Operatie aan de neusbijholten

De behandeling

Er zijn verschillende soorten operaties. Vaak vindt een combinatie van deze ingrepen plaats met behulp van een endoscoop. Dit is een klein buisje met een uitgebreid stelsel van lenzen, waardoor nauwkeurig de inhoud van de neus bestudeerd kan worden. Kijkend door de endoscoop die via de neusopening is ingebracht, kan de arts met speciale instrumenten de ontstoken neusbijholten open leggen. De endoscoop maakt het mogelijk om tijdens de operatie goed te zien waar de ontsteking zit en welke gebieden met rust gelaten kunnen worden. Een endoscopische neusbijholtenoperatie vindt dus plaats via de neusholte, er ontstaan geen uitwendige littekens.

De verschillende soorten operaties zijn:

  • Claoué: Er wordt een gaatje in de onderste neusgang naar de kaakholte gemaakt (volgens dr. Claoué).
  • Infundibulotomie: De natuurlijke opening van de kaakholte wordt ruimer gemaakt.
  • Ethmoidectomie: De zeefbeenholte wordt uitgeruimd.
  • FESS: Dit is de endoscopische techniek (Functional Endoscopic Sinus Surgery). Dit kan een infundibulotomie of een ethmoidectomie beperkt of uitgebreid zijn.

De duur van de ingrepen is verschillend.

Voor de behandeling

Onderzoek voor de operatie (pré-operatieve screening)

  • U bezoekt (voor de opname in het ziekenhuis) op de polikliniek pré-operatieve screening de anesthesist. Hij brengt uw gezondheid en eventueel medicijngebruik in kaart. Ook krijgt u voorlichting over de verdoving en pijnbestrijding na de operatie. De operatie vindt plaats onder algehele anesthesie of onder lokale verdoving.
  • Na het bezoek aan de anesthesist heeft u een gesprek met een verpleegkundige. De verpleegkundige noteert uw gegevens die van belang zijn voor uw behandeling in het ziekenhuis. U krijgt aanvullende informatie over de operatie en instructies voor de opname.

De voorbereiding thuis

  • U wordt verzocht om de medicijnen die u gebruikt mee te nemen naar het ziekenhuis.
  • Wilt u de week voor uw opname geen bodylotion en/of crème meer op uw gezicht gebruiken? Dit in verband met het ontsmetten van de huid op de operatiekamer.
  • In de folder 'Anesthesie' staat vanaf wanneer u niet meer mag eten en drinken. U heeft deze ontvangen bij uw bezoek aan de anesthesist of specialist.
  • Op de ochtend van de operatie moet u zich douchen.

Tijdens de behandeling

In het ziekenhuis meldt u zich bij de opnamebalie, waarna een gastvrouw u naar de afdeling brengt. De verpleegkundige controleert uw bloeddruk, polsslag en temperatuur. Enige tijd voor de operatie kunt u nog even naar het toilet gaan. U krijgt een blauw operatiejasje aan; de onderbroek mag u aanhouden. Sieraden, make-up en eventuele gebitsprothesen dient u te verwijderen. Soms krijgt u een rustgevende tablet. Even later wordt u naar de operatiekamer gebracht.

Na de behandeling

Na de operatie gaat u naar de uitslaapruimte waar gedurende de eerste tijd intensieve bewaking en controle plaatsvinden. Als uw lichamelijke conditie stabiel is, gaat u terug naar uw eigen afdeling.

Een verpleegkundige belt uw eerste contactpersoon als u terug bent op de afdeling.

  • In principe mag u weer eten en drinken zoals u gewend was. Warme dranken en maaltijden dienen enigszins afgekoeld te zijn.
  • In de meeste gevallen worden de medicijnen die u thuis gebruikt na de operatie weer gestart. Soms krijgt u antibiotica toegediend.
  • U heeft een infuus in uw arm. Dit infuus zorgt ervoor dat u voldoende vocht binnen krijgt. Het infuus wordt meestal verwijderd als u geplast heeft en als de controles van de pols en bloeddruk stabiel blijven.
  • U krijgt zetpillen of tabletten tegen de pijn.
  • Soms treedt na de ingreep misselijkheid op. Dit kan door bestreden worden.
  • Na de operatie heeft u een 'snor' van gaas onder de neus omdat er nog wat vers bloed en/of bloederig vocht uit de neus kan komen. Zodra er geen bloed en/of bloederig vocht meer uit de neus komt, hoeft er geen gaas meer onder de neus. Meestal heeft u hoog in de neus tampons. Deze worden na ongeveer 1 week verwijderd.
  • U mag dezelfde dag weer uit bed.
  • Na de operatie mag u weer douchen en baden.

Meestal verblijft u één tot twee dagen in het ziekenhuis. Soms krijgt u een recept mee voor antibiotica.

Gedurende de eerste dagen na de operatie is er een kans dat er een beetje vers bloed of wat bloederig slijm uit de neus komt. Soms kunnen zelfs oude bloedresten uit de neus komen. Dit stopt meestal na enige tijd vanzelf. Na de operatie is uw neus zeker nog niet genezen. Eigenlijk begint de genezing dan pas, omdat de ontstekingsproducten voor het eerst de neusbijholten kunnen verlaten.

Over welk resultaat u kunt verwachten is niet zondermeer een uitspraak te doen, omdat er verschillende redenen bestaan voor het verrichten van een operatie aan de neusbijholten. Uw arts probeert zo zorgvuldig mogelijk te schatten hoe groot in uw geval de kans is op afname van de klachten. Ook de kans op complicaties wordt hierbij meegewogen.

Uitslag

Een week na de operatie moet u voor een controlebezoek op de polikliniek terugkomen, hiervoor krijgt u een afspraakkaartje mee.

Mogelijke complicaties/risico's

Bij iedere operatie, ook een operatie aan de neusbijholten, is er sprake van enig risico. Er kan bijvoorbeeld een infectie optreden of een onverwachte bloeding. Daarnaast bestaat er altijd het risico van een letsel aan omgevende structuren. In het geval van de neusbijholten zijn dit de oogkas en de schedelholte. In de praktijk komen complicaties bij een operatie aan de neusbijholten weinig voor.

Leefregels na de behandeling

  • De verpleegkundigen geven u tijdens de opname aan welke medicatie u mag gebruiken.
  • De eerste week na de operatie mag u de neus niet snuiten en moet u met open mond niezen.
  • Het spoelen van de neus is zeer belangrijk. Dit moet gebeuren met zout water (een afgestreken theelepel zout op een glas lauw water), wat u tweemaal daags 'opsnuift'. Door het spoelen geneest de bekleding van de holten sneller.
  • Als er uit de neus weer of meer vers bloed komt, dient u contact op te nemen met uw behandelend arts.

Contact

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, stelt u deze dan gerust aan de arts of verpleegkundige.