet u nuchter zijn. Dit is nodig om te voorkomen dat er voedselresten in uw luchtwegen komen als u tijdens of na de operatie moet overgeven.

  • Als u voor 13.00 uur wordt opgenomen, dan mag u op de avond voor de opname vanaf 24.00 uur niets meer eten. Tot 06.00 uur mag u nog een glas water of kopje thee (eventueel met suiker). U mag niet meer dan 200 ml drinken;
  • Als u na 13.00 uur wordt opgenomen, dan mag u op de ochtend van de opname om 07.00 uur een beschuit of cracker met jam en een kopje thee (eventueel met suiker) nemen. U mag niet meer dan 200 ml drinken. Tot 10.00 uur mag u nog een glas water of kopje thee (eventueel met suiker) drinken. U mag niet meer dan 200 ml nemen.

Roken

Het is verstandig in de uren voor de opname niet te roken. Liefst minimaal 24 uur om zo de koolmonoxide uit uw bloed te laten verdwijnen. Koolmonoxide gaat namelijk ten koste van zuurstof.

De luchtwegen van rokers zijn vaak geïrriteerd en daardoor gevoeliger voor ontstekingen. Bovendien kan hoesten na de operatie erg pijnlijk zijn.

 

 

Medicatie

Op het pré-operatieve spreekuur vertelt de anesthesioloog u welke medicijnen u op de dag van de ingreep moet innemen en met welke medicijnen u tijdelijk moet stoppen.
Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt is het heel belangrijk dat u dit aan de anesthesioloog vertelt.

Overige adviezen

Voor de opname moet u sieraden als horloge, oorbellen en alle andere soorten piercings, ringen en armbanden afdoen. Ook mag u geen make-up, nagellak of gezichtscrème gebruiken. Bril en gebitsprothese moet u op de verpleegafdeling achterlaten.

Als u kunstnagels draagt, vragen wij u om aan minimaal één vinger geen kunstnagel te dragen. Aan deze vinger wordt tijdens de operatie een klemmetje bevestigd waarmee metingen kunnen worden verricht.

Vragen

Wanneer u vragen heeft rondom het nuchter zijn voor de ingreep kunt u altijd terecht bij de Polikliniek Pre-operatieve screening (POS), via (0183) 64 45 18.
Maandag t/m vrijdag is deze bereikbaar van 8.30-12.00 uur en maandag, woensdag en donderdag van 13.30-16.30 uur.

Voor de behandeling

U krijgt een combinatieafspraak bij het Farmaceutisch Steunpunt (FSP) en op de Pre operatieve screening (POS).Tijdens deze afspraak heeft u achtereenvolgens de volgende gesprekken en onderzoeken:

  • gesprek met de apothekersassistente
  • invullen van de vragenlijst op de computer
  • bloeddruk meten
  • gesprek met de anesthesioloog
  • vaststellen van de methode van verdoven
  • informatie over nuchter zijn

Hieronder worden deze gesprekken en onderzoeken nader toegelicht.

Gesprek met de apothekersassistente

Op de polikliniek POS bezoekt u dus eerst een apothekersassistente van het Farmaceutisch Steunpunt (een onderdeel van de POS).U meldt zich bij de gastvrouw op A0.

  • de apothekersassistente vraagt naar uw medicijngebruik en allergieën. Die informatie is belangrijk voor het vervolggesprek met de anesthesioloog of anethesiemedewerker;
  • het is verstandig om een actuele medicatielijst van uw eigen apotheek mee te nemen;
  • ook als u geen medicatie gebruikt of allergieën hebt, wordt de anesthesioloog hierover geinformeerd. De apothekersassistente vraagt ook naar zelfzorgmiddelen (medicijnen die u zelf bij de drogist kunt kopen zonder recept).

Na het bezoek aan het FSP meldt u zich bij de gastvrouw op A0.

