Botuline toxine

De behandeling

Een behandeling met botulinetoxine wordt gedaan bij aandoeningen met verhoogde spierspanning zoals dystonie en spasticiteit. Injecties met Botulinetoxine geven langdurige spierontspanning. Dit kan voordelen bieden in verbetering van de houding, de functie en in de afname van pijn. Onder dystonie vallen ook de aandoeningen blefarospasme, hemifacialisspasme en torticollis spasmodica. Klachten van dystonie kunnen verlicht worden door Botulinetoxine injecties. De neuroloog spuit zeer kleine hoeveelheden Botuline toxine in de juiste spieren. Meestal moet hij op meer plaatsen injecteren. De klachten verbeteren na enkele dagen tot weken, maar verdwijnen vaak niet helemaal volledig. Na enkele maanden moet de behandeling worden herhaald omdat de Botuline toxine dan uitgewerkt is.

Botulinetoxine is een natuurlijk gif gemaakt door de bacterie Clostridium botulinum. Er zijn verschillende Botuline toxinen die erg op elkaar lijken. Voor dystonie is Botuline toxine type A onder de namen Botox® en Dysport® in de handel. De preparaten Botox® en Dysport® verschillen iets van elkaar in samenstelling, maar hun uitwerking is hetzelfde. In kleine hoeveelheden toegediend zijn Botox en Dysport veilige middelen die goed te gebruiken zijn. In zeer kleine hoeveelheden op de juiste plaatsen ingespoten, blokkeert botulinetoxine de zenuw die de aangedane spier aanstuurt. De spier verslapt daardoor en de dystonie neemt af. De neuroloog kan zo nodig gebruik maken van EMG apparatuur (elektromyografie) om de plaatsen van inspuiting nauwkeurig te bepalen. Het aantal injecties varieert van één tot twaalf per behandeling, afhankelijk van de soort dystonie. Na het injecteren treedt meestal na drie tot veertien dagen verbetering van de dystonie op. Het effect is maximaal na zes weken en houdt gemiddeld twaalf weken (met een spreiding van twee tot 33 weken) aan. De behandeling moet gemiddeld om de drie maanden worden herhaald.

Tijdens de behandeling

De arts lost botuline toxine eerst in water op. Dan wordt het met een dunne naald in de spieren gespoten en om het middel beter te verdelen krijgt bij een behandeling dan ook twee tot vijf injecties per spier. Hoe meer botuline toxine de arts gebruikt, hoe sterker de werking. Er is wel een maximale dosis. Het aantal spieren dat de arts kan behandelen is dus niet oneindig. De behandeling doet soms een beetje pijn. Dat geldt vooral voor plaatsen waar de huid wat dunner is, zoals rond de ogen. Na de injectie zit er een klein bultje op de huid. Dit bultje trekt vanzelf weer weg.
U mag na de behandeling meteen weer naar huis.

Mogelijke complicaties/risico's

Botuline toxine-injecties geven over het algemeen weinig bijwerkingen. Deze bijwerkingen zijn mogelijk:

  • Na de behandeling kunt u een bloeduitstortinkje krijgen op de plaats van de injectie(s). Dit komt omdat er een bloedvaatje is geraakt; het bloeduitstortinkje verdwijnt vanzelf weer.
  • Soms voelen mensen zich gedurende een paar dagen na de behandeling een beetje grieperig. Dit is een onschuldige reactie op het eiwit dat in botuline toxine zit.
  • Een klein deel van de behandelde mensen gaat na de behandeling erger transpireren op andere plaatsen. Dit gaat over zodra de injecties niet meer werken en herhaald moeten worden.
  • Soms verslapt onbedoeld een spier in de buurt van de behandelende spier(en). Afhankelijk van de plaats van inspuiten kunnen ontstaan: hangend ooglid, dubbelzien, wazig zien, pijnlijke droge ogen, gezichtsverlamming, slikproblemen, kwijlen, droge mond, schorre stem, smaakstoornis, hoofdpijn, moeite het hoofd op te houden, spierpijn, moeheid en rusteloosheid. Dit is niet blijvend. Na een paar maanden maakt de zenuw nieuwe uitlopers en trekt de spier weer samen.
  • Heel soms worden mensen na een aantal behandelingen immuun voor botuline toxine. De behandeling heeft dan geen effect meer.

Bijzonderheden

Als u last heeft van tijdelijke oogproblemen door plaatselijk inspuiten, of u heeft last van spierzwakte, duizeligheid of slaperigheid, moet u rekening houden met invloed op de rijvaardigheid. Bepaalde medicijnen versterken de werking van botulinetoxine en kunnen zo eerder bijwerkingen geven zoals antibiotica (gentamicine en tobramycine), rustgevende medicijnen die ook spierverslappend werken zoals diazepam (Stesolid) en het middel lithium dat gebruikt wordt bij manische depressiviteit. De spieren aan de voorkant van de nek zijn moeilijk te behandelen met botulinetoxine omdat het gevaar van slikproblemen daar erg groot is.