Darmoperatie in verband met kanker in de endeldarm

De behandeling

De arts heeft u verteld dat u darmkanker heeft. De medische term voor darmkanker is coloncarcinoom. In deze folder krijgt u meer informatie over de operatie bij darmkanker in het laatste gedeelte van de darm, het rectum of de endeldarm genoemd.Ons voedsel komt via de slokdarm, maag en dunne darm terecht in de dikke darm. De dikke darm is het laatste deel van ons spijsverteringskanaal. In de dikke darm worden vitaminen, zouten en vocht weer teruggegeven aan de bloedbaan. Hierdoor dikt de inhoud tot normale ontlasting in. In totaal is de dikke darm ongeveer 150 cm lang. De laatste 15cm van de dikke darm is het rectum.

De functie van de darmen en het rectum

Ons voedsel komt via de slokdarm, maag en dunne darm terecht in de dikke darm. De dikke darm is het laatste deel van ons spijsverteringskanaal. In de dikke darm worden vitaminen, zouten en vocht weer teruggegeven aan de bloedbaan. Hierdoor dikt de inhoud tot normale ontlasting in. In totaal is de dikke darm ongeveer 150 cm lang. De laatste 15cm van de dikke darm is het rectum.

Voor de behandeling

Voorbereiding op de operatie

  • Anesthesie
    Wanneer er besloten is dat u geopereerd moet worden, wordt er een afspraak gepland op de polikliniek voor de pre-operatieve screening. Hier zult u verzocht worden om een vragenlijst in te vullen en zult u een van de anesthesiologen en/of anesthesiemedewerkers spreken over de anesthesiemethode (verdoving/ pijnstilling) die u tijdens/na de operatie zult krijgen.
  • Medicatie
    Mocht u medicatie gebruiken, neem een actuele medicatie lijst en uw medicatie mee naar het ziekenhuis. Deze kunt u opvragen bij uw eigen apotheek. Op de ochtend van de operatie mag u uw medicatie gewoon innemen met een slokje water, tenzij de anesthesie heeft aangegeven dat u bepaalde medicatie niet in mag nemen.
  • Bijvoeding
    Vooraf aan de operatie heeft u een kort intake gesprek met de dietist, die uitleg geeft over de voeding rondom de operatie.
    Als u in de periode voor de operatie ongewenst bent afgevallen of verminderde eetlust heeft, kan er tevens drink- of sondevoeding worden voorgeschreven. De diëtist zal u dan begeleiden in de periode voor en na de operatie in het ziekenhuis.

  • Bewegen
    Uit onderzoek is gebleken dat het hebben van een zo goed mogelijke conditie het herstel bevordert. Probeer dus om uw conditie zo goed mogelijk te houden in de periode voorafgaand aan de operatie.

  • Eten en drinken
    Zie de folder: nuchterheidscriteria van de pre- operatieve screening
    Bij de opname krijgt u van de verpleegkundige 400mk Roosvicee drank aangeboden. Deze drank bevordert het herstel na de operatie. Wanneer u diabetes heeft dan krijgt u deze drank niet ivm verhoogd risico op een vertraagde maagontlediging.

    • Laxeren
      Voor een operatie in de endeldarm moet de darm leeg zijn. U krijgt daarom een laxeerschema mee naar huis.

Stoma

In sommige gevallen zal er bij een darmoperatie een tijdelijk of definitief stoma aangelegd worden. Uw chirurg zal dit met u bespreken als dit nodig is.
Wanneer de kans bestaat dat u een (tijdelijk) stoma krijgt, dan wordt voor u een afspraak gemaakt bij de stoma verpleegkundige. U kunt met haar alle praktische en emotionele gevolgen van een stoma bespreken.
Bij een deel van de darmoperaties zet de stoma verpleegkundige van te voren stippen op de buik om de goede plaats te bepalen, ook al is de kans klein dat u een stoma zult krijgen.


