Toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen
Met het toepassen van vrijheidsbeperkende interventies wordt de vrijheid van de patiënt beperkt. Deze interventies worden gezien als zeer ingrijpend en passen we, na zorgvuldige overweging, zo kort mogelijk toe.
Als er voor vrijheidsbeperkende interventies gekozen wordt, gaat er een zorgvuldige procedure aan vooraf. Deze procedure is gebonden aan regels in de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO). Alleen in noodsituaties kan van de procedure afgeweken worden en vindt toestemming achteraf plaats. Mocht er vanuit een thuissituatie sprake zijn van een ingezette vrijheidsbeperkende interventie vanuit de Wet Zorg en Dwang worden deze interventies indien mogelijk gecontinueerd.
Wilsbekwaam en wilsonbekwaam
Als eerste stelt de arts vast of de patiënt wel of niet in staat is om zelf over zijn situatie te kunnen beslissen. Als de patiënt zelf over zijn situatie kan beslissen heet dit ‘wilsbekwaamheid’. Kan de patiënt niet zelf over zijn situatie beslissen, dan spreken we van ‘wilsonbekwaamheid ter zake’
Wilsbekwaamheid
Als de patiënt wilsbekwaam is, en dus zelf over zijn situatie kan beslissen, vraagt de arts de patiënt om toestemming. Geeft de patiënt géén toestemming voor het toepassen van de vrijheidsbeperkende interventies, dan wordt dit geaccepteerd. Hierbij wordt wel vastgesteld dat de patiënt mogelijk onverstandig handelt, maar voldoende inzicht heeft in zijn situatie.
Wilsonbekwaamheid
Als de patiënt wilsonbekwaam ter zake is, en dus niet zelf over zijn situatie kan beslissen, wordt toestemming gevraagd aan de wettelijk vertegenwoordiger van de patiënt. Een wettelijk vertegenwoordiger is iemand die voor de patiënt mag optreden en mag beslissen over zorg en behandeling, de patiënt daarbij zoveel mogelijk betrekt en het belang van de patiënt voorop stelt. Wettelijk vertegenwoordigers zijn, in wettelijk vastgestelde volgorde:
- een door de patiënt aangewezen wettelijk vertegenwoordiger (vastgelegd in een schriftelijke verklaring)
- de echtgenoot/echtgenote of geregistreerd partner
- ouder, kind, broer of zus
Als de patiënt wilsonbekwaam ter zake is, is toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger nodig voor de toepassing van vrijheidsbeperkende interventies. Als de wettelijk vertegenwoordiger uiteindelijk géén toestemming geeft, worden de vrijheidsbeperkende maatregelen niet toegepast. Als de arts dit echter zo’n onverstandig besluit vindt en ervan overtuigd is dat daarmee de goede zorg voor de patiënt en/of zijn omgeving in het gedrang komt, kan de arts toch vrijheidsbeperkende interventies toepassen vanuit ‘goed hulpverlenerschap’.
Noodsituaties
Alleen in noodsituaties kan zonder toestemming worden overgegaan tot het toepassen van vrijheidsbeperkende interventies. De toestemming wordt in dat geval achteraf alsnog gevraagd.
Patiëntendossier
De toestemming, de gevolgde procedure en de afspraken worden beschreven in het patiëntendossier. U hoeft hiervoor geen handtekening te zetten.
Evaluatie
Dagelijks wordt geëvalueerd of de uitgevoerde maatregel nog het gewenste effect heeft en of de maatregel nog nodig is. Vrijheidsbeperkende interventies worden niet langer toegepast dan noodzakelijk en waar mogelijk vervangen door een minder ingrijpend alternatief.
Overzicht van vrijheidsbeperkende interventies
De volgende vrijheidsbeperkende interventies kunnen in het Beatrixziekenhuis worden toegepast:
- sensor om weglopen te constateren en te voorkomen
- veiligheidshandschoen / armspalk
- camerabewaking
- rustgevende medicatie
- verzwaringsdeken
- tafelblad vastmaken aan een rolstoel
- extra laag laag bed
- tentbed
- onrustband om de middel (in bed of stoel)
- pols- en enkelband
Hoe kunt u uw naaste helpen?
Vrijheidsbeperking kan een emotionele en ingrijpende gebeurtenis zijn. Wij proberen alles om te voorkomen dat vrijheidsbeperkende interventie noodzakelijk is. Het liefst samen met u. Stem uw bezoek af met de verpleegkundige en bespreek wat het meest wenselijk is voor de patiënt. Het streven is om overprikkeling van uw naaste te voorkomen. Ook helpt het soms om een huiselijke sfeer te creëren met enkele bekende spullen zoals foto’s. Als u merkt dat de patiënt ergens onrustiger of juist rustiger van wordt, kan dit besproken worden met de verpleegkundige.