Spuitinstructie voor injecties met antistollingsmedicatie

De behandeling

U heeft van uw arts injecties (Fraxiparine/ Fraxodi) voorgeschreven gekregen. De injecties worden subcutaan toegediend, dat wil zeggen in het onderhuidse weefsel. Het medicijn wordt vanuit dit weefsel in het bloed opgenomen. Deze injecties kunt u zelf toedienen in het bovenbeen of in de buikwand. U mag dit natuurlijk ook door iemand uit uw directe omgeving of door de wijkverpleegkundige laten doen. In deze folder leest u hoe de prikjes toegediend moeten worden.

Hulp nodig bij het prikken?

De wijkverpleegkundige kan u begeleiden bij het prikken. De polikliniekassistente schakelt indien nodig de wijkverpleegkundige voor u in.

Tijdens de behandeling

Techniek van het prikken

  • Was en droog de handen.
  • Kies de injectieplaats. Bij voorkeur in de buikhuid, niet te dicht bij de navel. Ter afwisseling kan ook in het bovenbeen worden geprikt. Vermijd de omgeving van wondjes.
  • Haal het rubberen dopje van de spuit zodat de naald zichtbaar wordt. Neem de spuit tussen uw vingers en houd ze rechtop. De aanwezige luchtbel in de injectiespuit niet verwijderen!
  • Neem 2 centimeter huid tussen uw vingers.
  • De naald loodrecht en over de volle lengte in de huidplooi brengen.
  • Spuit de vloeistof en luchtbel langzaam in.
  • Tel daarbij tot drie. Trek de spuit in één beweging uit de huid en laat de huidplooi los
  • Trek de plastic huls over de naald. De spuit kunt u nu in de afvalemmer weggooien, deze hoeft dus niet in een naaldencontainer.