Klaplong

De behandeling

Op de dag van de opname heeft u een opnamegesprek met een verpleegkundige. De verpleegkundige noteert gegevens die van belang zijn voor uw behandeling in het ziekenhuis;

Meestal wordt direct na binnenkomst in het ziekenhuis een lichamelijk onderzoek gedaan en wordt er een röntgenfoto van de longen gemaakt;

Afhankelijk van de hoeveelheid lucht tussen de pleurabladen bepaalt de arts de behandeling:

  1. Bij een kleine klaplong zal de arts meestal besluiten er (eerst) niets aan te doen en het goed in de gaten te houden. De lucht tussen de pleurabladen is zo gering dat dit langzaam spontaan door het lichaam wordt opgenomen en afgevoerd. Hierbij kunt u bedrust en zuurstof voorgeschreven krijgen.
  2. Bij een grote klaplong zal de arts besluiten om u te behandelen met een thoraxdrainage (zie informatie over 'Thoraxdrain'):
  • Voor het verwijderen van de drain bestaat de mogelijkheid tot pleurodese, hierbij wordt het longvlies aan het borstvlies geplakt door middel van steriel talkpoeder. Dit om de kans op herhaling (een recidief) te verkleinen.
  • Er is een kans op het opnieuw optreden van de pneumothorax, dan is een operatie noodzakelijk (zie folder 'Thoracoscopische ingrepen').

Er wordt regelmatig een röntgenfoto gemaakt om de situatie van de klaplong te controleren.

Leefregels na de behandeling

Als de long weer helemaal ontplooid is en alles goed gaat, mag u naar huis. In het geval van thoraxdrainage wordt het slangetje uit uw borstkas verwijderd. Er zijn een aantal leefregels waar u thuis rekening mee moet houden:

  • vermijd de eerste weken inspanningen, zoals zwaar tillen en strekken;
  • hoest en pers voorzichtig;
  • bouw inspannende bezigheden in een rustig tempo op, zoals fietsen. De eerste zes weken mag u niet sporten;
  • vermijd de eerste zes weken grote drukverschillen, zoals vliegen. Duiken mag na een klaplong nooit meer.

Contact

Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, stelt u deze dan gerust aan uw arts of verpleegkundige.

Heeft u thuis nog vragen of problemen, neem dan contact op met uw huisarts.