Afwijkingen in de borst
Wat is…
Er zijn verschillende goedaardige afwijkingen van de borst. Hieronder leest u meer over goedaardige afwijkingen die vaak voorkomen.
Bindweefselknobbel
Een bindweefselknobbel wordt ook wel fibroadenoom genoemd. Het is een knobbel die is opgebouwd uit klierweefsel en bindweefsel (steunweefsel). De knobbel heeft niets te maken met borstkanker. Het voelt aan als een stevig, rond of ovaal, glad knobbeltje. En u kunt het makkelijk heen en weer bewegen wanneer u het tussen twee vingers vasthoudt. Het komt vaak voor bij vrouwen tussen de 20 en 35 jaar oud. Een bindweefselknobbel is gevoelig voor hormonen. Vlak voor uw ongesteldheid kan de knobbel extra gevoelig zijn. En tijdens een zwangerschap kan de knobbel groeien. Na de overgang wordt de knobbel meestal vanzelf kleiner.
Meestal geeft een bindweefselknobbel geen klachten. En is behandeling niet nodig. Soms is een echo nodig om te zien of de knobbel groter wordt. Of is het advies om deze te verwijderen. De arts of verpleegkundig specialist bespreekt dit dan met u. Heeft u last van de bindweefselknobbel? Of is het heel pijnlijk? Dan kunt u er ook zelf voor kiezen om deze te laten verwijderen. Dit kan op 2 manieren:
- Is de knobbel kleiner dan 2 cm? En ligt de knobbel niet te dicht onder uw huid of tepel? Dan haalt de radioloog de knobbel weg met een holle naald en een vacuümpomp.
Deze behandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving op de afdeling Radiologie. Deze behandeling noemen we Mirabel-procedure. - Is de knobbel groter dan 2 cm? Of ligt de knobbel dicht onder uw huid of tepel? Dan haalt de chirurg de knobbel weg tijdens een operatie. U gaat hiervoor onder narcose. Na de operatie mag u dezelfde dag naar huis. Na een operatie ontstaat een litteken.
U hoort van de arts of verpleegkundig specialist welke behandeling in uw situatie het beste is.
Vochtblaasje
Een vochtblaasje wordt ook wel een cyste genoemd. Het ontstaat doordat een gangetje van de melkklier verstopt zit. Een vochtblaasje voelt aan als een ronde, stevige knobbel. En is makkelijk te bewegen. Soms is deze knobbel pijnlijk. Een vochtblaasje is gevoelig voor hormonen. Vlak voor uw ongesteldheid kan de knobbel extra gevoelig zijn. U kunt meerdere vochtblaasjes hebben in één borst. Of in allebei uw borsten. Een vochtblaasje kan een paar centimeters groot worden. Vaak worden ze uiteindelijk vanzelf weer kleiner of verdwijnen.
Voor een vochtblaasje is geen behandeling nodig. Is het vochtblaasje bij u pijnlijk? Dan kan het worden leeggezogen op de afdeling Radiologie. Het vochtblaasje kan daarna wel opnieuw terugkomen.
Goedaardige zwelling in de melkgang
Een goedaardige zwelling in de melkgang wordt ook wel een papilloom genoemd. Meestal zit deze net achter de tepel. Soms zit het ergens anders in de borst. Het kan ervoor zorgen dat er wit, geel of bloederig vocht uit de tepel lekt. Of dat de tepel naar binnen is getrokken. We weten niet waardoor een zwelling in de melkgang ontstaat. Zo’n zwelling is goedaardig, maar kan soms kwaadaardig worden. Daarom is meestal het advies om het weg te halen tijdens een operatie. U gaat hiervoor onder narcose. Na de operatie mag u dezelfde dag naar huis.
Verwijde melkgang
In de borst zitten melkgangen. Soms wordt één van die melkgangen wat wijder. Dit heet een ductectasie. Doordat de melkgang wat wijder is kan er vocht in de melkgang achterblijven. En verstopt raken. Dit kan zorgen voor ontstekingen van de borst. Ook kan er helder wit, geel of groen vocht uit de tepel lekken. We weten niet hoe een verwijde melkgang ontstaat. Het komt vooral voor bij vrouwen rond de overgang. Heeft u veel last van vocht uit de tepel? Of van de ontstekingen? Dan kan de chirurg tijdens een operatie één of meerdere melkgangen verwijderen. U gaat hiervoor onder narcose. Na de operatie mag u dezelfde dag naar huis.
Borstontsteking
Bij een ontsteking van de borst doet de borst pijn. De borst is dikker en rood. Soms is er een bult in de borst te voelen. Ook kunt u koorts hebben. Een borstontsteking komt door een verstopte melkgang. Of door een bacterie van de huid die in de borst is gekomen. Dit kan bijvoorbeeld via een tepelkloof.
