Maagoperatie

De behandeling

De maag

De maag ligt boven in de buik. De maag is het reservoir waar ons eten en drinken, na passage door de keel en slokdarm, in terecht komt. In de maag wordt een eerste begin gemaakt met de voedselvertering.

De maag geeft zijn inhoud vervolgens via een sluitspier (de pylorus) in telkens kleine porties door aan de twaalfvingerige darm (het duodenum). De voedselbrij doorloopt vervolgens de rest van het spijsverteringskanaal.

Maagaandoeningen

De meest voorkomende maagaandoening is de maagzweer. Deze ontstaat meestal voor of in de twaalfvingerige darm, maar kan ook op een andere plaats in de maag voorkomen. Een te hoge maagzuurproductie en/of een beschadiging van het maagslijmvlies kan de oorzaak zijn. De beschadiging van het maagslijmvlies kan optreden door bepaalde medicijnen, overmatig alcoholgebruik of door infectie met een bepaalde bacterie (helicobacter pylori).

De meest voorkomende klachten van een maagzweer kunnen zijn:

  • Zuurbranden;
  • Pijn in de maagstreek;
  • Misselijkheid;
  • Braken;
  • Opboeren;
  • Een opgeblazen gevoel.

Een enkele keer doen zich ernstige complicaties van een maagzweer voor: een maagbloeding of een maagperforatie.

  • Bij een maagperforatie ontstaat een gaatje in de maagwand ter plaatse van de maagzweer, waardoor de maaginhoud in de vrije buikholte terechtkomt. Dit gaat gepaard met hevige pijn en er treden snel ernstige ziekteverschijnselen op.
  • Bij een ernstige maagbloeding wordt meestal bloed gebraakt of er wordt bloed met ontlasting verloren (puur bloed of zwarte ontlasting). Soms kan het bloedverlies zo hevig zijn, dat er shockverschijnselen optreden.

Spoedoperatie

Als er sprake is van één van deze ernstige complicaties moet er een spoedoperatie uitgevoerd worden.

Voorbeelden van een spoedoperatie zijn:

  • Het ontstaan van een gaatje in de maagwand ter plaatse van de maagzweer, waardoor er maaginhoud in de vrije buikholte terechtkomt. Tijdens zo' n spoedoperatie zal het gaatje in de maag worden dichtgemaakt, het wordt dan 'overhecht'.
  • Bij een maagbloeding wordt tijdens een dergelijk spoedoperatie eerst de maag geopend om de bloedende zweer te kunnen opzoeken. Vervolgens wordt de bloeding gestelpt met een hechting.

Voor de behandeling

Om er zeker van te zijn dat u de operatie lichamelijk aan kunt, wordt u voor de operatie door de anesthesioloog onderzocht.

De anesthesioloog bespreekt de mogelijkheden van anesthesie en pijnbestrijding met u. Verder wordt u lichamelijk onderzocht. Het onderzoek kan uitgebreid worden met aanvullend onderzoek, zoals bloedonderzoek, ECG (hartfilmpje) en een longfoto. Soms kan het nodig zijn dat andere specialisten uw conditie beoordelen, bijvoorbeeld een internist, cardioloog of longarts.

Als uw situatie het toelaat zal de fysiotherapeut bij u langs komen om ademhalingsoefeningen met u te doen. Hier kunt u na de operatie baat bij hebben.

Het is raadzaam om enige tijd voor de operatie nog even naar het toilet gaan. Daarna krijgt u een operatiejasje aan. Ook krijgt u, als dit is afgesproken, een medicijn waar u wat slaperig van kunt worden en een zetpil of tablet tegen de pijn. Kort daarna brengt de verpleegkundige u naar de voorbereidingskamer waar men u verder op de operatie voorbereid.

Na de operatie zal u naar de Intensive Care gaan voor intensieve bewaking. Het is goed om uw familie hierover alvast in te lichten. U kunt wat spullen van uzelf meenemen naar de Intensive Care zoals toilettas, bril, gebit en leesboek. De spullen brengt de afdelingsverpleegkundige naar de Intensive Care.

Tijdens de behandeling

De anesthesioloog geeft u de anesthesie, zoals afgesproken is. Mogelijk wordt er een slangetje tussen de wervels in uw rug ingebracht. Via dit slangetje wordt u plaatselijk verdoofd. De anesthesioloog kan er ook voor kiezen om het slangetje een aantal dagen te laten zitten, zodat u continu pijnstilling krijgt na de operatie.

U krijgt daarnaast algehele anesthesie. De algehele anesthesie is zo afgestemd, dat u niets merkt van de operatie. Daarna voert de chirurg de operatie uit. De chirurg opent de buik met een snede van uw borstbeen tot meestal net boven de navel.

Als de operatie heeft plaatsgevonden, wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Daar wordt u aangesloten op bewakingsapparatuur voor verschillende controles. Vanuit de uitslaapkamer wordt u naar de Intensive Care gebracht. Als u op de afdeling Intensive Care bent aangekomen, belt een verpleegkundige uw contactpersoon.

