Darmoperatie

De behandeling

De functie van de dikke darm

Ons voedsel komt via de slokdarm, maag en dunne darm terecht in de dikke darm. De dikke darm is het laatste deel van ons spijsverteringskanaal. In de dikke darm worden vitaminen, zouten en vocht weer teruggegeven aan de bloedbaan. Hierdoor dikt de inhoud tot normale ontlasting in. In totaal is de dikke darm ongeveer 150 cm lang.

Voor de behandeling

Voorbereiding voor de opname

  • Anesthesie
    Wanneer er besloten is dat u geopereerd moet worden, wordt er een afspraak gepland op de polikliniek voor de peroperatieve screening. Hier zult u verzocht worden om een vragenlijst in te vullen en zult u een van de anesthesiologen en/of anesthesiemedewerker spreken over de anesthesiemethode ( verdoving/ pijnstilling) die u tijdens/na de operatie zult krijgen.
  • Medicatie
    Mocht u medicatie gebruiken, neem een actuele medicatie lijst en uw medicatie mee naar het ziekenhuis. Deze kunt u opvragen bij uw eigen apotheek. Op de ochtend van de operatie mag u uw medicatie gewoon innemen met een slokje water, tenzij de anesthesie heeft aangegeven dat u bepaalde medicatie niet in mag nemen.
  • Bijvoeding
    Als u in de periode voor de operatie ongewenst bent afgevallen, minder eetlust heeft of thuis al drink- of sondevoeding gebruikt, wordt u doorverwezen naar de diëtist. De diëtist zal u begeleiden in de periode voor en na de operatie in het ziekenhuis.
  • Eten en drinken
    Voor alle operaties moet u nuchter zijn. Nuchter betekend afhankelijk van de opname tijd vanaf 00:00uur geen vast voedsel. Tot twee uur voor de operatie kunt u nog heldere vloeistoffen drinken zoals thee, appelsap of roosvicee multivitaminen. Uiterlijk 12 uur voor de operatie raden wij u aan te stoppen met roken. Op de dag van de operatie raden wij u aan om uiterlijk 6:00 uur 90 ml van het merk Roosvicee in 310 ml water op te drinken. Als u op de afdeling ligt opgenomen krijgt u dit van de verpleegkundige. Wanneer de operatie in de middag plaats vindt, dan raden wij aan om de roosvicee uiterlijk 11:00uur te drinken. Patiënten met diabetes mogen geen roosvicee drinken op de dag van de operatie.
  • Laxeren 
    Of uw darmen ‘schoon’ moeten zijn, hangt af van de ingreep. Ook de manier waarop de darmen leeg worden gemaakt, hangt af van de operatie. Uw arts vertelt u wat voor u van toepassing is.
  • Stoma
    In sommige gevallen zal er bij een darmoperatie een tijdelijk of definitief stoma aangelegd worden. Uw chirurg zal dit met u bespreken als dit nodig zal zijn. Wanneer de kans groot is dat u een (tijdelijk) stoma krijgt, dan wordt voor u een afspraak gemaakt bij de stoma verpleegkundige. Met haar kunt u alle praktische en emotionele gevolgen van een stoma bespreken. De (stoma)verpleegkundige van de afdeling zal voor de operatie samen met u de plaats van een (eventueel) stoma aftekenen op uw buik. Dit gebeurt bij vrijwel alle darmoperaties. Mocht tijdens de operatie blijken dat een stoma nodig is, dan is de plaats zorgvuldig bepaald.
  • Scheren van de buik
    Voor de operatie hoeft u zelf niet meer de buik te scheren. Dit wordt op de operatiekamer gedaan.

Dag van de operatie

De opname tijd zal afhankelijk van de operatie tijd zijn. Dit krijgt u te horen van bureau opname. Als u zich meldt bij de balie op de afgesproken opnamen tijd, dan zal de verpleegkundige het opname gesprek met u voeren. Wij vragen u sieraden, make-up, nagellak, lenzen, piercings en eventuele gebitsprotheses uit te doen. Waardevolle spullen adviseren wij u thuis te laten. U kunt in de morgen gewoon wassen, scheren enzovoort. (Niet het operatiegebied scheren) Gebruik geen bodylotion, aftershave of andere huidverzorgende producten. U krijgt van de verpleegkundige een operatiejasje aan. De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatie afdeling.

Pijnbestrijding

Voor de operatie brengt de anesthesioloog (de verdovingsarts) een zogenaamde ‘epidurale katheter’ bij u in. Dit gaat zo:

  • Met een naald verdoofd hij het gebied tussen uw onderste ruggenwervels.
  • Daarna brengt hij een dun slangetje in. 
  • Via dit slangetje krijgt u na de operatie pijnstilling toegediend. 

