Huidtransplantatie

De behandeling

Een huidtransplantatie wordt toegepast bij wonden (weefseldefecten) die niet meer te sluiten zijn met hechtingen. Een weefseldefect kan onder andere ontstaan door een trauma, een chronische wond of na een chirurgische ingreep. Een huidtransplantatie wordt ook wel een ‘thiersch-plastiek’ of een ‘split-skin graft’genoemd.

Tijdens de behandeling

Tijdens de operatie snijdt de (plastisch) chirurg met een soort kaasschaaf een dun laagje van de huid (het transplantaat). Over het algemeen wordt hiervoor huid van het bovenbeen gebruikt. Er ontstaat een schaafwond, die ongeveer binnen 3 weken spontaan zal genezen. Deze schaafwond wordt de donorplaats genoemd.

De schaafwond wordt met een verband, een zogenaamd alginaat afgedekt. Dit is een steriel, zacht, wit en sterk absorberend verband. Bij contact met de wond vormt het verband geleidelijk een vochtige gel die helpt bij de genezing. Deze gel is donkerbruin of donkerrood van kleur.

Vervolgens wordt de wond afgedekt met een doorzichtig folie. In sommige gevallen wordt over de folie een groot gaas en een drukverband met een zwachtel aangebracht.

Het verkregen huidtransplantaat gaat door een soort molen waardoor het een honingraatstructuur krijgt. Hierdoor wordt het oppervlak van het transplantaat sterk vergroot zodat een veel groter gebied met het huidtransplantaat bedekt kan worden.

De (plastisch) chirurg legt het huidtransplantaat vervolgens op de wond en zet het met kleine nietjes en/of lijm vast, zodat het niet kan verschuiven. Op de getransplanteerde huid wordt een siliconengaas gelegd en dit wordt afgedekt met een beschermend verband.

Na de behandeling

  • Het verband op de schaafwond (donorplaats) mag in ieder geval de eerst zeven dagen niet verwijderd worden wel mag zonodig wordt een extra absorbtielaag aangebracht worden.
  • Tijdens de wondcontrole op de polikliniek (7 dagen na de operatie) zal de schaafwond op het bovenbeen worden uitgepakt en gecontroleerd. Hierna wordt de schaafwond opnieuw verbonden. Na 2 weken zal de schaafwond genezen zijn en mag u zelf het verband verwijderen.
  • De schaafwond mag hierna dun met vaseline worden ingesmeerd en hoeft niet meer verbonden te worden.
  • Het verband op de getransplanteerde huid (de wond waar het transplantaat op gegaan is) wordt de zevende dag na de operatie (op de polikliniek) verwijderd. De nietjes waarmee de huid is vastgezet worden na tien dagen op de polikliniek verwijderd.
  • Als de wond na 2 – 3 weken volledig genezen is ook deze wond dagelijks gedurende enkele weken dun insmeren met vaseline.
  • Voor een goede genezing is het belangrijk dat u de eerst twee dagen rust houdt. Ook daarna mag u zich gedurende twee weken niet zwaar inspannen. U moet de schaafwond en de getransplanteerde huid ontzien. U mag de huid bijvoorbeeld niet rekken.
  • De wond en het verband op het bovenbeen en de getransplanteerde huid mogen beslist niet nat worden. U mag daarom tot op de eerste controle op de polikliniek niet in bad of douchen.

Mogelijke complicaties/risico's

Na iedere operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, longontsteking, trombose of een wondinfectie. Deze complicaties komen zelden voor. Zij kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden, al moet u daarvoor mogelijk enkele dagen langer in het ziekenhuis verblijven. Vaak blijft na huidtransplantatie een kleur- of textuurverschil met de omringende huid zichtbaar. Ook op de donorplaats is dit het geval.

Leefregels na de behandeling

  • Wanneer u weer kunt gaan werken, hangt af van het werk dat u doet en de wondgenezing. De arts zal dit met u bespreken.
  • Wanneer de wond thuis nog verzorgd moet worden kan zonodig de wijkverpleegkundige hiervoor worden ingeschakeld. De verbandmiddelen die u thuis eventueel nodig heeft zullen m.b.v. een recept bij uw apotheek voor u besteld worden.
  • Zolang de littekens nog rood zijn mag u ze niet blootstellen aan ultraviolet licht (zon of zonnebank). U kunt de littekens eenvoudig beschermen met een sun- block (factor 50).
  • Wees voorzichtig met de kwetsbare getransplanteerde huid. Deze kan nam door te zware belasting opnieuw open gaan.

Contact

Bij vragen kunt u terecht bij uw behandelend arts of de wond- en decubitusverpleegkundigen van Rivas Zorggroep. Tijdens uw verblijf in het ziekenhuis zullen de verpleegkundigen en de arts ook steeds toelichten wat er gaat gebeuren. Zij zijn ook graag bereid al uw vragen te beantwoorden.

Wond- en decubitusverpleegkundigen Rivas Zorggroep, tel: (0183) 64 43 54 of via mail: wonddecubituszorg@rivas.nl