Uitgezette ader in de balzak (varicocele)

De behandeling

Er is bij u sprake van een 'varicocele'. Dit is een uitgezette ader in de balzak. In overleg met uw arts is besloten een operatie te verrichten om de varicocele te behandelen. Hier leest u meer over de gang van zaken rondom de ingreep. Ieder mens is echter anders. In het algemeen kunt u verwachten dat de ingreep zal verlopen volgens deze beschrijving.

Een uitgezette ader in de balzak ontstaat door niet goed functionerende kleppen in een ader die vanaf de teelbal naar de linkernier loopt. Deze ader wordt operatief afgebonden en doorgeknipt. Het bloed van de teelbal kan dan zonder problemen via andere wegen naar het hart stromen. De ingreep gaat via een kleine snee in de onderbuik, waardoor de ader van de zaadbal afgebonden wordt. De operatie vindt plaats onder algehele anesthesie (verdoving), omdat de buik dan goed ontspannen is en de snee zo klein mogelijk. Soms vindt de ingreep via de lies plaats. Dit in overleg met uw uroloog.

De behandeling van varicoceles wordt alleen gedaan indien de varcocele klachten oplevert of als de man ongewenst kinderloos blijft en een afwijkende zaadproductie blijkt te hebben.

De behandelingen zijn er op gericht dat het betreffende defecte bloedvat buiten werking wordt gesteld door het dicht te binden.

Voor de behandeling

Op de dag van de operatie moet u zich 's morgens douchen. Wij vragen u geen bodylotion te gebruiken in verband met desinfectie van de huid.

Bent u niet op de polikliniek pre-operatieve screening geweest, dan komt de anesthesioloog bij u langs en informeert u over de verdoving en pijnbestrijding. De verpleegkundige maakt u wegwijs op de afdeling en begeleidt u naar uw kamer.

Ontharen
Het is niet nodig om de huid te ontharen. Indien nodig wordt dit vlak voor de operatie gedaan.

Nuchter zijn
U moet nuchter zijn, tenzij anders is afgesproken. Zie hiervoor de nuchterheidcriteria in de folder 'Anesthesie'.

Tijdens de behandeling

Tijdens de operatie worden via een klein sneetje in de onderbuik de bloedvaten opgezocht en afgebonden. Ditzelfde sneetje kan ook worden gemaakt in de lies of in de balzak (scrotum). Hoe verder van de zaadbal, des te makkelijker zijn de bloedvaten te vinden.

Het is ook mogelijk om via radiologische technieken de spatader zichtbaar te maken met contrastvloeistof. Vervolgens wordt dan een afsluitend veertje in de spatader geschoten zodat het afsterft. De succeskans hiervan is ongeveer 80%.

Na de behandeling

  • U heeft een infuus in uw arm. Het infuus wordt dezelfde dag nog verwijderd

  • U krijgt een injectie tegen trombose na de operatie Op de avond van de operatie mag u weer normaal eten.

  • Als u misselijk bent of pijn heeft, vertel dit dan aan de verpleegkundige. In overleg met de arts kunt u hier medicijnen tegen krijgen.

  • De wond wordt meestal onderhuids gesloten. Dit betekent dat er geen hechtingen verwijderd hoeven worden. Als er zogenaamde zwaluwstaartjes zijn geplakt, moeten deze ongeveer zeven dagen blijven zitten.

Mogelijke complicaties/risico's

Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze operatie de volgende complicaties mogelijk:

  • Er is een kleine kans op een infectie of bloeduitstorting.

  • In een zeldzaam geval treedt een beschadiging op van een zenuw die naar de buitenkant van het bovenbeen loopt, waardoor er een dove plek kan ontstaan. Deze complicatie is zeldzaam.

Leefregels na de behandeling

  • Meestal mag u op de dag van de operatie al naar huis. Bij uw ontslag krijgt u een afspraakkaart mee voor een controlebezoek op de polikliniek.

  • Gedurende twee weken na de ingreep mag u niet sporten of zwaar tillen.

Contact

Deze folder informeert u over een uitgezette ader in de balzak. Het is bedoeld als extra informatie naast het gesprek met uw arts. Bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven tot een andere gang van zaken. Uw arts zal dit aan u laten weten.

Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Urologie. Bereikbaar tijdens kantooruren:

  • in Gorinchem: (0183) 64 42 65
  • in Leerdam (Lingepolikliniek): (0345) 61 35 46