Het hangt van de operatie af of u na de operatie via dit slangetje continue pijnstilling houdt voor twee/drie dagen, of dat u een pompje krijgt die u zelf kunt bedienen. Naast deze pijnstilling krijgt u vier keer per dag twee tabletten paracetamol. Het is belangrijk om deze pijnstillers in te nemen, ook als u geen pijn heeft. Een goede pijnbestrijding is van groot belang voor een snel herstel. Dagelijks zal de verpleegkundige pijnmetingen bij u afnemen. Afhankelijk hiervan kan de medicatie bijgesteld worden.

Naar de OK

U wordt vervolgens naar de operatiekamer gereden. Daar krijgt u een infuus, een infuus is een dun buisje dat in uw ader wordt geschoven. Via het infuus krijgt u vocht en narcose toegediend. Zodra u slaapt, begint de operatie.

Tijdens de behandeling

Tijdens de operatie haalt de chirurg het stuk weg waar de afwijking zich bevindt. Ook de bloedvaten en lymfevaten die bij dat stuk van de darm horen, worden bij (verdenking van) maligniteit verwijderd. Hierdoor moet er een groter stuk van de darm worden weggehaald, dan alleen het stuk waar de afwijking zit. (Zie afbeelding 1) Als de operatie klaar is, wordt het verwijderde weefsel opgestuurd naar het pathologisch laboratorium voor onderzoek. De uitslag hiervan duurt 10 dagen.

De operatie gebeurt onder algehele anesthesie (narcose). Er zijn twee opties om de operatie uit te voeren, te weten:

  • de open darm operatie (klassiek)
  • de laparoscopische darmoperatie.

Bij de klassieke manier krijgt u een snee verticaal of schuin over de buik. Bij de laparoscopische manier worden eerst kleine sneetjes in de buikwand gemaakt waardoor de operatie instrumenten in de buikholte worden gebracht. Op het laatst wordt er een iets grotere snee gemaakt om het losgemaakte deel van de darm met de afwijking buiten de buik te halen. Welke manier van opereren bij u toegepast wordt, hangt af van hoe groot de tumor is, op welke plaats deze zit en of u eerdere buikoperaties hebt gehad. De chirurg bespreekt met u wat de mogelijkheden zijn.

ERAS

Bij deze operatie wordt het ERAS programma toegepast ( Enhanced Recovery After Surgery), ofwel versneld herstellen na een operatie. Het ERAS programma bestaat uit een aantal elementen van zorg rond een operatie. In het programma zijn alle factoren die een positieve invloed hebben op een sneller herstel samengebracht. Wij willen u met deze folder op de hoogte brengen over de gang van zaken voor, tijdens en na uw opname. Het verloop van het programma kan per persoon verschillen.

Afbeelding 1

Tijdsduur

De operatie duurt ongeveer 2 ½ - 3 uur. Bij de laparoscopische manier vaak nog iets langer.

Na de behandeling

Na de operatie belt de chirurg met de contactpersoon. De eerste nacht na de operatie verblijft u, over het algemeen, op de Intensive Care voor extra bewaking. U hebt na de operatie verschillende slangetjes in uw lichaam zitten: een zuurstofslangetje, soms een buikdrain, een slangetje in de blaas, een infuus en krijgt u pijnbestrijding.

Eten en drinken

Als u goed wakker bent, kunt u wat drinken. Begin met een glaasje water of een kop thee. Als dit goed gaat, neemt u een schaaltje vla of iets dergelijks. De dag na de operatie krijgt u normale voeding. De maaltijden worden aangevuld met energierijke bijvoeding in de vorm van een snaq die u aangeboden krijgt. Probeer deze zo veel mogelijk te gebruiken. Wanneer u misselijk bent, geef dit aan bij de verpleegkundige. Het is belangrijk om dan uw intake niet te forceren. Wij raden u aan om 3x per dag kauwgom te gebruiken, aangezien dit een stimulerend effect heeft op de werking van de darmen.

Bewegen

Bewegen is erg belangrijk na de operatie. U voorkomt daarmee trombose (bloedstolsels in uw aders) en verlies van spierkracht. Mobiliseren helpt om uw darmen weer op gang te krijgen en ten slotte verkleint u de kans op luchtweginfecties door goed recht op te zitten. De verpleegkundige zal u daarom na uw operatie helpen om tijdens de maaltijden op de stoel te komen.

Ademhalingsoefeningen

Een goede ademhaling is belangrijk bij het voorkomen van een longontsteking na de operatie. De eerste dagen na de operatie komt de fysiotherapeut langs om u te ondersteunen met tips en adviezen over de ademhaling.

Stoma

Als u bij de operatie een stoma hebt gekregen, dan zal de stomaverpleegkundige u en uw familie begeleiden in de verzorging ervan. U kunt ook de verpleegkundigen op de afdeling om hulp en/of informatie vragen.

Begeleiding

Een darmoperatie ondergaan is ingrijpend. Naast het lichamelijk ongemak spelen misschien allerlei gevoelens zoals onzekerheid en angst bij u en uw naasten. U kunt altijd terecht bij de maatschappelijk werker of de medewerkers van de geestelijke verzorging. De verpleegkundige kan u met hen in contact brengen.