Na de behandeling

  • Na de operatie ligt u meestal één of twee dagen op de Intensive Care. Zodra uw toestand stabiel is, wordt u naar de verpleegafdeling gebracht.
  • De verpleegkundige controleert regelmatig uw bloeddruk, hartslag, temperatuur en de wond.
  • U heeft een infuus in uw arm en een slangetje in uw rug voor de pijnbestrijding. Ook heeft u een blaaskatheter om de urine in op te vangen, totdat u weer wat makkelijker kunt bewegen en het slangetje uit de rug verwijderd is.
  • Het is ook mogelijk dat u een nieuw infuus hebt gekregen in de hals of net onder of boven uw sleutelbeen. Wanneer dit het geval is, krijgt u via dit infuus vocht toegediend. Soms kunt u ook voeding door dit infuus toegediend krijgen. Dit infuus houdt u nog enige dagen, afhankelijk van het doorlopen van de maag en het weer op gang komen van de darmen.
  • Soms heeft u na de operatie een sonde via de neus, die via de slokdarm in de maag ligt en ervoor zorgt dat het maagsap wordt afgezogen. U mag direct na de operatie drinken, tenzij de chirurg anders beslist.
  • Als het drinken goed gaat en u niet misselijk bent, mag u het eten en drinken snel weer uitbreiden naar normaal voedsel. De diëtiste zult u tijdens de opname voorzien van voedingsadviezen.
  • Het infuus wordt afgekoppeld als u voldoende eet en drinkt.
  • U heeft soms één of twee slangetjes (drains) in het wondgebied om het wondvocht en bloed af te voeren. Deze worden in overleg met de arts verwijderd.
  • U mag snel na de operatie uit bed, dit is belangrijk voor het goed doorademen en een goede bloeddoorstroming. De fysiotherapeut zal u hierbij ondersteunen en adviseren.
  • De hechtingen bij de wond op uw buik zullen door de verpleegkundige dagelijks geïnspecteerd en verzorgd worden.
  • U krijgt injecties ter voorkoming van trombose. Deze injectie zal u elke avond worden toegediend totdat u met ontslag gaat.
  • Na de operatie zal regelmatig bloed bij u worden afgenomen. Er wordt dan onder andere gekeken of u nog bloed nodig hebt.

Naar huis

Als er geen complicaties optreden, u voldoende mobiliseert en hersteld bent, mag u in de meeste gevallen na ongeveer 5 tot 7 dagen naar huis.

Medicijnen

Een overzicht van de medicijnen die u gebruikt, wordt naar uw apotheek gefaxt.

Controlebezoek

U krijgt een afsprakenkaartje mee voor een controlebezoek aan de chirurg.

Uitslag

Na ongeveer 10 dagen heeft de chirurg de uitslag van het onderzochte weefsel (als dat is afgenomen). Als u na 10 dagen nog in het ziekenhuis verblijft, zal de verpleegkundige een gesprek met de chirurg, u en uw familie plannen. Mocht u echter al ontslagen zijn, dan wordt u de uitslag verteld tijdens het eerste bezoek aan de chirurg op de polikliniek.

Mogelijke complicaties/risico's

Geen enkele operatie is zonder risico's. Ook bij een maagoperatie zijn er risico's op complicaties aanwezig.

Complicaties die zich voor kunnen doen:

  • Wondinfectie. Bij een wondinfectie duurt de genezing van de wond langer dan normaal;
  • Trombose;
  • Longontsteking;
  • Nabloeding. Bij een nabloeding kan met spoed een nieuwe operatie nodig zijn;
  • De voedselinname kan tijdelijk niet meer langs de gewone weg plaatsvinden. De voeding zal worden toegediend via een infuus of via een slangetje in de neus naar de maag of dunne darm.

Leefregels na de behandeling

Wondverzorging

  • De wond heeft geen speciale verzorging nodig.
  • De hechtingen worden ongeveer 10 tot 14 dagen na de operatie verwijderd tijdens de controle op de poli.
  • U mag zich thuis weer gewoon wassen of douchen. Zolang u hechtingen heeft, mag u niet in bad.

Leefregels

  • Na een maagoperatie kan de spijsvertering soms wat anders verlopen dan voor de operatie. Soms zult u uw eetgewoonten wat moeten aanpassen, bijvoorbeeld door meer kleinere maaltijden op een dag te gebruiken. Indien de diëtiste het nodig vindt, maakt ze met u afspraken over de begeleiding in de thuissituatie;
  • Na de operatie mag u niet zwaar tillen. Hierbij moet u luisteren naar uw lichaam en uw eigen grenzen goed in acht nemen;
  • Wanneer u uw werk weer kunt hervatten en wanneer sporten weer mogelijk is, kunt u bespreken met de chirurg.

Medicijnen

  • Een overzicht van de medicijnen die u gebruikt wordt aan uw apotheek doorgegeven. De medicijnen kunnen, in overleg met u, worden opgehaald of thuisbezorgd.
  • Bij pijn kunt u zonodig paracetamol nemen (max. 4 x 1 gr/dag) en de eventueel speciaal voorgeschreven pijnstillers.

Contact

Het is belangrijk om bij de volgende symptomen na de operatie contact op te nemen met de specialist:

  • Koorts (hoger dan 38,5 C);
  • Extreme pijn;
  • Aanhoudende diarree;
  • Obstipatie;
  • Misselijkheid;
  • Hevig braken;
  • Hevig bloedverlies;
  • Wondlekkage;
  • Roodheid van de wond;
  • Zwelling van het wondgebied.

Tijdens kantooruren kunt u contact opnemen met de polikliniek Chirurgie (0183) 64 42 05. Buiten kantooruren en in het weekend kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp. De Spoedeisende Hulp is bereikbaar via de receptie van het Beatrixziekenhuis. Het nummer van de receptie is (0183) 64 44 44.

Wanneer u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft of als u zich zorgen maakt, bespreek dit dan met uw arts of een verpleegkundige.

Tijdens kantooruren kunt u contact opnemen met de polilikliniek Chirurgie, tel (0183) 64 42 05.