Hartinfarct

Het onderzoek

Uw cardioloog heeft u verteld dat u bent opgenomen op de Hartbewaking (afdeling 3 Noord) in verband met een hartinfarct. Op deze pagina's informeren wij u over de gang van zaken tijdens uw opname.

Tijdens het onderzoek

Het is mogelijk dat u in het begin van de opname op de hartbewaking wordt opgenomen. Daar wordt u in de gaten gehouden door middel van een monitor aan het bed. Op de hartbewaking wordt u ook geïnformeerd over wat een infarct is en welke behandeling en onderzoeken er plaats gaan vinden.

  • De eerste dagen ligt u op de Hartbewaking aan een monitor.
  • Meestal heeft u ook een aantal dagen een infuus met een bloedvatverwijder (nitroglycerine).
  • U krijgt 2x per dag een bloedverdunnende injectie (fraxiparine) toegediend in uw bovenbeen.
  • De verpleegkundige informeert u tijdens uw opname over de gang van zaken op de afdeling en zij geeft u uitleg over het gebruik van het medicijn Isordil.

Telemetrieafdeling

Als u stabiel bent, wordt u overgeplaatst naar de Telemetrieafdeling. Daar wordt uw hartritme bewaakt met behulp van een zendertje (telemetrie). De verpleegkundige informeert u over de gang van zaken op de afdeling en geeft uitleg over telemetrie.

Fysiotherapie

Op de Telemetrieafdeling wordt gestart met fysiotherapie. Afhankelijk van de grootte van het hartinfarct bepaalt de arts hoe snel u wordt gerevalideerd. Revalideren gaat volgens een stappenplan. Dit document hangt op het prikbord achter uw bed. Tevens hangt er een schema achter uw bed waarop u en de verpleegkundigen kunnen zien hoever u bent met revalideren. De fysiotherapeut komt iedere werkdag bij u langs.

Maatschappelijk werk

Tijdens uw verblijf in het ziekenhuis kunt u kennismaken met de maatschappelijk werker. Hij kan eventuele vragen en problemen, die te maken hebben met uw opname of thuissituatie, met u bespreken.

Onderzoeken

  • Tijdens uw verblijf in het ziekenhuis wordt er meerdere malen bloed geprikt, bijvoorbeeld om te controleren hoe groot het infarct is geweest.
  • Er wordt een echo van het hart gemaakt. Hierop ziet men hoe groot de eventuele beschadiging van het hart is.
  • Er wordt een longfoto gemaakt waarop de arts ziet of er vocht achter de longen zit en of het hart niet vergroot is.
  • Voordat u naar huis gaat, wordt mogelijk een fietstest (inspanningstest) afgenomen. Dit is nodig om te kijken of u klachten krijgt bij inspanning. Als de fietstest goed is mag u meestal naar huis. Is de fietstest afwijkend, dan wordt meestal besloten om een verdere diagnostiek in te zetten. U kunt hierbij denken aan een hartkatheterisatie of een myocardscan.

Na het onderzoek

De fysiotherapeut of cardioloog spreekt ook met u over de poliklinische hartrevalidatie. Binnen twee weken na uw ontslag neemt de coördinator Hartrevalidatie contact met u op om een eerste afspraak te maken.

Leefregels na het onderzoek

  • Als u denkt dat u na uw ontslag verpleegkundige hulp nodig zult hebben, wilt u dit dan aan de verpleegkundige doorgeven. De verpleegkundige neemt dan contact op met de betreffende persoon. Huishoudelijke hulp dient u via de gemeente te regelen.
  • Ga thuis verder met de revalidatie. Bewegen is erg belangrijk. Maak iedere dag een wandeling als de weersomstandigheden het toelaten. Houdt vooral uw eigen tempo aan en begin met korte wandelingen. Als dit niet een te grote inspanning voor u is, kunt u de wandelingen uitbreiden.
  • Wees de eerste week zuinig op uw energie. Een tijdelijke terugval nu en dan is heel gewoon.
  • Afhankelijk van uw persoonlijke situatie mag u na 4-6 weken weer gaan autorijden, fietsen en zwemmen. Dit gaat in overleg met uw behandelend cardioloog. Het is tevens afhankelijk van uw verzekering.
  • Overleg met uw cardioloog tijdens uw polikliniekbezoek wanneer u weer kunt gaan werken.
  • Af en toe een alcoholische drank is geen bezwaar. Overmatig alcoholgebruik is slecht voor uw hart en andere organen. Ook leidt overmatig alcoholgebruik tot ongewenste gewichtstoename.
  • Wees matig met zout en vet.
  • Als u rookt adviseren wij u om daarmee te stoppen. Nicotine versnelt het ziekteproces dat vernauwing van de bloedvaten veroorzaakt. Rivas kan u ondersteunen bij het stoppen met roken.

Medicijngebruik bij ontslag:

  • Verander of stop nooit op eigen initiatief.
  • Als u last heeft van hinderlijke bijwerkingen moet u contact opnemen met uw huisarts.
  • Uw huisarts krijgt van de cardioloog een overzicht van uw medicijnen.
     

U moet contact opnemen met de huisarts:

  • Als u drie kilo of meer binnen één week aankomt. Het is handig om 2x per week te wegen op hetzelfde tijdstip.
  • Bij plotselinge benauwdheid, met name als u 's nachts niet meer plat kunt liggen door de benauwdheid.
  • Bij een drukkende of benauwde pijn op de borst die niet afneemt na een tablet Isordil of een spray onder de tong. Dit mag u nog eenmaal herhalen na 15 minuten (zie Isordil-folder). Helpt dit niet, dan moet u een arts waarschuwen.
  • Als u regelmatig een tablet Isordil of een spray onder de tong nodig heeft, is het raadzaam om dit door te geven aan de behandelend cardioloog.
  • Brengt u een bezoek aan de polikliniek cardiologie, neem dan uw patiëntenpas en een overzicht van uw huidige medicatie mee.

Contact

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, stelt u deze dan aan uw arts of verpleegkundige.

Telefoonnummers

Heeft u binnen 24 uur na ontslag uit het ziekenhuis nog vragen dan kunt u, tijdens kantooruren, contact opnemen met de polikliniek Cardiologie op telefoonnummer: (0183) 64 43 05.

Buiten kantoortijden kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp via telefoonnummer: (0183) 64 44 11.

Na de eerste 24 uur kunt u contact opnemen met uw huisarts.