Middenooroperatie (ketenreconstructie): reparatie gehoorbeenketen

De gehoorbeenketen bestaat uit een hamer, aambeeld en stijgbeugel. Deze gehoorbeentjes geven geluid door van het trommelvlies aan het slakkenhuis.

Door trauma, (chronische) ontsteking, of cholesteatoom  of als gevolg van een eerdere operatie, kan het zijn dat de gehoorbeentjesketen niet meer intact is of er één of meer gehoorbeentje missen. Dan ontstaat gehoorverlies.

In dergelijke gevallen kan de KNO-arts er met u voor kiezen een ketenreconstructie te verrichten.

Voor de behandeling

Onderzoek voor de operatie (pre-operatieve screening)

U bezoekt (voor opname in het ziekenhuis) de polikliniek pre-operatieve screening de anesthesioloog. Hij/zij brengt uw gezondheid en eventueel medicijngebruik in kaart. Ook krijgt u voorlichting over de verdoving en over de pijnbestrijding na de operatie.

Een normale bloedstolling na de operatie is van groot belang. Daarom mag u voorafgaand aan de ingreep geen bloedverdunnende middelen gebruiken. Deze middelen zorgen er voor dat het bloed minder goed of geheel niet stolt. Het gaat hierbij met name om pijnstillers die acetylsalicylzuur bevatten (Aspirine, Acetosal, Ascal ect. ). Wanneer u wordt begeleid door de trombosedienst en dus antistolling gebruikt , moet u dit absoluut melden aan de behandelend Keel-, Neus-en Oorarts en de anesthesioloog. Eveneens moet u vermelden of er in uw familie aangeboren bloedstollingsstoornissen voorkomen.

Na het bezoek aan de anesthesioloog heeft u een gesprek met een verpleegkundige. De verpleegkundige noteert uw gegevens die van belang zijn voor uw behandeling in het ziekenhuis. U krijgt aanvullende informatie over de operatie en instructies voor de opname.

De voorbereiding thuis

U wordt verzocht om de medicijnen die u gebruikt mee te nemen naar het ziekenhuis. In de folder Anesthesie staat vanaf wanneer u niet meer mag eten en drinken. U heeft deze ontvangen bij uw bezoek aan de anesthesist of via cliëntenportaal MijnRivas toegekend. U kunt de folder ook hier lezen. Op de ochtend van de operatie moet u zich douchen.

U wordt op de dag van de operatie opgenomen. Voordat u naar de operatiekamer gaat, komt de KNO-arts bij u langs voor het beantwoorden van eventuele laatste vragen. Ook zal de KNO-arts met een stift aangeven welk oor geopereerd gaat worden. Op de operatiekamer wordt een aantal details over u nog eens met het team besproken. Vervolgens brengt de anesthesioloog u in slaap.

Mocht er sprake zijn van een loopoor of oorontsteking vóór de geplande operatie, belt u dan alstublieft naar de polikliniek KNO om dit door te geven.

 

Het is verstandig om vier weken voor de operatie en vier weken na de operatie niet te roken. Roken heeft namelijk een zeer negatieve invloed op de operatieresultaten, het herstel en de wondgenezing. Dit komt doordat de nicotine en koolmonoxide de afweer, stolling, vaatweerstand en het zuurstofaanbod negatief beïnvloeden.

Tijdens de behandeling

Voor de operatie wordt u opgenomen op afdeling 1 Zuid/D1: dagbehandeling of afdeling  4 Noord.

Vrijwel alle middenooroperaties worden onder algehele narcose uitgevoerd, in enkele gevallen onder lokale verdoving. Bij de operatie wordt een sneetje in de gehoorgang gemaakt en wordt het trommelvlies opgelicht. Het middenoor wordt bekeken en de KNO-arts gaat op zoek naar de oorzaak van het gehoorverlies. Het aambeeld en de stijgbeugel zijn het vaakst beschadigd. De KNO-arts verwijdert vervolgens het aambeeld en/of een deel van de stijgbeugel en zet een prothese terug. De prothese heeft contact met de stijgbeugel of het slakkenhuis en steunt onder een stukje kraakbeen tegen de hamer of het trommelvlies. Het stukje kraakbeen wordt gewonnen uit de tragus (kraakbeentje dat aan de voorzijde van de gehoorgang ligt) of uit de oorschelp. Die stukjes kraakbeen kunt u missen, de vorm van de oorschelp verandert niet.

Het middenoor wordt deels opgevuld met oplosbare sponsjes. Deze geven steun aan de reconstructie en zorgen dat de prothese op zijn plaats blijft staan.

Ook aan de buitenzijde van het trommelvlies, in de gehoorgang, worden oplosbare sponsjes geplaatst en tevens een oortampon.

Tijdsduur

De duur van een operatie is gemiddeld een uur.

Na de behandeling

In het algemeen zijn er na de operatie weinig pijnklachten. De klachten die er zijn, zijn goed te bestrijden met pijnstillers. In principe gaat u aan het einde van de dag naar huis toe.

