Ziekte van Dupuytren

De behandeling

De plastisch chirurg heeft met u besproken dat u behandeld wordt aan uw hand. In deze folder leest u meer over deze aandoening en de mogelijke behandelingen.

Centrum voor Hand- en Polschirurgie
Iedereen met hand- en polsaandoeningen kan terecht in het speciale Centrum voor Hand- en Polschirurgie van het Beatrix ziekenhuis. Zowel eenvoudige als meer complexe pols- en handaandoeningen kunnen er behandeld worden.

Een team van ervaren plastisch chirurgen, reumatologen, revalidatiearts en handtherapeuten (gespecialiseerde ergo- en fysiotherapeut) staat klaar om u zo snel mogelijk te behandelen.

De samenwerkende specialisten stemmen hun behandeling met elkaar af. Hierdoor is de behandeling efficiënter en van een hoog niveau. Patiënten worden begeleid en behandeld door een deskundig en vast samengesteld team.

Voor de behandeling

  • Voor de operatie mag u geen bloedverdunnende medicijnen gebruiken (zoals marcoumar, sintrom, aspirine en ascal). Bespreek dit minimaal twee weken voor de operatie met uw plastisch chirurg en de arts die de medicijnen heeft voorgeschreven. Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, zal de plastisch chirurg u vertellen wanneer u hiermee tijdelijk moet stoppen.
  • Roken vergroot de kans op problemen bij de wondgenezing. Uw plastisch chirurg raadt u daarom aan om minstens zes weken voor de operatie volledig te stoppen met roken.

Onderzoek door de handtherapeuten
De handtherapeut kan u vóór de operatie oproepen voor specifieke metingen. Dit zijn metingen om de beweeglijkheid van de vingers en de hand te onderzoeken. De plastisch chirurg verwijst u hiervoor naar de afdeling Handrevalidatie.

Gesprek met de anesthesioloog
De anesthesioloog bespreekt vooraf met u welke verdoving u krijgt. De ingreep gebeurt onder blokverdoving (regionale verdoving). Hierbij wordt uw hele arm verdoofd. De operatie kan ook onder narcose (algehele anesthesie) plaatsvinden.

Voorbereiding thuis

  • Neemt u alle medicijnen die u gebruikt, in de originele verpakking, mee naar het ziekenhuis op de dag van uw opname.
  • Brengt u naast uw nachtkleding en toiletartikelen, ook pantoffels of slippers mee.
  • Op de dag van operatie mag u geen bodylotion gebruiken.
  • We vragen u uw sieraden thuis te laten en uw piercings uit te doen. Op de dag van de operatie mag u geen make-up en nagellak dragen.
  • Als u kunstharsnagels draagt, gelden de volgende regels. Zijn de kunstharsnagels blank gelakt, dan hoeft u ze niet te verwijderen. Zijn de kunstharsnagels niet blank gelakt, dan moet u één nagel per hand verwijderen.
  • Houdt u er rekening mee dat u geen contactlenzen, bril, gehoorapparaten of kunstgebit mag dragen op de operatiekamer. We raden u aan om voor de eerste week na thuiskomst (zelf) hulp te regelen.
  • Na de ingreep mag u niet zelfstandig autorijden. Zorg ervoor dat uw vervoer naar huis is geregeld.

Nuchter zijn
Voor deze operatie moet u nuchter zijn. De regels over nuchter zijn leest u in de folder 'Anesthesie'

Tijdens de behandeling

De dag van de operatie
U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de verpleegafdeling. De verpleegkundige legt u de gang van zaken op de afdeling uit en controleert de gegevens die tijdens uw intakegesprek zijn genoteerd. Als u geen intakegesprek heeft gehad, stelt de verpleegkundige u nog een aantal vragen over uw gezondheid.

Op de afdeling wordt gemengd verpleegd. Dit betekent dat mannen en vrouwen op dezelfde kamer kunnen liggen.