Dag van de operatie

U wordt opgenomen op de dag van de operatie. De opnametijd is afhankelijk van de operatietijd. Dit krijgt u te horen van bureau opname. Op de dag van opname meldt u zich bij de balie van de verpleegafdeling. Een verpleegkundige zal dan het opnamegesprek met u voeren. Wij vragen u sieraden, make-up, nagellak, lenzen, piercings en eventuele gebitsprotheses uit te doen. Waardevolle spullen adviseren wij u thuis te laten. U kunt in de morgen gewoon wassen, scheren enzovoort. (Niet het operatiegebied scheren) Gebruik geen bodylotion, aftershave of andere huidverzorgende producten. U krijgt van de verpleegkundige een operatiejasje aan.

Pijnbestrijding

Voor de operatie heeft u een gesprek met de anesthesioloog. Met deze dokter bespreekt u de narcose en de manier waarop de pijnstilling wordt gegeven na de operatie.
Na de operatie vraagt de verpleegkundige van de afdeling dagelijks naar uw pijn, dit heet een pijnmeting. Afhankelijk hiervan kan de medicatie worden bijgesteld.

Naar de OK

De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatie afdeling. U wordt vervolgens naar de operatiekamer gereden. Daar krijgt u een infuus. Dit is een dun buisje dat in uw ader wordt geschoven. Via het infuus krijgt u vocht en een narcosemiddel toegediend. Zodra u slaapt, begint de operatie.

Tijdens de behandeling

De operatie gebeurt onder algehele anesthesie (narcose). Er zijn twee opties om de operatie uit te voeren, te weten:

  • de open buik operatie (klassiek)
  • de laparoscopische operatie

Bij de klassieke manier krijgt u een snee verticaal of schuin over de buik. Bij de laparoscopische manier worden eerst kleine sneetjes in de buikwand gemaakt waardoor de operatie instrumenten in de buikholte worden gebracht. Op het laatst wordt er een iets grotere snee gemaakt om de tumor eruit te halen. Welke manier van opereren bij u toegepast wordt, hangt af van hoe groot de tumor is, op welke plaats deze zit en of u eerdere buikoperaties hebt gehad. De chirurg bespreekt met u wat de mogelijkheden zijn.

Tijdens de operatie haalt de chirurg een deel van de darm weg. Ook de bloedvaten en lymfevaten die bij dat stuk van de darm horen worden verwijderd (zie afbeelding).
Het verwijderde weefsel wordt opgestuurd naar het pathologisch laboratorium voor nader onderzoek. De uitslag hiervan duurt 10 werkdagen.

ERAS

Bij deze operatie wordt het ERAS programma toegepast (Enhanced Recovery After Surgery), ofwel versneld herstellen na een operatie. Het ERAS programma bestaat uit een aantal elementen van zorg rond een operatie. In het programma zijn alle factoren die een positieve invloed hebben op een sneller herstel samengebracht. Wij willen u met deze folder op de hoogte brengen over de gang van zaken voor, tijdens en na uw opname. Het verloop van het programma kan per persoon verschillen.

Tijdsduur

De operatie duurt ongeveer 3 ½ - 4 ½ uur. Bij de laparoscopische manier duurt het langer.

Na de behandeling

De chirurg belt na de operatie met de contactpersoon.
U heeft na de operatie verschillende slangetjes in uw lichaam zitten: een zuurstofslangetje, een slangetje in de blaas, een infuus.
Wanneer u een rectum amputatie ondergaan heeft, dan krijgt u een rectumdrain, die vaak ruim een week blijft zitten.
Incidenteel kan het voorkomen dat u een nachtje op de intensive Care worden opgenomen voor extra bewaking.

Eten en drinken

Als u goed wakker bent, kunt u wat drinken. Begin met een glaasje water of een kop thee. Als dit goed gaat, neemt u een schaaltje vla of iets anders vloeibaar nemen. De dagen na de operatie krijgt u normale voeding. De maaltijden worden aangevuld met energierijke drinkvoeding. Probeer deze zo veel mogelijk te gebruiken. Wanneer u misselijk bent, geef dit aan bij de verpleegkundige. Het is belangrijk om dan het eten niet te forceren. Wij raden u aan om 3 keer per dag een half uur een kauwgom te gebruiken, aangezien dit een stimulerend effect heeft op de werking van de darmen.