Invullen van de vragenlijst

Ter voorbereiding op de operatie moet u daarna een vragenlijst invullen op de computer in de wachtkamer. Wij adviseren iemand mee te brengen als u het lastig vindt om op de computer te werken.&nb

Gesprek met de anesthesioloog

De anesthesioloog stelt u vragen over:

  • uw lichamelijke en geestelijke conditie;
  • over geneesmiddelen die u gebruikt, over operaties die u in het verleden heeft ondergaan;
  • over overgevoeligheidsreacties voor medicijnen of latex (rubber);
  • over doorgemaakte ziektes.

Als u na een eerdere operatie misselijk bent geweest of moest braken, is het verstandig dit te bespreken. Daarnaast wil de anesthesioloog ook geïnformeerd zijn over uw gebitstoestand, of u gebitsprothesen, plaatjes of losse tanden heeft.

Lichamelijk onderzoek door de anesthesioloog

De anesthesioloog onderzoekt u lichamelijk, hij luistert naar uw hart en longen.

  • als u zwanger bent (of als die mogelijkheid bestaat), bespreek dit dan met de anesthesioloog.
  • het is mogelijk dat aanvullend onderzoek wordt afgesproken (hartfilmpje, bloedonderzoek).

Over het algemeen kan dit lichamelijk onderzoek direct na uw bezoek op de polikliniek, de functieafdeling of in het laboratorium plaatsvinden. Wanneer de uitslag van een onderzoek daartoe aanleiding geeft of wanneer u een grote ingreep moet ondergaan, kan het nodig zijn dat u voor de operatie nog een gesprek heeft met bijvoorbeeld een cardioloog, internist of longarts. Een afspraak met deze specialist(en) wordt op de POS voor u gemaakt.

Vaststellen van de methode van verdoven

Samen met u wordt besloten welke methode van verdoven zal worden gebruikt. Welke vorm van anesthesie wordt toegepast, is afhankelijk van de aard, ernst en plaats van de ingreep. Ook de tijdsduur van de ingreep speelt een rol, evenals uw leeftijd en uw geestelijke en lichamelijke gesteldheid. Hoewel u kunt meebeslissen over de soort anesthesie en in veel gevallen een keuze hebt, is het voor u niet altijd mogelijk de consequenties van die keuze te overzien. De uiteindelijke beslissing ligt daarom bij de anesthesioloog. Over het algemeen gaat de keus tussen algehele anesthesie; regionale (plaatselijke) anesthesie; postoperatieve pijnstilling In het gesprek met de anesthesioloog kunt u alles over de anesthesie vragen. Vragen over de operatie moet u stellen aan uw behandelend arts.Samen met u wordt besloten welke methode van verdoven zal worden gebruikt. Welke vorm van anesthesie wordt toegepast, is afhankelijk van de aard, ernst en plaats van de ingreep. Ook de tijdsduur van de ingreep speelt een rol, evenals uw leeftijd en uw geestelijke en lichamelijke gesteldheid. Hoewel u kunt meebeslissen over de soort anesthesie en in veel gevallen een keuze hebt, is het voor u niet altijd mogelijk de consequenties van die keuze te overzien. De uiteindelijke beslissing ligt daarom bij de anesthesioloog. Over het algemeen gaat de keus tussen

  • algehele anesthesie;
  • regionale (plaatselijke) anesthesie;
  • postoperatieve pijnstilling

In het gesprek met de anesthesioloog kunt u alles over de anesthesie vragen. Vragen over de operatie moet u stellen aan uw behandelend arts.

Informatie over nuchter zijn

Ter voorkoming van een ernstige longontsteking moet u 'nuchter' zijn. De maag moet voor de operatie leeg zijn in verband met de kans op braken en verslikking.
Dit betekent dat u vóór de operatie niet meer mag eten en drinken. Op de POS krijgt u adviezen voor nuchter zijn. Meer informatie staat in de nuchterheidscriteria.

Opname

De dag en het tijdstip van opname wordt bepaald door bureau opname. Als er tussen uw bezoek aan de POS en de operatie veranderingen in uw gezondheid zijn opgetreden, meldt dit altijd aan de POS: telefoonnummer: (0183) 64 45 18. Als er tussen uw bezoek aan de POS en de operatie veranderingen in uw medicatie zijn opgetreden, meldt dit altijd aan het FSP: telefoonnummer: (0183) 64 46 34.

