Blaasbiopsie

De behandeling

Bij een blaasbiopsie worden stukjes weefsel (biopten) uit uw blaas weggenomen om deze te kunnen onderzoeken op afwijkingen. Dit wordt uitgevoerd als er bij het onderzoek van de blaas tijdens het poliklinisch bezoek weefsel gezien wordt dat nader onderzocht moet worden. Een blaasbiopsie duurt kort, maar moet wel onder algemene of regionale verdoving (ruggenprik) worden uitgevoerd.

Voor de behandeling

  • Voor de operatie en de anesthesie zijn meestal enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel pre-operatieve screening genoemd. Daarom bezoekt u vooraf het spreekuur van de anesthesioloog.
  • Voor de operatie moet u nuchter zijn. Lees hier wanneer u niet meer mag eten of drinken voor de behandeling.
  • Eventuele bloedverdunnende medicijnen (zoals Sintrom, Marcoumar, Acetosal) worden in overleg met uw arts enige dagen van tevoren gestopt. Acetosal (Ascal) wordt meestal zeven dagen voor de ingreep gestopt;

Tijdens de behandeling

Op de afdeling krijgt u informatie over de gang van zaken rondom de operatie, vervolgens wordt u naar de operatiekamer gebracht. Er wordt een infuusnaald in een bloedvat in uw arm of hand geprikt en aansluitend krijgt u de narcose of ruggenprik.
De uroloog brengt een instrument door de plasbuis in de blaas, waarmee hij kan opereren. Aan het instrument zit een ‘happertje’, waarmee stukjes blaasslijmvlies worden weggenomen. Tijdens de operatie krijgt u een blaaskatheter. Deze is nodig om eventuele bloedstolsels uit de blaas te kunnen wegspoelen.

Tijdsduur

Gemiddeld duurt de operatie een kwartier.

Na de behandeling

Na dit onderzoek wordt u naar de uitslaapkamer gebracht, waar uw hartslag, bloeddruk en ademhaling worden gecontroleerd. Als alle controles goed zijn, kunt u terug naar de verpleegafdeling. Als u geen pijn heeft en niet misselijk bent, mag u enkele uren later weer eten en drinken. De katheter wordt dezelfde dag of de dag na de operatie verwijderd, als geen bloedstolsels meer aanwezig zijn. Na de operatie krijgt u eventueel pijnstillers. Heeft u ondanks deze medicijnen nog pijn, meld dat dan aan een verpleegkundige. U mag dezelfde dag of de dag na de operatie weer naar huis.

Uitslag

De uitslag van het laboratoriumonderzoek is meestal na één week bekend. De uroloog bespreekt deze met u tijdens uw afspraak in de polikliniek. Wanneer u het ziekenhuis verlaat wordt deze afspraak ingepland.

Mogelijke complicaties/risico's

Nadat de katheter verwijderd is, kunt u last hebben van de volgende bijwerkingen:

  • Ongewild urineverlies
  • Er kan wat bloed in uw urine voorkomen (tot drie weken na de operatie)
  • Het plassen kan met kleine beetjes gaan en pijnlijk zijn (branderig)

Dit zijn normale verschijnselen. Bij twijfel kunt u de verpleegkundige waarschuwen.

 

Contact

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met uw huisarts of het ziekenhuis.
De polikliniek urologie is bereikbaar via (0183) 64 42 65.