Voor de operatie
De verpleegkundige geeft u voorbereidende medicijnen voor de anesthesie (narcose). Dit heet de premedicatie. De premedicatie bestaat vaak uit een rustgevend medicijn en een pijnstiller. Daarna krijgt u een operatiehemd aan. De verpleegkundige brengt u daarna met bed naar de voorbereidingsruimte van de operatie afdeling. In de voorbereidingsruimte krijgt u een infuus en wordt u voor controle aangesloten op een monitor. Van hieruit wordt u naar de operatiekamer gebracht.

Mogelijkheden voor behandeling

  • Partiële fasciectomie
    ‘Partieel’ betekent gedeeltelijk en ‘fasciectomie’ betekent weg-snijden (ectomie) van bindweefsel (fascie). Via een zigzagsnede (in de handpalm) worden de strengen zo uitgebreid mogelijk verwijderd, zodat de vingers weer gestrekt kunnen worden. Deze operatie is de meest voorkomende behandeling.
  • Naald fasciotomie
    ‘Fascie’ betekent bindweefsel en ‘tomie’ betekent insnijden. Als u een streng heeft in de handpalm zonder kromstand van uw vinger, komt u misschien in aanmerking voor een naald fascio-tomie. Dit zal de plastisch chirurg beoordelen. Met een naald of een mesje wordt via een kleine opening van enkele millimeters de streng in de handpalm doorgesneden. Het werkt minder langdurig dan de gangbare uitgebreide operatie, maar is ook een stuk minder belastend, doordat u geen snede in de handpalm krijgt. Het voordeel van deze behandeling is, dat uw hand binnen enkele dagen volledig hersteld zal zijn.
  • Dermo fasciectomie
    ‘Dermo’ betekent huid en ‘fasciectomie’ betekent wegsnijden van bindweefsel. Bent u al eerder geopereerd aan de ziekte van Dupuytren, dan is het soms nodig om niet alleen de strengen maar ook de bijbehorende huid te verwijderen. Er wordt dan een stuk donorhuid van bijvoorbeeld uw onderarm of bovenbeen, in uw hand gelegd. Bij hernieuwde operaties duurt het langer voordat de ziekte op die plek terugkomt als een huidtransplantatie wordt verricht.
  • Partiële fasciectomie gecombineerd met lipo-filling
    ‘Lipo-filling’ betekent opvullen met eigen vetweefsel. Bij deze nieuwe techniek verloopt de ingreep zoals hierboven beschreven, maar wordt eigen vetweefsel achtergelaten in het geopereerde gebied. Het vetweefsel zal met een speciale liposuctie naald uit een ander deel van uw lichaam gehaald worden, bijvoorbeeld uit uw buik. Dit kan met een plaatselijke verdoving of onder narcose. De arts bespreekt dit met u. Deze techniek zou de kans op recidieven (het terugkomen van de ziekte) kunnen verkleinen.

Operatie
De operatie wordt op de poliklinische behandelkamer of in dag-behandeling uitgevoerd.

  • Als u op de poliklinische behandelkamer geholpen wordt, krijgt u een plaatselijke verdoving (in de hand) en hoeft u niet nuchter te zijn.
  • Als u een blokverdoving of narcose krijgt, moet u wel nuchter zijn. De regels over nuchter zijn leest u in de folder ‘Anesthesie en pré-operatieve screening’.

Afhankelijk van de mate waarin uw vingers krom staan en uw (algehele) gezondheid, krijgt u een blokverdoving van uw arm of een (algehele) narcose. Dit bespreekt de anesthesist met u. Via een zigzagsnede (in de handpalm) verwijdert de plastisch chirurg het verharde weefsel uit uw hand. De wond wordt gesloten met hechtingen en u krijgt een drukkend verband om uw hand.

Na de behandeling

Na de operatie gaat u naar de verkoeverkamer (uitslaapkamer).

  • Als u met een blokverdoving bent geopereerd, mag u vrijwel direct terug naar de verpleegafdeling.
  • Als u onder narcose bent geopereerd, kunt u zodra u goed wakker bent en de controles goed zijn, terug naar de verpleegafdeling.