Bewegen

Bewegen is erg belangrijk na de operatie. U voorkomt daarmee trombose (bloedstolsels in uw aders) en verlies van spierkracht. Mobiliseren helpt om uw darmen weer op gang te krijgen en ten slotte verkleint u de kans op luchtweginfecties door goed rechtop te zitten. De verpleegkundige zal u daarom na uw operatie helpen om tijdens de maaltijden op de stoel te komen.
Wanneer u zich in staat voelt om een stukje te wandelen op de gang, mag u dit ook doen tijdens het bezoekuur. Als u van de afdeling weg gaat, meld dit dan aan uw verpleegkundige.


Ademhalingsoefeningen

Een goede ademhaling is belangrijk bij het voorkomen van een longontsteking na de operatie. De eerste dagen na de operatie komt de fysiotherapeut langs om u te ondersteunen met tips en adviezen over de ademhaling.

Begeleiding

Een darmoperatie ondergaan is ingrijpend. Naast het lichamelijk ongemak spelen misschien allerlei gevoelens zoals onzekerheid en angst bij u en uw naasten. U kunt altijd terecht bij de maatschappelijk werker of de medewerkers van de geestelijke verzorging. De verpleegkundige kan u met hen in contact brengen.

Weer naar huis (met ontslag)

Als u goed herstelt, dan kunt u waarschijnlijk 7 dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Als er complicaties optreden, kan de opname langer duren. Uw arts zal met u bekijken wanneer u naar huis mag. U mag naar huis wanneer:

  • u zich in staat voelt om naar huis te gaan
  • u normaal eten kunt verdragen
  • u ontlasting hebt gehad
  • de pijnstilling goed is ingesteld
  • u geen koorts meer heeft
  • de operatiewond in orde is
  • u weer goed kunt mobiliseren

Houd er rekening mee dat u enkele weken na thuiskomst nog geen (zwaar) huishoudelijk werk kunt doen. Mocht u huishoudelijke hulp nodig hebben, dan is het verstandig dit voor de operatie al aan te vragen bij de gemeente bij het WMO loket. Zij bepalen of u recht hebt op huishoudelijke hulp. Mocht u thuiszorg nodig hebben ter ondersteuning van ADL, wondzorg et cetera, dan kunt u dit met de verpleegkundige bespreken en dan kan de verpleegkundige dit in overleg met u in gang zetten.

Belafspraak
U wordt in de week na uw ontslag door een verpleegkundige van afdeling 4-west gebeld. De verpleegkundige zal dan informeren hoe het met u gaat en kan eventuele vragen beantwoorden. Mocht u eerder vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met afdeling 4 west.

 

Poliklinische controle

De uitslag van het weefsel onderzoek is ongeveer na 10 werkdagen bekend. Afhankelijk van uw opname duur, krijgt u de uitslag in het ziekenhuis tijdens opname en anders wordt er een afspraak gepland na ongeveer een week op de polikliniek met de chirurg.De oncologieverpleegkundige is in principe altijd bij dit gesprek aanwezig.

 

 

Uitslag

De uitslag van het weefsel onderzoek is ongeveer na een week bekend. Afhankelijk van uw opname duur, krijgt u de uitslag in het ziekenhuis tijdens opname en anders wordt er een afspraak gepland na ongeveer een week op de polikliniek met de chirurg.

Mogelijke complicaties/risico's

Bij alle operaties bestaat een kans op complicaties. Algemene complicaties die kunnen voorkomen zijn bijv. een (na)bloeding, een wondinfectie, een longontsteking, een blaasontsteking, trombose (stolsels in het bloed). Bij een darmoperatie kunnen echter ook een aantal specifieke complicaties voorkomen:

Naadlekkage

Een ernstige complicatie na een darmoperatie is lekkage van de naad in de darm. De darmen worden na het verwijderen van de tumor weer aan elkaar gehecht of geniet. Daarna moet het lichaam zelf zorgen dat de twee delen weer aan elkaar groeien. Als dit niet goed lukt, gaat de darm lekken. In dat geval moet u meestal opnieuw worden geopereerd.
Wanneer u een stoma heeft gekregen komt dit probleem niet voor, dan zijn de darmen niet aan elkaar gehecht, maar is er een uitgang naar buiten aangelegd.