Een borstontsteking komt meestal voor bij vrouwen die borstvoeding geven. Maar ook vrouwen die geen borstvoeding geven kunnen het krijgen. Een borstontsteking komt vaker voor bij vrouwen die roken. Een borstontsteking kan ook te maken hebben met borstkanker. Dit is heel zeldzaam.
Meestal wordt een borstontsteking behandeld met antibiotica. Dit is een medicijn tegen een ontsteking. Heeft u een borstontsteking? En geeft u borstvoeding? Vertel dit altijd aan uw arts of verpleegkundig specialist. De arts of verpleegkundig specialist kiest dan een medicijn dat veilig is voor u én uw baby. U kunt dan gewoon doorgaan met het geven van borstvoeding.
Soms komt er door de ontsteking een bult met pus in de borst (abces). De medicijnen tegen ontsteking kunnen dat niet genezen. De bult met pus wordt dan aangeprikt en leeggezogen. Heel soms is alsnog een operatie nodig. Onder algehele verdoving opent de chirurg de bult met pus en maakt het schoon.
Adviezen bij borstontsteking
Geeft u borstvoeding? Dan kunt u de volgende dingen zelf doen:
- Neem voldoende (bed)rust.
- Draag een goed passende en ondersteunende beha. Zorg ervoor dat deze niet knelt.
- Blijf uw baby borstvoeding geven. Dat is heel belangrijk. En het is niet schadelijk voor uw baby. Kolven mag ook. Kolf alleen de hoeveelheid af die uw baby drinkt. Kolf niet extra (vaak).
- Leg uw baby aan wanneer uw baby voeding wil. U kunt tijdelijk uw andere borst als eerste geven.
- Is uw borst zo gezwollen dat er (bijna) geen melk meer komt? Geef deze borst dan rust door even helemaal te stoppen met aanleggen of kolven. De zwelling moet eerst afnemen. Uw andere borst zal meer melk gaan aanmaken.
- Leg na de voeding een koude doek of een zakje ijsblokjes op uw borst. Zorg ervoor dat er iets tussen uw huid en het ijs zit, zoals een theedoek. Uw huid mag namelijk niet bevriezen. Door het koelen van uw borst neemt de zwelling af. En het zorgt voor minder pijn. Koel 10 minuten. Wacht daarna 20 minuten. Doe dit zo vaak als prettig is.
- Masseer uw borst niet. Het is belangrijk om zo min mogelijk aan de ontstoken borst te komen. Masseren kan de ontsteking alleen maar erger maken.
- Zorg voor een goede hygiëne. Was uw handen voor elke voeding. En wissel zoogkompressen na iedere voeding.
- U mag 4x per dag paracetamol 1000 mg tegen de pijn nemen. Helpt dat niet genoeg? Dan kunt u in overleg met uw arts of verpleegkundig specialist er 3x per dag 400 mg Ibuprofen bij slikken. Ibuprofen werkt ook ontstekingsremmend. Beide medicijnen kunt u veilig slikken bij borstvoeding.
- Heeft u regelmatig een borstontsteking? Dan kunt u hulp en ondersteuning vragen van iemand die veel van borstvoeding weet (een lactatiekundige). Zij kan samen met u achterhalen wat de mogelijke oorzaak is. Op deze website kunt u zoeken naar iemand in uw buurt: Zoek een lactatiekundige | Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen
- Rookt u? Dan raden wij u sterk aan om te stoppen. Stoppen met roken helpt uw borst om sneller en beter te genezen.
Heeft u een borstontsteking? En geeft u geen borstvoeding? Dan kunt u de volgende dingen zelf doen:
- U mag 4x per dag paracetamol 1000 mg tegen de pijn nemen. Helpt dat niet genoeg? Dan kunt u in overleg met uw arts of verpleegkundig specialist er 3x per dag 400 mg Ibuprofen bij slikken. Ibuprofen werkt ook ontstekingsremmend.
- Leg een koude doek of een zakje ijsblokjes op uw borst. Zorg ervoor dat er iets tussen uw huid en het ijs zit, zoals een theedoek. Uw huid mag namelijk niet bevriezen. Door het koelen van uw borst neemt de zwelling af. En het zorgt voor minder pijn.
- Rookt u? Dan raden wij u sterk aan om te stoppen. Stoppen met roken helpt uw borst om sneller en beter te genezen.
Bent u onder behandeling voor een borstontsteking in ons ziekenhuis? En wordt uw borst dikker of roder? Of krijgt u koorts? Neem dan contact op met de polikliniek Chirurgie. De polikliniek is bereikbaar van 8.30 uur tot 11.30 uur en van 13.30 uur tot 16.00 uur via telefoonnummer (0183) 644205. Op werkdagen na 17.00 uur of in het weekend kunt u bellen naar de Huisartsenpost, telefoonnummer (0183) 646410.
