Implantaten in de bovenkaak
Voor de behandeling
Om een tandwortelimplantaat te plaatsen heeft u natuurlijk wel voldoende kaakbot nodig. Als blijkt dat de kaak te laag of te smal is om implantaten te kunnen plaatsen, kan er een extra operatie nodig zijn om de kaak te verhogen of verbreden. Een speciale methode hiervoor is de sinusbodem elevatie techniek. Hierbij wordt er ter hoogte van de kaakholte, aan de zijkant van de bovenkaak, een luikje geprepareerd. Dit luikje wordt naar binnen toe “geopend”, zodat er een holte ontstaat waarin bot geplaatst kan worden. Door deze procedure ontstaat voldoende botbasis om in tweede instantie implantaten te plaatsen. Bot kan vanuit de mondholte geoogst worden, zoals aan de zijkant van de onderkaak of kinregio. Wanneer echter veel bot nodig is, dan wordt vaak gekozen voor bot uit de bekkenkam (“de heup”). U blijft voor deze laatste operatie enkele dagen opgenomen in het ziekenhuis. Na de operatie is een aantal dagen het gezicht gezwollen. Soms is er een bloeduitstorting. Het lopen en het belasten van de heup waaruit het bot is weggehaald, kost de eerste dagen moeite en is pijnlijk. Na enkele weken verdwijnen deze klachten weer. Het bottransplantaat heeft tijd nodig om goed met uw kaak te vergroeien. Daarom wordt na de operatie twee tot vier maanden gewacht met het plaatsen van de implantaten.
Tijdens de behandeling
De implantaten worden meestal onder plaatselijke verdoving aangebracht. De kaakchirurg beslist of er zes of vier implantaten geplaatst worden.
Eén-fasen implantaat
Bij toepassing van een één-fasen implantaat steekt het implantaat al direct ná de behandeling door het tandvlees in de mond.
De boven prothese kan dan beperkt gebruikt, belast en gedragen worden. U dient hem in ieder geval ‘s nachts uit te laten. Voordat met het maken van de nieuwe prothese begonnen wordt, dienen de implantaten voldoende te zijn vastgegroeid. Afhankelijk van de kwaliteit van het bot wordt hiervoor een periode aangehouden van enkele maanden, tot soms wel zes maanden.
Twee-fasen implantaat
In geval van een twee-fasen implantaat wordt het tandvlees over de wond gehecht. De implantaten zijn dan dus nog niet te zien.
In het geval van een twee-fasen implantaat volgt een tweede, kleinere ingreep in plaatselijke verdoving. Hierbij worden, nadat een kleine opening in het tandvlees is gemaakt, opzetstukjes aangebracht op de implantaten. Deze opzetstukjes zijn nu te zien in uw mond.
Tijdsduur
De behandeling voor het plaatsen van de implantaten in de bovenkaak duurt tussen de 30 en 60 minuten.
Na de behandeling
Gebitsprothese
Na het plaatsen van de implantaten moet de boven prothese een aantal dagen uitgelaten worden. Hierna wordt het kunstgebit tijdelijk aangepast. Uw gebitsprothese past na de operatie niet meer. Wanneer u dit wilt, kan de tandarts soms een (tijdelijke) noodprothese voor u maken.
Zwelling
Na de behandeling kunt u zwelling verwachten. Dit kunt u beperken door thuis te koelen met een coldpack of ijsklontjes in een washandje. Wissel steeds af: 15 minuten koeling, 15 minuten geen koeling enz. Soms is er ook een bloeduitstorting die langzaam weer verdwijnt en zelfs kan afzakken tot op uw borst.
Pijn
De plaatselijke verdoving is na 2 tot 4 uur uitgewerkt. Dan kunt u pijn krijgen. Neem zo nodig een pijnstiller die u heeft voorgeschreven gekregen of paracetamol 500mg, 4x daags 2 tabletten.
De wond
De wond wordt gehecht. Deze hechtingen lossen niet altijd vanzelf op. Wanneer er niet-zelf oplosbare hechtingen zijn gebruikt, krijgt u een afspraak op de polikliniek Kaakchirurgie voor het verwijderen van de hechtingen. In de eerste vier maanden komt u nog twee keer voor controle terug.
Afdekdopje
Het implantaat wordt met een afdekdopje (=healing cap) afgesloten. Dit dopje kan soms wel eens los gaan zitten. Dit kunt u bij de kaakchirurg weer vast laten zetten. Wacht hier niet te lang mee omdat anders het tandvlees over het implantaat heen gaat groeien.
