Hartfalen, behandeling en leefregels

De behandeling

De behandeling van hartfalen is erop gericht de pompkracht van uw hart te verbeteren en de belasting van het hart te verminderen. De behandeling is afhankelijk van de ernst van de klachten die u heeft. We maken hierbij vaak onderscheid tussen chronisch en acuut hartfalen.

  • Chronisch hartfalen is hartfalen als gevolg van een in het verleden doorgemaakt hartinfarct of al langer bestaande aandoening.

  • Acuut hartfalen ontstaat als direct gevolg van een hartinfarct of aandoening of een plotselinge verergering van chronisch hartfalen. Als meest ernstige uitingsvorm kennen we de 'astma cardiale' en de 'cardiogene shock'. Acuut hartfalen heeft onmiddellijke behandeling in het ziekenhuis nodig.

Afhankelijk van de ernst van de klachten kan uw arts de volgende behandeling voorschrijven:
 

Rust

Als u in het ziekenhuis bent opgenomen, krijgt u in het begin meestal (bed)rust voorgeschreven. Op deze manier hoeft uw hart zo min mogelijk te doen. Zodra het mogelijk is, mag u weer wat activiteiten ondernemen. Afhankelijk van de ernst van de klachten moet u uw leeftempo aanpassen.

Medicijnen

Er kunnen verschillende soorten medicijnen worden voorgeschreven. De zogenaamde 'plastablet' zorgt ervoor dat het lichaam het overtollige vocht kan afvoeren. Bekende plastabletten zijn onder andere Lasix, Furosemide, Bumetamide en Burinex. Ook zijn er medicijnen die er voor kunnen zorgen dat de pompfunctie van het hart verbetert.

Zoutbeperkt dieet

Vaak wordt een natrium- of zoutbeperkt dieet voorgeschreven, omdat zout vocht in het lichaam vasthoudt. Ook het gebruik van zoete en zoute drop wordt afgeraden. Naast zout bevat drop namelijk een stof die bloeddrukverhogend werkt en het vocht in het lichaam kan vasthouden.

De folder 'Hartfalen' van de Nederlandse Hartstichting behandelt een hoofdstuk over eten en drinken. Deze informatie kan een goede leidraad zijn bij het bereiden van uw maaltijden. Als u een natrium- of zoutbeperkt dieet krijgt voorgeschreven, bespreekt de diëtiste met u welke producten u wel of niet mag gebruiken.

Vochtbeperking

Als u veel vocht vasthoudt, kan de cardioloog naast een zoutbeperkt dieet ook een vochtbeperking voorschrijven. In dit geval is het aan te raden een goede verdeling van de hoeveelheid vocht over de dag te maken. Zo voorkomt u dat u ‘s avonds niets meer mag drinken. Het drinken uit kleine glazen en kopjes kan ook helpen. Als u last heeft van een droge mond kunt u kauwgom, snoepjes of ijsblokjes gebruiken.

Leefregels na de behandeling

Blijf actief

Het is goed de activiteiten die u lichamelijk aan kunt weer op te pakken. U mag bewegen en alles doen zolang u niet te moe wordt. Zorg er wel voor dat u een goed evenwicht vindt tussen activiteit en rust. Bij vermoeidheid direct stoppen en rusten, daarna mag u weer verder gaan. Er is in het ziekenhuis ook een revalidatie programma voor hartfalenpatiënten waar u door uw cardioloog naar verwezen kunt worden.

Let op uw gewicht

Wanneer uw gewicht in 1 à 2 dagen tijd meer dan 2 kilo toeneemt, kan het zijn dat uw lichaam weer vocht vasthoudt. In dat geval is het belangrijk contact op te nemen met uw huisarts of hartfalenverpleegkundige. Deze kan in een vroeg stadium voorkomen dat uw klachten erger worden.

Let op uw gewicht

Wanneer uw gewicht in 1 à 2 dagen tijd meer dan 2 kilo toeneemt, kan het zijn dat uw lichaam weer vocht vasthoudt. In dat geval is het belangrijk contact op te nemen met uw huisarts of hartfalenverpleegkundige. Deze kan in een vroeg stadium voorkomen dat uw klachten erger worden.

Let op uw eten en drinken

Teveel zout wordt afgeraden. Praktisch houdt dit in geen zout toevoegen aan de maaltijd en letten op de hoeveelheid natrium in diverse producten. Voor drinken geldt: drink in principe niet meer dan 1 ½ liter vocht per dag, tenzij anders geadviseerd.

Wees alert op andere tekenen van vocht vasthouden

Naast snelle gewichtstoename zijn er andere tekenen die er op kunnen wijzen dat uw lichaam vocht vasthoudt. Denk bijvoorbeeld aan: toename van kortademigheid, niet goed meer plat in bed kunnen liggen, opgezette enkels, prikkelhoest, minder plassen, donkere urine, een vol gevoel in de buik en kleren die strakker gaan zitten. Neem contact op met uw huisarts, cardioloog of hartfalenverpleegkundige als u één of meer van deze klachten heeft.

Contact

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, stelt u deze dan gerust aan de hartfalenverpleegkundige, uw huisarts of de cardioloog.

De hartfalenverpleegkundigen Hubertine Schoep, Annelies Stuij en Annemarie de Wit.