Vetweefselknobbel
Een vetweefselknobbel is een gladde en ronde knobbel onder uw huid. En is gemaakt van vetcellen. Het wordt ook wel lipoom genoemd. U kunt de knobbel meestal goed heen en weer bewegen. En het voelt vaak zacht als u erop drukt. Ze zitten vaak op de nek, schouders, rug, armen of buik. Bij vrouwen zitten ze ook wel eens in de borsten.
We weten niet precies hoe vetweefselknobbels ontstaan. Ze komen vooral voor bij mensen tussen de 40 en 60 jaar. In sommige families komen vetweefselknobbels vaker voor. Een vetweefselknobbel kan geen kwaad. Het kan gewoon blijven zitten. Als u er last van heeft, kunt u het knobbeltje laten weghalen.
Littekenweefsel
Littekenweefsel in de borst is stevig weefsel dat ontstaat na het stoten van de borst. Of na een
ongeluk. Of na een operatie of bestraling. Soms ontstaat het vanzelf. Het voelt vaak aan als
een harde of stevige knobbel. De medische term voor littekenweefsel is fibrose of vetnecrose.
Het kan geen kwaad. En een behandeling is niet nodig.
Gevoelige borsten
Gevoelige borsten wordt ook wel mastopathie genoemd. Uw borsten kunnen pijn doen. Of gevoelig zijn. Of u kunt harde plekken of knobbels voelen. Deze knobbels kunnen groter en kleiner worden. Of weer helemaal verdwijnen. Ook kan er soms vocht uit 1 of beide tepels komen. De klachten zijn vaak het ergst vlak voor u ongesteld wordt. Daarna worden ze weer minder. Bij sommige vrouwen is de pijn heel erg. Dit kan problemen geven. Bijvoorbeeld bij sporten, werken of vrijen. Meestal heeft u na de overgang geen klachten meer.
Hoe mastopathie ontstaat is niet duidelijk. We weten dat het vaak te maken heeft met vrouwelijke hormonen.
Mastopathie is goedaardig. U heeft niet meer kans op borstkanker dan iemand anders.
Wat kunt u zelf doen?
- Draag een beha die extra steun geeft, bijvoorbeeld een sportbeha.
- Neem een warme douche. Dat kan uw klachten minder maken.
- Maakt kou de klachten erger? Draag dan warme kleding.
- Soms is het andersom en helpt kou juist om minder pijn te hebben. Het helpt dan om een tijdje een ‘cold pack’ (of een zak ijsblokjes met een theedoek eromheen) tegen uw pijnlijke borst of borsten te doen.
- Als u veel pijn heeft kunt u een pijnstiller nemen. Begin altijd met paracetamol. Dit werkt meestal goed. En heeft de minste bijwerkingen.
- Bij sommige vrouwen nemen de klachten af als zij minder koffie, thee, chocolade, cola en wijn gebruiken. Het duurt vaak 3 maanden voordat u merkt dat de klachten minder worden.
- Sommige vrouwen hebben minder last van hun borsten als zij teunisbloemolie gebruiken. Dit is een natuurlijke olie die u zonder recept kunt kopen bij de drogist. Wetenschappers hebben niet bewezen dat deze olie echt werkt. Toch hebben sommige vrouwen er goede ervaringen mee. Wilt u het proberen? Gebruik de olie dan minimaal 3 maanden lang. Pas na deze tijd weet u of het bij u helpt.
- Vrouwelijke hormonen hebben vaak invloed op mastopathie. Daarom helpt de pil soms tegen de klachten. Andersom helpt het soms ook om te stoppen met de pil. Of u kunt een andere soort pil proberen. Overleg dit met uw huisarts.
Zeldzame, snelgroeiende knobbel in de borst (phyllodestumor)
Een zeldzame, snelgroeiende knobbel in de borst noemen we ook wel phyllodestumor. Deze knobbel kan snel groter worden in een korte tijd. Soms binnen enkele weken of maanden. Meestal is het goedaardig. Soms is het kwaadaardig. Dan kan het in zeldzame gevallen zich verspreiden naar andere delen van het lichaam. Soms is het een 'grensgeval' (borderline). Wat betekent dat het tussen goedaardig en kwaadaardig in zit.
Hoe een phyllodestumor ontstaat is onbekend.
De behandeling bestaat uit een operatie. De chirurg haalt de knobbel met een randje gezond weefsel eromheen weg. Dit is heel belangrijk. Als er cellen achterblijven kan het op dezelfde plek terugkomen. Door dat extra randje weefsel mee te nemen wordt de kans hierop verkleind. Het weggenomen weefsel wordt in het laboratorium onderzocht door een patholoog. De patholoog kijkt of de tumor goedaardig, kwaadaardig of een grensgeval was. Verdere behandeling is meestal niet nodig. Alleen in hele zeldzame gevallen is er nog behandeling met bestraling of chemotherapie nodig.