De urineleider

De urineleiders lopen vanaf de nieren naar de blaas. Tijdens de operatie zoekt de chirurg de urineleider op. Het kan echter voorkomen dat de urineleider wordt beschadigd tijdens de operatie, per abuis of omdat de tumor er te dicht tegen aan groeit. Mocht dit gebeuren dan zal tijdens dezelfde operatie een uroloog de urineleider herstellen.

De zenuwbanen

In het kleine bekken, dat is het gedeelte waarin het laatste deel van de darm zich bevindt, lopen enkele zenuwbanen. Wanneer deze aangeraakt of beschadigd worden, heeft dit gevolgen. Eén van deze zenuwbanen bestuurt de controle over de blaas. Als deze zenuwbaan niet goed werkt, kunt u zelf niet meer plassen. Meestal is dit van tijdelijke aard, maar het kan wel enkele weken tot zelfs maanden duren voordat de zenuwbaan zich herstelt.
Een andere zenuwbaan bestuurt de seksuele functies. Door de operatie kan dit voor mannen betekenen dat zij blijvend impotent worden. Voor vrouwen kan dit betekenen dat er een veranderd orgasme gevoel ontstaat en droogheid van de vagina. Wanneer u klachten houdt van seksuele aard na de operatie kunnen we u verwijzen naar een gespecialiseerde arts.
.

Dunne darmstoma

Wanneer u een stoma op de dunne darm hebt gekregen, is de kans groter dat er tijdelijke problemen ontstaan. Er kan dan sprake zijn van een high-output-stoma, dat wil zeggen dat de ontlasting waterdun is. Dit heeft ook gevolgen voor de voeding. De chirurg en de dietist zullen dan met u bespreken welke leefregels u, tijdelijk, moet volgen.

Leefregels na de behandeling

  • Bij een operatie in het laatste deel van de darm, mag u 6 weken nadien, niet rectaal temperatuur opnemen of zetpillen gebruiken, vanwege het risico op beschadiging van de naad bij de twee stukken darm die weer aan elkaar gehecht zijn. Bij een amputatie van het rectum is het onmogelijk om zetpillen te gebruiken. U heeft dan een wond waar de anus heeft gezeten. Deze wond geneest moeilijk. Dit hangt mede samen met de bestraling die voorafgaand aan de operatie is gegeven. 
  • Wanneer u een operatie hebt gehad waarbij een grote snee is gemaakt in de buik, willen we u adviseren om de eerste 2 weken thuis rustig aan te doen. Daarna mag u weer gaan proberen om uw dagelijkse activiteiten te ondernemen. Lichaamsbeweging zoals wandelen en fietsen is wel aan te bevelen. (Na een rectumamputatie is fietsen vaak langere tijd niet mogelijk). De leidraad bij revalideren is:" wat kan, dat mag". Let hierbij wel op dat u naar uw lichaam luistert, dus stop als u pijn voelt, of wanneer u zich naar voelt worden. Extra rust nemen is voor sommige mensen nodig in de eerste paar weken na de operatie.
  • Wanneer u een laparoscopische operatie hebt gehad, met slechts een paar kleine sneetjes in de buik, mag u zodra dat gaat, weer alle dagelijkse bezigheden hervatten.
  • Na een darmoperatie vanwege endelkanker zult u na de operatie regelmatig door de chirurg gecontroleerd worden volgens het landelijk follow up protocol.

Sommige patiënten hebben na een behandeling voor darmkanker behoefte aan begeleiding om te revalideren, zowel lichamelijk als psychisch. Dit kan vrij kort na de behandeling zijn, maar soms ontstaat dit gevoel pas na een tijdje. Wanneer dit bij u van toepassing is, neem dan contact op met de oncologieverpleegkundige om met haar dit revalidatieprogramma "Herstel en Balans" te bespreken.

Contact

Mocht u naar aanleiding van deze folder nog vragen hebben, stel deze dan gerust aan uw arts of aan de (oncologie) verpleegkundige. Ook kunt u ons telefonisch bereiken.

Telefoonnummers

  • Polikliniek chirurgie:        (0183) 64 42 05 (aanwezig ma t/m vrij 8.30-16.30
  • Oncologieverpleegkundige:     (0183) 64 46 31 (aanwezig ma t/m vrij 8.30-17.00
  • Stomaverpleegkundige:     (0183) 64 44 75
  • Afdeling chirurgie 4-west:     (0183) 64 46 50