Operatie aan een van de slagaders in de buik: Endovasculaire Procedure

De behandeling

Bij u is een verwijding van de grote lichaamslagader in de buik vastgesteld. Dit wordt ook wel een aneurysma van de aorta abdominals (AAA) genoemd. Een normale doorsnede van de lichaamsslagader is anderhalf tot twee centimeter.

We spreken van een aneurysma van de buikslagader wanneer de doorsnede meer dan drie centimeter is. Op de plaats van de verwijding is de vaatwand uitgerekt en dunner geworden. Door de verwijding neemt de spanning in de vaatwand toe. Ook de bloedstroom in een aneurysma is verstoord; het bloed wervelt daar rond. Daardoor vormt zich een bloedstolsel in het aneurysma, langs de uitgezette wand. Er kunnen stukjes van het stolsel losraken en worden meegevoerd naar kleinere bloedvaten, waardoor deze verstopt raken. In de uiterste situatie barst het aneurysma en stroomt het bloed uit het bloedvat.

Waarschijnlijk hangt het ontstaan van het aneurysma samen met slagaderverkalking. Door slagaderverkalking (atherosclerose) ontstaan verdikkingen van de vaatwand, waardoor kleinere slagaderen vernauwen. Slagaderverkalking begint met een plaatselijke ophoping van bloedplaatjes, bloedcellen, cholesterol en ontstekingscellen in de vaatwand. Deze ophopingen worden ‘plaques’ genoemd en beginnen met een kleine beschadiging van de gladde binnenwand van het bloedvat. Op deze ophoping kan zich later ook kalk afzetten vandaar de naam slagaderverkalking.

Bij de grote vaten ontstaat door de wandverdikking niet snel een vernauwing. Daar ontstaat eerder een verwijding, omdat de vaatwand door de slagaderverkalking ook verzwakt raakt. Zo ontstaat een aneurysma.

Risico’s bij een verwijding van de grote buikslagader

Een verwijding van de grote buikslagader kan lang bestaan zonder dat u daar iets van merkt. Er kan ook een complicatie optreden. De meest voorkomende complicaties zijn:

  • Een levensbedreigende bloeding, doordat een scheur ontstaat in een zwakke plek in de wand van de slagader;
  • Een plotselinge afsluiting van een slagader in het been, doordat een bloedstolsel of verklakte deeltjes los raken van de wand en in een beenslagader terechtkomen.

Door een tijdige operatie kunnen deze complicaties voorkomen worden.

De operatietechnieken

Deze operatie kan op twee manieren worden uitgevoerd:

  • Open procedure. Hierbij maakt de chirurg een snede in uw buik om bij de slagader te komen en wordt deze vervangen door een prothese;
  • Endovasculaire procedure. Hierbij maakt de chirurg een snede in beide liezen. Via de liesslagader kan de chirurg bij de buikslagader komen.

De chirurg heeft met u besproken dat u door middel van de endovasculaire procedure wordt geopereerd. Zo mag het aneurysma bijvoorbeeld niet te bochtig zijn en moet genoeg plaats zijn om de endoprothese te kunnen verankeren. Ook mogen de liesslagaders niet te nauw of gekronkeld zijn. Daarom komt niet iedereen voor deze behandeling in aanmerking.

Tijdens de operatie kan een complicatie optreden of de chirurg kan moeite hebben om de vaatprothese te plaatsen. Het kan dan nodig zijn om de operatie alsnog via de open procedure af te maken.

Voor de behandeling

Om er zeker van te zijn dat u de operatie lichamelijk aan kunt, wordt u voor de operatie door de anesthesioloog onderzocht; de zogenaamde pre-operatieve screening (POS). De anesthesioloog bespreekt de mogelijkheden van anesthesie en pijnbestrijding met u. Verder wordt u beperkt lichamelijk onderzocht. Het onderzoek kan uitgebreid worden met aanvullend onderzoek, zoals bloedonderzoek, ECG (hartfilmpje) en een longfoto. Soms kan het nodig zijn dat andere specialisten uw conditie beoordelen, bijvoorbeeld een internist, cardioloog of longarts.

