Bij de ziekte van Graves werkt de schildklier te snel. De schildklier maakt dan te veel schildklierhormoon aan.
De arts kan bloed bij u laten prikken om te controleren hoe de schildklier werkt. Ook kan de arts daarmee zien of de ziekte van Graves de oorzaak is.
Welke stoffen meten we in uw bloed?
De arts kan verschillende stoffen in uw bloed laten meten. Deze stoffen worden het vaakst gemeten:
TSH
TSH is een hormoon dat de hypofyse maakt, een kleine klier in de hersenen. TSH geeft een signaal aan de schildklier om sneller te gaan werken.
Als de hersenen merken dat de schildklier al snel werkt, gaan ze minder TSH maken. Bij een gezonde schildklier blijft het TSH dan goed in evenwicht.
De arts controleert uw TSH om te zien of uw schildklier te langzaam of te snel werkt.
fT4
fT4 is een hormoon dat de schildklier maakt. Het is dus een schildklierhormoon. fT4 noemen we ook wel “vrij T4”.
Bij de ziekte van Graves is het fT4 vaak te hoog.
De arts controleert uw fT4 om te zien hoeveel schildklierhormoon er in uw bloed zit.
fT3
fT3 is de actieve vorm van het schildklierhormoon. Het lichaam zet fT4 om naar fT3. De schildklier maakt zelf ook een kleine hoeveelheid fT3.
Het is niet altijd nodig om fT3 ook te meten. In sommige gevallen controleert de arts het toch om te kijken hoe uw schildklier werkt.
TSH-receptor-antistoffen
Bij de ziekte van Graves maakt uw afweer antistoffen tegen de schildklier.
Dit noemen we TSH-receptor-antistoffen (afkorting: TRAb of TSI).
Deze antistoffen zetten de schildklier aan het werk. Daardoor maakt de schildklier te veel schildklierhormoon aan.
De arts controleert in uw bloed of u deze antistoffen heeft. Zo onderzoekt de arts of u de ziekte van Graves heeft.
Waarom moet u meerdere keren bloedprikken?
Het bloedonderzoek is nodig om de diagnose te stellen. Maar het helpt ook om te controleren of de behandeling goed werkt. Zo kan de arts zien of de medicijnen hun werk doen. En of u meer of minder van het medicijn nodig heeft. De arts kan ook bloed laten prikken om te controleren of de ziekte weer terugkomt. Daarom moet u meerdere keren uw bloed laten prikken.