Verwijderen preauriculaire sinus / fistel

Een preauriculaire sinus ziet er uit als een klein gaatje voor het oor en is vanaf de geboorte aanwezig. Vanaf het gaatje loopt een kanaaltje de diepte in. Het is een restant van een embryonale kieuwboog die niet helemaal gesloten is in een vroege embryonale fase, zoals normaal wel gebeurt. Meestal veroorzaakt het geen klachten. De sinus kan echter gaan infecteren met vorming van een groeiende cyste of een abces. Wanneer de sinus onrustig is, kan deze worden verwijderd.

Voor de behandeling

Onderzoek voor de operatie (pre-operatieve screening)

U bezoekt (voor opname in het ziekenhuis) (met uw kind) op de polikliniek pre-operatieve screening de anesthesioloog. Hij/zij brengt de gezondheid en eventueel medicijngebruik (van uw kind) in kaart. Ook krijgt u voorlichting over de verdoving en over de pijnbestrijding na de operatie.

Na het bezoek aan de anesthesioloog heeft u een gesprek met een verpleegkundige. De verpleegkundige noteert de gegevens die van belang zijn voor de behandeling in het ziekenhuis. U krijgt aanvullende informatie over de operatie en instructies voor de opname.

De voorbereiding thuis

U wordt verzocht om de medicijnen die u(w kind) gebruikt mee te nemen naar het ziekenhuis. In de folder Anesthesie staat vanaf wanneer uw kind niet meer mag eten en drinken. U heeft deze ontvangen bij uw bezoek aan de anesthesioloog of via cliëntenportaal MijnRivas toegekend gekregen.

U(w kind) wordt op de dag van de operatie opgenomen. Voordat u (met uw kind) naar de operatiekamer gaat, komt de KNO-arts langs voor het beantwoorden van eventuele laatste vragen. Ook zal de KNO-arts met een stift aangeven welke kant geopereerd gaat worden. Op de operatiekamer wordt een aantal details over u(w kind) nog eens met het team besproken. Vervolgens brengt de anesthesist u(w kind) in slaap.

Tijdens de behandeling

Het verwijderen van een preauriculaire sinus gebeurt onder algehele narcose in dagbehandeling. De KNO-arts omsnijdt het gaatje en vervolgt vervolgens het kanaaltje. Het is belangrijk dat het kanaaltje zo goed mogelijk in zijn geheel verwijderd wordt. Het kanaaltje kan een aantal zijtakjes hebben en vóór de operatie is niet altijd goed te voorspellen hoe ver de takjes doorlopen. Meestal gaat een kanaaltje zo’n 2 cm de diepte in.

Tijdsduur

De duur van de ingreep hangt een beetje af van de diepte van de sinus en duurt ongeveer 45 tot 60 minuten.

Na de behandeling

In het algemeen zijn er na de operatie weinig pijnklachten. De klachten die er zijn, zijn goed te bestrijden met pijnstillers. In principe gaat u(w kind) aan het einde van de dag naar huis toe. U(w kind) wordt wakker met een pleister op het wondje (steristrip). De pleister blijft bij voorkeur een week zitten. Op de polikliniek verwijdert de KNO-arts de pleister een week na operatie en eventueel ook de hechtingen. Bij kinderen proberen we zoveel mogelijk onderhuidse hechtingen te gebruiken die niet of beperkt verwijderd hoeven te worden. De wond dient een week droog te blijven. Meestal is later nagenoeg geen litteken te zien. Het sneetje is ca 1,5 centimeter lang.

Mogelijke complicaties/risico's

De kans op complicaties bij deze operatie is klein. Soms is het lastig het kanaaltje of alle aftakkingen geheel te verwijderen. Wanneer een restant sinus aanwezig blijft, kan deze op een later moment weer gaan infecteren. Een heroperatie is lastiger dan een eerste operatie, omdat er dan onderhuidse littekenvorming is opgetreden en het oorspronkelijke verloop van de sinus lastiger te herkennen is. Wanneer een sinus ver doorloopt, bijvoorbeeld richting de grote oorspeekselklier, zou er in theorie kans zijn op beschadiging van de aangezichtszenuw die door de speekselklier heen loopt. Bij iedere operatie bestaat er een kans op een nabloeding. Mocht er na de operatie een bloeduitstorting optreden, moet een patiënt(je) eventueel terug naar de operatiekamer om een vaatje te laten dichtbranden. De kans op nabloeding bij deze ingreep is erg klein.

Leefregels na de behandeling

  • Douchen/baden mag, verband drooghouden
  • Werkhervatting /naar school kan in principe de volgende dag

Pijnmedicatie

De zorgprofessional geeft aan welke medicijnen u nodig heeft. Bij volwassenen geldt:

  • Zo nodig 2 x 7,5 mg Meloxicam, tablet of zetpil per 24 uur
  • Zo nodig 6 x 500 mg Paracetamol, tablet of zetpil per 24 uur
  • Zo nodig 4 x 1000 mg Paracetamol, tablet of zetpil per 24 uur

Kinderen krijgen een aangepast pijnmedicatie plan op basis van hun gewicht.

Afspraak voor controle

U krijgt een afsprakenkaartje mee voor een controlebezoek aan de KNO-arts.

Contact

Indien u nog klachten ervaart, dan kunt u voor advies de eerste 24 uur na het ontslag naar de polikliniek KNO of afdeling dagbehandeling. Na deze 24 uur kunt u contact opnemen met uw huisarts.

De polikliniek KNO is tijdens kantooruren bereikbaar via telefoonnummer (0183) 64 4236. Na kantoortijden kunt u tot 20.00 uur contact opnemen met de afdeling dagbehandeling via telefoonnummer (0183) 64 47 52. Na 20.00 uur kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp via telefoonnummer (0183) 64 44 11 of (0183) 64 44 12.