Op de polikliniek pre-operatieve screening heeft u ook een gesprek met een medewerker van de apotheek. De apothekersassistente inventariseert welke medicijnen u gebruikt.

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, bespreekt de anesthesioloog en/of de chirurg of u tijdelijk moet stoppen met de bloedverdunnende medicijnen.

De chirurg, anesthesioloog en verpleegkundige vragen u of u overgevoelig bent voor bepaalde medicijnen, bijvoorbeeld antibiotica. Als u overgevoelig bent, probeert u dan te achterhalen om welk medicijn het gaat. Uw huisarts en apotheek kunnen u hier meestal over informeren.

De opname

Meestal wordt u de dag van de operatie opgenomen op de chirurgische afdeling. Bij de opname heeft u een gesprek met de afdelingsverpleegkundige. Tijdens dit gesprek worden uw gegevens gecontroleerd en eventuele wijzigingen en veranderingen worden genoteerd. Verder krijgt u aanvullende informatie over de operatie en instructies voor de opname.

Belangrijk: u wordt nuchter op de afdeling verwacht!

Verder zal de verpleegkundige u deze dag voorbereiden op de operatie. Er moeten verschillende zaken gedaan worden, zoals:

  • indien u er behoefte aan heeft, kunt u een kijkje nemen op de intensive care waar u de nacht na de operatie zal verblijven;
  • er wordt nog bloed bij u afgenomen;

Voorafgaand aan de operatie

Enige tijd voor de operatie moet u nog even naar het toilet gaan. Daarna krijgt u een operatiejasje aan. Ook krijgt u, als dit is afgesproken, een medicijnen waar u wat slaperig van kunt worden en een zetpil of tablet tegen de pijn. Kort daarna wordt u door de verpleegkundige naar de voorbereidingskamer gebracht waar u verder voorbereid wordt op de operatie.

Omdat u na de operatie naar de Intensive Care gaat voor intensieve bewaking, is het goed om uw familie alvast hierover in te lichten. U kunt wat spullen van uzelf meenemen naar de Intensive Care zoals toilettas, bril, gebit en leesboek. De spullen brengt de afdelingsverpleegkundige naar de Intensive Care.

Tijdens de behandeling

De anesthesioloog geeft u de anesthesie, zoals dit met u besproken is tijdens de pre-operatieve screening. De meest gebruikte anesthesietechniek bij deze operatie is algehele narcose. De algehele narcose is zo afgestemd, dat u niets merkt van de operatie. Daarna voert de chirurg de operatie uit.

De chirurg maakt een snede in uw beide liezen. De chirurg zoekt de grote liesslagader op. Via deze bloedvaten wordt een kunststof vaatprothese (endoprothese) in opgevouwen toestand opgeschoven tot in uw buikslagader. Daar wordt de endoprothese uitgevouwen. Deze endoprothese verstevigt de uitgerekte bloedvatwand.

Als de operatie heeft plaatsgevonden, wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. De chirurg belt na de operatie uw eerste contactpersoon over hoe de operatie is verlopen. Daar wordt u aangesloten op bewakingsapparatuur voor verschillende controles. Vanuit de uitslaapkamer wordt u naar de Intensive Care gebracht. Als u op de afdeling Intensive Care bent aangekomen, belt een verpleegkundige uw contactpersoon.

Na de behandeling

Na de operatie ligt u over het algemeen één nacht op de Intensive Care. Zodra de controles stabiel zijn, wordt u naar de verpleegafdeling gebracht. De verpleegkundige controleert regelmatig uw bloeddruk, hartslag, temperatuur, wond en de doorbloeding van de benen.

