Lui oog (amblyopie)

Deze informatie is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw orthoptist.

De behandeling

Om een 'lui oog' te behandelen wordt, als dit nodig is, eerst de brilafwijking gecorrigeerd met behulp van een bril. Daarna wordt meestal na 3 maanden nogmaals de gezichtsscherpte van het kind beoordeeld. Is er na deze periode nog steeds een verschil in gezichtsscherpte, dan wordt er meestal gestart met het afplakken van het 'goede oog'. Bij kinderen die een 'lui oog' hebben met als enige oorzaak scheelzien wordt direct met het afplakken van het 'goede oog' gestart. Het afplakken van het goede oog zorgt ervoor, dat het 'luie oog' gedwongen wordt om te kijken. Op deze manier wordt de gezichtsscherpte gestimuleerd om te verbeteren. Het 'goede oog' wordt gedurende een aantal uren per dag afgeplakt. Na 3 maanden komt het kind weer voor controle en wordt door de orthoptist gekeken of de gezichtsscherpte van het 'luie oog' verbeterd is. De orthoptist bepaalt dan of er meer of minder geplakt moet worden. Dit traject herhaalt zich, totdat de maximale gezichtsscherpte van het 'luie oog' bereikt is. De totale behandelingsduur kan, afhankelijk van de ernst van het 'luie oog', oplopen tot enkele jaren.
De behandeling van het 'luie oog' is bedoeld om de gezichtsscherpte van het oog te verbeteren. Scheelzien wordt hierdoor meestal niet minder en kan zelfs wat toenemen door het afplakken van de oog. Het scheelzien kan eventueel na de afplakbehandeling operatief gecorrigeerd worden.

Voor de behandeling

De diagnostiek van een 'lui oog' kan heel moeilijk zijn. Een kind is zich er vaak niet van bewust dat hij een goed en een slecht oog heeft. Als er geen sprake van duidelijk scheelzien is, merken de ouders vaak ook niet dat er sprake is van een 'lui oog'.

De diagnose amblyopie wordt gesteld door een duidelijk verschil aan te tonen in gezichtsscherpte tussen de twee ogen. Aangezien het bepalen van het gezichtsvermogen op jonge leeftijd moeilijk is, schat de orthoptist vaak de gezichtsscherpte door het beoordelen van volgbewegingen, instelbewegingen en protestreacties bij het afdekken van het goede oog. Vanaf ongeveer 3 jaar wordt het gezichtsvermogen van het kind bepaald met behulp van de visuskaart. Afhankelijk van de leeftijd staan op deze kaart plaatjes, symbolen, cijfers of letters. Daarna krijgt het kind een druppel, die de pupil verwijdt en het vermogen om scherp te stellen (accommoderen) stil legt. Op deze manier kan de orthoptist objectief de brilsterkte van het oog meten. Verder wordt de helderheid van het hoornvlies en de lens en de gezondheid van het netvlies beoordeeld door de oogarts en orthoptist.

Tijdens de behandeling

Voor een succesvolle behandeling bent u als ouder het allerbelangrijkst. U moet ervoor zorgen, dat uw kind de pleister (ver)draagt en dat het afplakken ook lang genoeg wordt volgehouden. De orthoptist zal u hierbij zo goed mogelijk helpen en adviseren.

Contact

Als u nog vragen heeft of meer informatie wilt, kunt u contact opnemen met uw oogarts.