Weer naar huis (met ontslag)

Als u goed hersteld, dan kunt u waarschijnlijk 3-7 dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Als er complicaties optreden, kan de opname langer duren. Uw arts zal met u bekijken wanneer u naar huis mag. U mag naar huis wanneer:

  • u voelt dat u in staat bent om naar huis te gaan
  • u normaal eten kunt verdragen 
  • u ontlasting hebt gehad 
  • de pijnstilling goed is ingesteld 
  • u geen koorts meer heeft 
  • de operatiewond in orde is 
  • u weer goed kunt mobiliseren 

Houdt er rekening mee dat u enkele weken na thuiskomst nog geen (zwaar) huishoudelijk werk kunt doen. Mocht u huishoudelijke hulp nodig hebben, dan kunt u dit regelen via de gemeente. Mocht u thuiszorg nodig hebben ter ondersteuning van ADL, wondzorg et cetera, dan kunt u dit met de verpleegkundige bespreken en dan kan de verpleegkundige dit in overleg met u in gang zetten.

Belafspraak

U wordt in de week na uw ontslag door een verpleegkundige van afdeling 4-west gebeld. De verpleegkundige zal dan informeren hoe het met u gaat en kan eventuele vragen beantwoorden.

Uitslag

De uitslag van het weefsel onderzoek is ongeveer na een week bekend. Afhankelijk van uw opname duur, krijgt u de uitslag in het ziekenhuis tijdens opname en anders wordt er een afspraak gepland na ongeveer een week op de polikliniek met de chirurg.

 

Mogelijke complicaties/risico's

Bij alle operaties bestaat een kans op complicaties. Algemeen complicaties die kunnen voorkomen zijn bijvoorbeeld een (na) bloeding, een wondinfectie, een longontsteking, een blaasontsteking, of trombose (stolsels in het bloed). Bij een darmoperatie kunnen ook een aantal specifieke complicaties voorkomen.

Naadlekkage

Een ernstige complicatie na een darmoperatie is lekkage van de naad in de darm. De darmen worden na het verwijderen van de tumor weer aan elkaar gehecht of geniet. Daarna moet het lichaam zelf ervoor zorgen dat de twee delen weer aan elkaar groeien. Als dit niet goed lukt, dan gaat de darm lekken. In dat geval moet u meestal meestal opnieuw worden geopereerd.

Darmletsel

Tijdens de operatie kan er darmschade optreden. Dit kan tijdens de operatie hersteld worden. In sommige gevallen uit zich dat na de operatie, zoals hierboven bij naadlekkage beschreven staat.

De milt

Tijdens de operatie kan per ongeluk de milt geraakt worden. De milt is een zeer kwetsbaar orgaan dat bij kleine beschadiging al kan gaan bloeden. Soms moet de milt dan verwijderd worden. Hoewel de milt een orgaan is wat je kunt missen is het noodzakelijk om een aantal vaccinaties te krijgen wanneer de milt verwijderd is. De chirurg zal dit dan met u bespreken.

Ureterletsel

De ureter is de buis die loopt tussen het nierbekken en de urineblaas. Deze buis bevind zich in het operatie gebied en kan geraakt worden. Wanneer dit het geval is, zal de uroloog bij de operatie betrokken worden en wordt er een slangentje in de ureter ingebracht. Dit slangentje, ook wel j-catheter genoemd, blijft dan een periode zitten. Wanneer de ureter is hersteld, zal de j-catheter verwijderd worden.

Leefregels na de behandeling

  • Wanneer u een operatie hebt gehad waarbij een grote snee is gemaakt in de buik, adviseren we u om de eerste 2 weken thuis rustig aan te doen. Daarna mag u weer gaan proberen om uw dagelijkse activiteiten te ondernemen. Lichaamsbeweging zoals wandelen en fietsen is wel aan te bevelen. De leidraad bij revalideren is:" wat kan, dat mag". Let hierbij wel op dat u naar uw lichaam luistert, dus stop als u pijn voelt of wanneer u zich naar voelt worden. Extra rust nemen is voor sommige mensen nodig in de eerste paar weken na de operatie.
  • Wanneer u een laparoscopische operatie hebt gehad, met slechts een paar kleine sneetjes in de buik, mag u zodra dit gaat, weer met een rustige opbouw uw dagelijkse bezigheden hervatten.

Contact

Mocht u naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben, stel deze dan gerust aan uw arts of aan de (oncologie) verpleegkundige. Ook kunt u ons telefonisch bereiken.

Telefoonnummers

  • Polikliniek chirurgie: (0183) 64 42 05 (aanwezig ma t/m vrij 8.30-16.30) 
  • Stomaverpleegkundige: (0183) 64 44 75 
  • Afdeling chirurgie 4-west: (0183) 64 46 50