Verder kunt het volgende na de operatie verwachten:

  • U heeft een infuus in uw arm met een pompje waarmee u zelf door een druk op de knop pijnstilling toe kunt dienen;
  • ook heeft u een blaascatheter om de urine in op te vangen, totdat u weer wat makkelijker kunt bewegen;
  • wond: de wonden zijn onderhuids gehecht en voorzien van folie; zuurstof: soms kunt u na de operatie nog wat extra zuurstof nodig hebben. Via een dun slangetje in de neus krijgt u zuurstof toegediend;
  • u krijgt tijdens de ziekenhuisopname iedere avond een injectie met een medicijn om de kans op trombose te voorkomen.

Na de operatie bepaald de vaatchirurg welke bloedverdunners er bij u noodzakelijk zijn. Bloedverdunners kunnen op verschillende wijze toegediend worden. Dit kan in de vorm van tabletten, injectie of continue via het infuus.

De verpleegkundige zal regelmatig met behulp van een speciaal apparaat de bloeddoorstroom in uw voet en/of benen controleren. Ook zal de verpleegkundige regelmatig aan uw been voelen of de benen warm aanvoelen en de kleur van de benen observeren.

Als uw conditie het toelaat mag u de eerste dag na de operatie uit bed, dit is belangrijk voor het goed doorademen en een goede bloeddoorstroming.

De verpleegkundige zal uw wonden dagelijks inspecteren en (zonodig) verzorgen.

Mogelijke complicaties/risico's

Bij iedere operatie kunnen er complicaties optreden. Om de kans op complicaties te verkleinen wordt u voor de operatie uitgebreid onderzocht en worden voorzorgsmaatregelen genomen.

De algemene complicaties die na een operatie op kunnen treden zijn:

  • een wondinfectie, trombose en beschadiging van organen of zenuwen.

Andere complicaties die bij deze operatie kunnen optreden zijn:

  • Nabloeding. De bloedvaten in de lies moeten worden geopend en weer gesloten. In dit operatiegebied kan een bloeding ontstaan doordat via deze opening de prothese wordt ingebracht. Soms is deze verbinding niet geheel dicht en ontstaat er lekkage; Afsluiting van de vaatprothese of in een beenslagader. Als één van deze complicaties optreedt is een nieuwe operatie nodig;
  • Afsluiting van een of meerdere nierslagaders. Als beide nierslagaders door de prothese worden afgesloten zal als nog een open procedure volgen waarbij de prothese wordt verwijderd. Bij afsluiting van een enkele nierslagader zal over het algemeen de andere voldoende functie overnemen. Soms moet een kleine extra nierslagader worden opgeofferd om de prothese goed te kunnen plaatsen. Dit leidt over het algemeen niet tot een verminderde nierfunctie. Desondanks kan het het functioneren van de nieren tijdelijk verstoord raken.
  • De operatie is een grote belasting voor uw hart. Daardoor is de kans op een hartinfarct groter. Door een hartinfarct kunt u overlijden. Uw hartconditie wordt zo nodig voor de operatie getest om te bepalen of uw hart de operatie aankan;
  • De buikslagader voorziet uw darmen van bloed. Als de bloedvoorziening van de darm verminderd is, komen uw darmen langzamer op gang. U kunt hierdoor een gespannen, bolle buik hebben en uw ontlasting kan langer wegblijven. Dit komt vanzelf weer op gang. In extreme gevallen krijgen de darmen te weinig zuurstof en sterft er een deel af waarvoor u geopereerd moet worden.

Leefregels na de behandeling

U heeft een operatie aan de grote slagader door middel van de endovasculaire procedure ondergaan. Als er geen complicaties optreden, u voldoende mobiliseert en herstelt bent, mag u in de meeste gevallen na ongeveer 3 dagen naar huis.

Wondverzorging

  • de wonden kunnen nog een beetje nalekken. Eventueel kan er een pleister of absorberend verband opgeplakt worden. In de meeste gevallen volstaat 1 x per dag verschonen van deze pleister of verband;
  • de wond is meestal onderhuids gehecht;
  • Na het ontslag uit het ziekenhuis zult u merken dat u niet meteen helemaal fit bent. U bent nog snel vermoeid en ook de eetlust is vaak nog verminderd. Langzamerhand wordt dit beter en na twee tot drie maanden is uw algemene conditie weer als voor de operatie.