De verpleegkundige let op nabloeden van de wond. Als het nodig is, krijgt u medicijnen tegen de pijn en/of misselijkheid. Als u niet misselijk bent, mag u weer eten en drinken. U hoort van de verpleegkundige wanneer het infuus verwijderd mag worden.

Uw hand wordt ingepakt in een dik verband. U moet uw vingers zoveel mogelijk bewegen om te voorkomen dat ze stijf worden. Het is de eerste week na de operatie belangrijk dat u uw hand hoog houdt, eventueel ondersteund met een mitella of kussen. Zo kunt u zwelling van de hand zoveel mogelijk tegengaan.

Controle na de operatie
Na de operatie, soms al een dag erna, maar meestal binnen één week, krijgt u een afspraak bij de handtherapeut. De handtherapeut neemt met u contact op om een afspraak te plannen.

Handrevalidatie
Het gebruik van een spalk is onderdeel van de behandeling door de handtherapeut. Een spalk kan er (mede) voor zorgen dat uw hand en vingers voldoende gestrekt blijven. Ook geeft de handtherapeut u adviezen en gerichte oefeningen.

Als er (te veel aan) littekenweefsel ontstaat, kan dit hinderlijk zijn voor de functie van uw hand. Indien noodzakelijk krijgt u een siliconenpleister (om het litteken soepel te houden en maken) en/of een injectie (vloeistof die het onderhuidse littekenweefsel soepel maakt).

Wondbehandeling
Tijdens uw afspraak met de handtherapeut zal het verband verwijderd worden. Zo nodig krijgt u een nieuw verband of een spalk aangemeten. Ook wordt de wond gecontroleerd. In de tweede week na uw operatie zal de verpleegkundige de hechtingen verwijderen. Afspraak (na de operatie) bij de plastisch chirurg.

Afhankelijk van de voortgang van uw handtherapie krijgt u een afspraak bij de plastisch chirurg, gemiddeld is dit drie maanden na de operatie.

Leefregels na de behandeling

  • De mate van napijn is voor iedereen anders. Meestal helpt het om tegen de pijn paracetamol in te nemen.
  • Tijdens het douchen moet u het verband droog houden. Zolang u verband om uw arm heeft, mag u niet sporten of autorijden!
  • Het is belangrijk dat u uw hand regelmatig hoog houdt. U kunt hiervoor een mitella gebruiken. Zo gaat u de zwelling van uw hand en arm zoveel mogelijk tegen.
  • Zolang u verband om uw arm heeft, moet u hiermee rust houden. U mag niet zwaar tillen en geen (belastend) huishoudelijk werk doen.

Een arts waarschuwen
Het is nodig dat u een arts waarschuwt:

  • Als de wond fors gaat bloeden
  • Bij toenemende pijn
  • Bij optreden van abnormale zwelling
  • Als u koorts heeft boven de 38.5°C
  • Als de pleisters gaan jeuken, ruiken of uitslag veroorzaken
  • Bij ongerustheid

Tijdens kantooruren moet u contact opnemen met de polikliniek Plastische chirurgie, tel. (0183) 64 46 92. Buiten kantooruren moet u contact opnemen met Spoedeisende hulp van het Beatrixziekenhuis, via (0183) 64 44 44. De Spoedeisende hulp neemt zo nodig contact op met de dienstdoende plastisch chirurg.

Contact

In deze folder hebben wij u ingelicht over de operatie en de nabehandeling. Een dergelijke beschrijving kan echter nooit volledig zijn. Ook komt deze beschrijving niet in plaats van een gesprek met uw arts. De plastisch chirurg zal steeds bereid zijn om u persoonlijk één en ander en op uw vragen in te gaan.

Uit deze folder kunt u geen garantie ontlenen betreffende resultaten. Garantie op de resultaten of op een ongestoord herstel kunnen wij u nimmer geven. Complicaties kunnen altijd optreden. Soms is het noodzakelijk om een aanvullende operatie uit te voeren voor het verkrijgen van een goed eindresultaat.

Als u nog vragen heeft, kunt u telefonisch contact opnemen met de polikliniek Plastische chirurgie, tel. (0183) 64 46 92.