Mogelijke complicaties/risico's
De behandeling zelf is misschien oncomfortabel, maar niet pijnlijk. De nabezwaren zijn meestal beperkt en duren enkele dagen, maximaal een week. Ze kunnen bestaan uit een pijnlijk wondgebied in de mond, enige zwelling met eventueel een bloeduitstorting. Soms verandert het gevoel in de bovenlip. Meestal is dit van tijdelijke aard, maar in uitzonderlijke gevallen is het blijvend. U kunt na de ingreep de voorgeschreven pijnstillers gebruiken.
Leefregels na de behandeling
Spoelen
De eerste twee weken na plaatsing mag u het implantaat nog niet poetsen. In plaats daarvan gebruikt u dan een mondspoeling (Vitis, Gezond Tandvlees spoelmiddel of Perio-Aid 0,12%). Hiervoor krijgt u een recept mee. De rest van het gebit kunt u gewoon poetsen.
Roken en alcohol
Advies: een week aansluitend aan de behandeling niet roken en geen alcohol gebruiken. Beide zijn slecht voor de genezing van de wond.
Voeding
De eerste twee weken kunt u het beste zachte voeding gebruiken. Eet liever geen harde dingen zoals stokbrood, appels of pinda’s. Het implantaat kan dan goed vastgroeien. U hoeft geen maaltijd over te slaan en u kunt de normale hoeveelheden aanhouden. Eten en drinken kan het beste lauw van temperatuur zijn, dus niet te heet en niet te koud.
Mondverzorging
De mondhygiëne speelt een belangrijke rol. Regelmatige controle bij bijvoorbeeld een mondhygiëniste en/of de eigen tandarts is dan ook belangrijk.
Flossen/ragen
Als u een prothese op een implantaat heeft, is het extra belangrijk om uw gebit te verzorgen met ragers en flossdraad. De kaakchirurg bespreekt met u wanneer u de prothese weer kunt gaan dragen. Gebruik na het plaatsen van de nieuwe prothese één maal per dag een rager. Als u een implantaat hebt ter vervanging van een voortand is flossdraad het beste. De mondhygiëniste kan u hier uitleg over geven.
Vervolg controles
De kaakchirurg wilt u graag ieder jaar voor de controle van de implantaten zien. Als u de nieuwe gebitsprothese heeft, is het van belang om die jaarlijks te laten controleren door uw tandarts/tandtechnieker. Hier bent u zelf verantwoordelijk voor: vergeet dus niet om elk jaar een nieuwe afspraak te maken.
Contact
Als u na ontslag uit het ziekenhuis klachten krijgt, of als u iets wilt vragen, bel dan onderstaande telefoonnummers.
Maandag tot en met vrijdag tussen 08:30 uur – 11:30 uur en 13:30 uur – 16:00 uur
Polikliniek Mond-, kaak- en aangezichtschirurgie (0183) 64 42 26
Doordeweeks tussen 17.00 uur en 08.00 uur, in het weekend en op feestdagen
De Huisartsenpost via (0183) 64 64 1
Kosten
- Krijgt u een implantaat, omdat u geen tanden meer heeft in de onder- en bovenkaak? Dan is het mogelijk om een machtiging aan te vragen bij uw zorgverzekering. Bij goedkeuring wordt een groot deel of de volledige behandeling vergoed.
- Krijgt u een enkel implantaat, bijvoorbeeld een kies? En zijn uw overige tanden en kiezen nog aanwezig? Dan zijn de kosten voor eigen rekening. U krijgt een kostenoverzicht mee waar de kaakchirurg alle kosten heeft aangekruist. De kosten die bij een tandarts of tandtechnieker gemaakt worden voor dit implantaat staan hier niet bij. Deze komen er dan nog bij.
- Behandelingen bij kinderen onder de 18 jaar op de polikliniek worden vergoed door de basisverzekering. Zodra een kind 18 jaar is of ouder geldt ook eerst het eigen risico.
- Behandelingen worden in principe niet onder narcose uitgevoerd. Alleen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij mensen met een beperking of bij zeer jonge kinderen, kan de tandarts of kaakchirurg om medische redenen besluiten dat narcose noodzakelijk is. Deze kosten komen dan niet voor uw rekening.
- Heeft u zelf een uitdrukkelijke wens om onder narcose behandeld te worden? Dit is geen standaardoptie en wordt alleen in zeer uitzonderlijke gevallen toegestaan. Is dit het geval, dan kan er een machtiging worden aangevraagd bij uw zorgverzekering. Of de kosten worden vergoed, hangt af van uw verzekering. Wij adviseren u dit vooraf na te vragen bij uw zorgverzekeraar.