Indien het nodig is, kan er vanuit het ziekenhuis thuiszorg en eventuele hulpmiddelen voor thuis geregeld worden.

Drie tot vier weken na de operatie krijgt u opnieuw een CT-scan om te beoordelen of de operatie het gewenste resultaat heeft gehad. U krijgt hiervoor een afspraak mee.

Vaak gebruikt u de eerste maanden medicijnen om het bloed dunner te houden. Als u in deze periode nogmaals geopereerd moet worden, moet u de arts vertellen dat u bloedverdunners gebruikt.

Als u in de toekomst nog eens geopereerd moet worden, vertel dan de arts dat u een vaatprothese heeft. De arts bepaalt of u rondom de operatie antibiotica moet krijgen.

Medicijnen

  •  Een overzicht van de medicijnen die u gebruikt, wordt naar uw apotheek gefaxd. In overleg met u wordt besloten of de medicijnen opgehaald worden of thuisbezorgd moeten worden;
  • als u bloedverdunnende medicatie gebruikt, regelt de afdeling de eerste afspraak met de trombose dienst. U krijgt een kaartje mee met de dosering en de dag waarop voor het eerst weer door de trombose dient gecontroleerd wordt;
  • bij pijn kunt u zo nodig paracetemol nemen (max. 4 gram /per dag) en evt. speciaal voorgeschreven pijnstillers.

Leefregels

Om de kans op complicaties te verminderen adviseren wij u:

  • de eerste twee weken na de operatie niet zwaar te tillen. Dit betekent dat u maximaal 1 kilo mag tillen;
  • geen zwaar huishoudelijk werk doen, zoals ramen zemen, stofzuigen etc. gedurende de eerste vier tot zes weken. Daarna mag u geleidelijk weer wat zwaarder huishoudelijk werk gaan doen;
  • u mag douchen en na twee weken mag u weer in bad;
  • alles eten en drinken wat u voor de operatie gewend was;
  • als de operatie zonder complicaties is verlopen, mag u weer fietsen en autorijden. In alle andere gevallen, dient u eerst te overleggen met uw chirurg;
  • voorkom afknellen van de liezen door een luie zit aan te nemen, waarbij u onderuitgezakt zit;
  • u mag uw werk weer hervatten na overleg met de chirurg.

Een gezonde levensstijl is belangrijk. Dat wil zeggen niet roken, voldoende lichaamsbeweging en geen overgewicht.

Eventuele specifieke leefregels worden met u doorgesproken voordat u met ontslag gaat.

Contact

Het is belangrijk om bij de volgende symptomen contact op te nemen met de specialist:

  • bij roodheid, zwelling rond de wond; bij koorts;
  • bij koude en/ of tintelingen en gevoelloosheid in benen en voeten;
  • uitblijven van ontlasting;
  • aanhoudende diarree;
  • toenemende buikpijn;
  • braken.

Treden bovenstaande klachten geleidelijk op in een periode van maanden of komen de klachten waarvoor u behandeld bent terug, dan is het raadzaam om een afspraak te maken met uw behandelend specialist.

Tijdens kantooruren kunt u contact opnemen met de polikliniek Chirurgie (0183) 64 42 05. Buiten kantooruren en in het weekend kunt u contact opnemen met de Spoedeisende hulp. De spoedeisende hulp is bereikbaar via de receptie van het Beatrixziekenhuis. Het nummer van de receptie is (0183) 64 44 44.

Tot slot

Wanneer u na het lezen van deze folder nog vragen heeft of zich zorgen maakt, bespreek dit dan met uw arts of een verpleegkundige.

Tijdens kantooruren kunt u contact opnemen met de polikliniek Chirurgie (0183) 64 42 05.