Hoe lang u opgenomen moet worden is afhankelijk van de ingreep, de voorbereiding op de ingreep en uw eventuele bijkomende ziektes. Het is mogelijk dat u:

  • in dagbehandeling wordt geopereerd;
  • u op de dag van de operatie naar het ziekenhuis komt;
  • óf dat u één of meerdere dagen wordt opgenomen.

Uw behandelend arts of de anesthesioloog bespreekt dit met u.

Tijdens de behandeling

Anesthesie is niet het werk van de anesthesioloog alleen. Hij werkt samen met een anesthesiemedewerker. Samen geven zij u zo nauwkeurig en veilig mogelijk anesthesie tijdens een operatie. Uw lichaamsfuncties, zoals ademhaling en bloedsomloop, worden voortdurend in de gaten gehouden. Met behulp van elektronische apparatuur controleren de anesthesioloog en de anesthesiemedewerker precies hoe u de behandeling doorstaat.

Het is mogelijk dat een andere anesthesioloog dan degene met wie u op de polikliniek pre-operatieve screening gesproken hebt de anesthesie geeft.

  • Een operatie is altijd een spannende gebeurtenis. Voor u naar de operatiekamer wordt gebracht kunt u vragen om een kalmerend middel of een slaapmiddel, in de vorm van een tablet, drank of een injectie;
  • uw sieraden, piercings, bril, make-up, contactlenzen of gebitsprothese moet u af of uit doen bij algehele narcose;
  • ringen moet u in verband met een infuus zowel bij algehele als bij regionale anesthesie af doen;
  • een eventueel gehoorapparaat mag u wel inhouden.

Na de behandeling

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer) gebracht. Hier wordt u weer aangesloten aan bewakingsapparatuur. Soms krijgt u via een slangetje in de neus extra zuurstof toegediend. De anesthesioloog en speciaal opgeleide verpleegkundigen bewaken u tot u weer helemaal wakker bent. Pas daarna wordt u naar de verpleegafdeling teruggebracht.

Het kan zijn dat u na de operatie nog een tijd slaperig bent, een gevoelige keel heeft of misselijk bent. Het is ook mogelijk dat u het koud heeft gekregen. U kunt dan aan de verpleegkundigen op de verkoeverkamer vragen om u te helpen; zij zullen er alles aan doen om deze ongemakken zoveel mogelijk te voorkomen of te verhelpen..

Als u terug bent op de afdeling en zich goed voelt, kunt u voorzichtig beginnen met wat drinken en later wat eten.

Mogelijke complicaties/risico's

Elk medisch handelen, dus ook de anesthesie, houdt een zeker risico in. Wat de anesthesie betreft is dit risico zeer gering. Nieuwe technieken, het beschikbaar zijn van kortwerkende verdovingsmiddelen, de verbeterde voorbereiding op de chirurgische ingreep en de uitgebreide en zorgvuldige bewaking maken de anesthesie uiterst veilig. De anesthesioloog is steeds intensief bij uw welzijn betrokken, zowel vóór, tijdens als na uw operatie. Hoewel ernstige complicaties bij de anesthesie bijna niet meer voorkomen, kan de anesthesie de volgende min of meer vervelende bijwerkingen hebben:

