Nierstenen

Wat is…

Nierstenen zijn kleine brokjes afvalstoffen die hard zijn geworden. De nieren filteren afvalstoffen uit het bloed. De afvalstoffen gaan met de urine het lichaam uit. Soms kan de urine niet alle afvalstoffen afvoeren. Een deel blijft dan achter in de nieren. Deze afvalstoffen worden hard (kristalliseren). Dat zijn nierstenen.

Er zijn verschillende soorten nierstenen. Calciumstenen (van calciumzouten) komen het meest voor.

Nierstenen kunnen groot of klein zijn. Van een kleine niersteen merkt u waarschijnlijk niets. Die spoelt uit de nier en daarna plast u hem uit. Een grote steen kan in de nier blijven zitten of in een urineleider terechtkomen. Als hij daar vast blijft zitten veroorzaakt dat veel pijn. Artsen noemen dit een koliek of een niersteenaanval.

Om (calcium)nierstenen te voorkómen is het vooral goed om veel te drinken.

Symptomen

Veel mensen hebben niet in de gaten dat ze nierstenen hebben. Zij plassen de steentjes uit zonder dat ze het merken. Sommige mensen hebben wel wat pijn in hun zij en rug.

De stenen die de meeste last geven zijn kleine scherpe calciumstenen. Hun onregelmatige vorm veroorzaakt pijn bij het plassen en soms wat bloed in de urine. Als de stenen in de urineleiders blijven steken kunnen ze een felle, kramp-achtige pijn veroorzaken (koliek). Een niersteenaanval is vaak zo pijnlijk dat u niet meer rustig kunt zitten of liggen. De pijn begint opzij in de rug en trekt omlaag naar de lies. Veel mensen zijn ook misselijk. Sommigen moeten overgeven.

Grote en scherpe nierstenen blijven soms in de urineleider hangen. Dan kunt u last krijgen van:

  • een doffe pijn in de zij of de rug. De pijn wordt erger als u veel drinkt;
  • blaasontsteking;
  • heel zelden raakt de nier beschadigd door bijvoorbeeld een blaasontsteking of doordat de urine niet goed weg kan.

Oorzaken

Nierstenen zijn afvalstoffen die niet oplossen in de urine maar hard worden (kristallisatie). Hoe komt dat? Dat gebeurt bijvoorbeeld als u te weinig drinkt. Als er te weinig water in uw lichaam zit, houden de nieren zo veel mogelijk water vast. De urine is dan erg geconcentreerd: er zitten veel afvalstoffen in. U kunt dat zien aan de kleur van de urine; die is dan erg donker.

Bepaalde stoffen in de urine vergroten de kans op nierstenen, bijvoorbeeld calcium. Er zijn ook stoffen die juist voorkómen dat afvalstoffen hard worden. Bij een tekort van die stoffen kunnen nierstenen ontstaan.

Er zijn ook ziekten die nierstenen veroorzaken. Een voorbeeld is cystinurie, een ziekte waarbij er te veel cystine in de urine zit. Cystine is een stof die gemakkelijk stenen vormt. Cystinurie is recessief erfelijk. Een ander voorbeeld is een te sterke werking van de bijschildklieren. Hierdoor komt er te veel calcium in de urine. Beide ziekten komen niet zo vaak voor.