Soms besluit de arts tijdens of na de operatie dat u toch een nachtje moet blijven. Het is verstandig om daar rekening mee te houden. U wordt wakker met een pleister op het oor of een hoofdverband. Meestal kan het hoofdverband een dag na de operatie verwijderd worden en blijft de pleister een week zitten. In de gehoorgang laten we een oortampon (lintgaas) achter. Na de operatie kan er nog een aantal dagen (bloederig) vocht uit het oor komen. Daar hoeft u niet van te schrikken. Mocht het lintgaas uit de gehoorgang komen, dan kunt u dat voorzichtig terugduwen, of eventueel een stukje afknippen. Verwijder het gaas nooit zelf in zijn geheel. 

De oortampon wordt na ongeveer een week verwijderd op de polikliniek door de KNO-arts.  De oplosbare sponsjes verdwijnen in de loop van de tijd, binnen 6-8 weken. Om die reden kan het gehoor de eerste 2 maanden nog niet optimaal zijn. We wachten ook 8 weken af na de operatie voordat we een hoortest bij u doen.  Het is belangrijk dat u na de operatie de neus niet snuit en probeert te voorkomen dat er veel druk op het hoofd komt te staan. Probeer hoesten, niezen, persen zoveel mogelijk te voorkomen. Als u moet niezen, doet u dat bij voorkeur met open mond. U kunt de eerste vier weken na de middenooroperatie niet sporten en mag in die periode geen zwaar werk doen. Ongeveer 6 weken na de operatie mag u weer vliegen.

Mogelijke complicaties/risico's

Bij een middenooroperatie is het risico op complicaties klein.
Een mogelijk alternatief voor deze behandeling is het dragen van een hoortoestel.

Gehoorverlies

De kans op blijvend gehoorverlies door schade van het slakkenhuis is zeer klein. Het doel van de operatie is het gehoor te verbeteren. Wanneer er na verloop van tijd in het middenoor verklevingen zouden ontstaan of wanneer de prothese zou verplaatsen, zou het gehoor weer slechter kunnen worden en zou ervoor gekozen kunnen worden een heroperatie te laten plaatsvinden. Een prothese wordt ook wel eens uitgestoten door het oor. Ook daarna zou een nieuwe operatie kunnen plaatsvinden.

Trommelvliesperforatie

Er zou een gaatje in het trommelvlies kunnen ontstaan. Dit kan vanzelf sluiten, of er zou een eventuele aanvullende operatie moeten plaatsvinden om het gaatje te sluiten.

Smaakzenuw

Door het middenoor loopt een kleine zenuw (chorda tympani) die de smaak verzorgt van het voorste deel van één zijkant van de tong. Bij operaties in het middenoor kan deze kwetsbare zenuw beschadigen. Er kan dan een smaakstoornis ontstaan die enkele weken aanhoudt. Wanneer de zenuw wordt doorgenomen, zal de smaakstoornis vrijwel altijd geleidelijk binnen vijf tot zeven maanden weer overgaan.

Oorsuizen

Dit valt vaak moeilijk te beïnvloeden door een operatie. Wanneer het gehoor verbetert door operatie, neemt oorsuizen vaak af, maar al met al is dit niet goed te voorspellen

Infectie

Zelden treedt er een infectie op na de operatie. Na een aanvankelijk goed herstel wordt dan drie à vier dagen na de operatie het oor dikker en pijnlijker. Neemt u dan contact op met de polikliniek KNO.

Afstaand oor

Na de operatie staat het oor vaak wat verder af van het hoofd dan het niet-geopereerde oor. Het kan enige tijd duren, maar meestal herstelt dit vanzelf.

Leefregels na de behandeling

  • Niet op het geopereerde oor liggen
  • Douchen/baden mag, verband drooghouden
  • Snuiten en hoesten zoveel mogelijk voorkomen
  • Werkhervatting in overleg met de KNO-arts
  • Niet schudden met het hoofd


Pijnmedicatie

De zorgprofessional geeft aan welke medicijnen u nodig heeft.

  • Zo nodig 2 x 7,5 mg Meloxicam, tablet of zetpil per 24 uur
  • Zo nodig 6 x 500 mg Paracetamol, tablet of zetpil per 24 uur
  • Zo nodig 4 x 1000 mg Paracetamol, tablet of zetpil per 24 uur

Voeding

Geen beperkingen.

Afspraak

U krijgt een afsprakenkaartje mee voor een controlebezoek aan de KNO-arts.

 

Contact

Indien u nog klachten ervaart, dan kunt u voor advies de eerste 24 uur na het ontslag contact opnemen met de polikliniek KNO of afdeling dagbehandeling. Na deze 24 uur kunt u contact opnemen met uw huisarts.

De polikliniek KNO is tijdens kantooruren bereikbaar via telefoonnummer (0183) 64 42 36. Na kantoortijden kunt u tot 20.00 uur contact opnemen met de afdeling Dagbehandeling via telefoonnummer (0183) 64 47 52.
Na 20.00 uur kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp via telefoonnummer (0183) 64 44 11 of (0183) 64 44 12.