  • Na de operatie kunt u pijn krijgen. U kunt aan de verpleegkundige een pijnstiller vragen. De verpleegkundigen op de uitslaapkamer en op de afdeling hebben aanwijzingen gekregen over wat zij u mogen toedienen.
  • Een bekende nawerking van anesthesie is misselijkheid en braken. Als u hier last van heeft, kunt u van de verpleegkundige een zetpil of een injectie krijgen.
  • Als u een aantal uren na de operatie nog niet geplast heeft en u heeft (vage) pijnklachten onder in de buik, dan kan dit wijzen op een te volle blaas. Zowel na algehele als na regionale anesthesie kan dit voorkomen. Waarschuw dan de verpleegkundige. Zo nodig krijgt u een blaaskatheter.
  • Als u na het ontwaken een zwaar of kriebelig gevoel achter in uw keel heeft, komt dat door de maatregelen die genomen zijn om uw ademhaling te ondersteunen. Meestal verdwijnt dat gevoel binnen een dag.
  • U kunt na de operatie last hebben van spierpijn. Deze pijn is van voorbijgaande aard. De pijn kan veroorzaakt worden door het stilliggen op een operatietafel of door uw houding tijdens de operatie. Uw lichaam herstelt zich in een eigen tempo.
  • Bij algehele anesthesie is het vaak nodig om een beademingsbuisje in te brengen om uw ademhaling beter te kunnen controleren. Hoe voorzichtig het inbrengen of verwijderen van zo'n beademingsbuisje ook gebeurt, er blijft altijd een risico op beschadiging van het gebit of kronen bestaan.
  • Er bestaat een kleine kans dat u na een ruggenprik hoofdpijn krijgt, soms pas na enkele dagen. Deze hoofdpijn onderscheidt zich van een 'gewone' hoofdpijn doordat de pijn erger wordt als u rechtop gaat zitten en afneemt zodra u gaat liggen. In het algemeen duurt deze hoofdpijn slechts enkele dagen. Neem contact op met het ziekenhuis en vraag naar de (dienstdoende) anesthesioloog om uw hoofdpijnklachten te bespreken.
  • U kunt na de ingreep snel vermoeid raken en last krijgen van concentratieproblemen en geheugenstoornissen. Deze klachten worden niet alleen door de anesthesie veroorzaakt, maar zijn ook een gevolg van de operatie. Uw lichaam heeft veel te verwerken. Het is logisch dat u na de operatie niet meteen fit bent. Deze verschijnselen nemen af naarmate uw herstel vordert en u weer op krachten komt.
  • Het komt voor dat er rugpijn ontstaat op de plaats waar de ruggenprik is gegeven. Deze klachten verdwijnen vanzelf. Als u wilt, kunt u hierover contact opnemen met de anesthesioloog.

Leefregels na de behandeling

Als u op de dag van de operatie naar huis mag:

  • Na een operatie mag u niet zelf autorijden; zorg dus voor begeleiding of regel vervoer per taxi;
  • In de eerste 24 uur na de operatie is het van groot belang dat er iemand in uw directe omgeving aanwezig of bereikbaar is.
  • Bestuur geen machines en/of neem geen belangrijke beslissingen.

Contact

Een operatie is een ingrijpende gebeurtenis. De chirurg kan u daar alles over uitleggen.

De anesthesie die nodig is voor de operatie, bespreekt u tijdens het pre-operatieve spreekuur met de anesthesioloog of anesthesiemedewerker. Als u meer over de anesthesie wilt weten, leg uw vragen dan tijdens dat gesprek voor aan de anesthesioloog of de anesthesiemedewerker tijdens het gesprek. Hij of zij is graag bereid op al uw vragen een zo duidelijk en uitgebreid mogelijk antwoord te geven.

Tot slot

Mocht u na de operatie nog vragen of (gezondheids-)klachten hebben met betrekking tot de anesthesie, dan kunt u via de POS contact opnemen met de anesthesioloog die u de anesthesie heeft gegeven op telefoonnummer (0183) 64 45 18.

Bij vragen, veranderingen van uw gezondheidstoestand of het maken van een afspraak, kunt u bellen met de POS. De POS is op werkdagen bereikbaar van 8.00 tot 12.30 uur en van 13.00 tot 16.30 uur op telefoonnummer (0183) 64 45 18.

Bij vragen over medicatie of wijzingen van uw medicatie, kunt u bellen met het Farmaceutisch Steunpunt. Het Farmaceutisch Steunpunt is op werkdagen bereikbaar van 8.00 tot 16.30 uur op telefoonnummer (0183) 64 46 34.

Over de definitieve operatiedatum wordt u door Bureau Opname gebeld. Voor vragen over uw opname kunt u Bureau Opname bellen. Bureau Opname is elke werkdag bereikbaar van 8.30 tot 16.30 uur op telefoonnummer (0183) 64 44 49.

Meer informatie