Scheelziensoperatie (volwassenen)

De behandeling

Wanneer één van de ogen naar de neus, naar buiten, naar boven of naar beneden staat noemen we dit scheelzien, oftewel strabismus. Ook wanneer de ogen niet goed bewegen, kan scheelzien en/of dubbelzien ontstaan. Bij scheelzien dat op latere leeftijd ontstaat, ziet de patiënt soms dubbel of kan hoofdpijn ontstaan. Scheelzien kan ook cosmetisch storend zijn. In alle gevallen is het mogelijk, dat er een operatie nodig is.

De diagnose

Een flinke scheelziensafwijking is duidelijk zichtbaar, maar er zijn ook kleine scheelziensafwijkingen die minder ernstig lijken. Het onderzoek naar scheelzien wordt gedaan door de orthoptist. Zij beoordeelt de oogstand, de oogbewegingen, het twee-ogig zien en de gezichtsscherpte. Na deze onderzoeken krijgt het kind een druppel, die de pupil verwijdt en het vermogen om scherp te stellen (accommoderen) stil legt. Op deze manier kan de orthoptist objectief de brilsterkte meten. Verder wordt de helderheid van het hoornvlies en de lens en de gezondheid van het netvlies beoordeeld door de oogarts en orthoptist. Na dit volledige onderzoek is het pas mogelijk de juiste diagnose en het soort scheelzien vast te stellen. Ook is het dan vaak al duidelijk of er een 'lui oog' is.

De behandeling

Als eerste wordt, zo nodig, een bril voorgeschreven. Bij sommige soorten scheelzien is dit afdoende en zal de oogstand met bril recht of bijna recht zijn. Hierna wordt het 'luie oog' behandeld. Dit gebeurt meestal door middel van het afplakken van het goede oog, zodat het 'luie oog' gedwongen wordt om te kijken en de gezichtsscherpte gaat ontwikkelen. (zie folder het 'luie oog').
 Als de behandeling van het 'luie oog' is afgerond of er is geen 'lui oog' dan wordt er in overleg met de ouders of de patiënt bepaald of er een scheelziensoperatie nodig is. Deze operatie kan cosmetisch, maar ook functioneel noodzakelijk zijn.

Doel van de operatie

Het doel van de operatie is per persoon verschillend. In de meeste gevallen is het doel van de operatie een cosmetisch rechte oogstand. Bij patiënten met dubbelzien en/of hoofdpijn is de operatie bedoeld om de klachten te verminderen. Een operatie kan ook tot doel hebben de samenwerking tussen de ogen te behouden.

De behandelend orthoptist bespreekt met u of u aan één of aan beide ogen geopereerd moet worden en aan welke spieren. Dit is afhankelijk van de oogstand, de beweeglijkheid van uw ogen en eventuele eerdere operaties.

Voor de behandeling

Voor de operatie heeft u een afspraak bij de oogarts en orthoptist. Er wordt dan nogmaals naar de oogstand gekeken en definitief beoordeeld welke spieren geopereerd worden. Ook krijgt u een intakegesprek en lichamelijk onderzoek op de polikliniek POS (preoperatieve screening).

Tijdens de behandeling

De operatie vindt plaats onder algehele verdoving (narcose). De operatie gebeurt in dagbehandeling. U hoeft dus niet in het ziekenhuis te overnachten. Op de verpleegafdeling wordt u voorbereid op de operatie. U krijgt operatiekleding aan en een verpleegkundige brengt u naar de operatieafdeling. Tijdens de operatie worden oogspieren, die vastzitten aan de oogbol, verplaatst of ingekort. De oogarts bereikt de spieren door een kleine opening te maken in het witte bindvlies van het oog. De oogspier wordt opgezocht, voorzien van hechtingen en losgeknipt. Afhankelijk van het doel van de operatie wordt de spier verplaatst of ingekort en weer aan de oogbol vastgezet. Het bindvlies wordt met één of meer oplosbare hechtingen gehecht. Tot slot krijgt u een antibioticum (zalf) in uw oog. De operatie duurt ongeveer 15 minuten per oogspier.

Tijdsduur

De operatie duurt ongeveer 15 minuten per oogspier.

Na de behandeling

De eerste controle vindt ongeveer een week na de operatie plaats bij uw orthoptist. Tijdens de controle wordt de oogstand beoordeeld en wordt gekeken of het oog goed genezen is. Sommige patiënten krijgen het advies om oefeningen te doen, om de oogbewegingen zo soepel mogelijk te maken of om de oogstand zelf beter te corrigeren. Bij deze eerste controle hoort u of oefeningen in uw geval nodig zijn.

Uitslag

De orthoptist bespreekt met u voorafgaand aan de operatie welk resultaat u mag verwachten. Dit verschilt per persoon. Tijdens de eerste weken tot maanden kan de oogstand nog veranderen. Vaak kan na 2 á 3 maanden het uiteindelijke resultaat beoordeeld worden. Een enkele keer (ongeveer 15%) moet er nogmaals geopereerd worden. In verband met het herstel van de oogspieren, vindt een eventuele heroperatie meestal pas plaats na een half jaar.

De operatie aan de oogspieren heeft geen invloed op de brilsterkte en/of gezichtsscherpte. Maar het is niet verstandig om vlak na de operatie de ogen te laten opmeten en/of een andere bril aan te schaffen, tenzij dit door uw oogarts of orthoptist wordt geadviseerd.

Mogelijke complicaties/risico's

Na de operatie kan het oogwit rood en gevoelig zijn op de plaats waar geopereerd is. Dit is normaal en houdt meestal een paar dagen aan. Wanneer uw oog na enkele dagen roder wordt, in plaats van minder rood, is er mogelijk een ontsteking opgetreden. Neem in dit geval contact op met de oogarts (0183-64 43 55) of uw huisarts (in het weekend).

In een heel enkel geval kan het voorkomen, dat u na de operatie dubbel ziet of wat gedesoriënteerd bent na de operatie. In de meeste gevallen gaat dit vanzelf over. De hersenen moeten namelijk wennen aan de nieuwe oogstand.

Soms is de gezichtsscherpte na de operatie wat verminderd. Dit is van tijdelijke aard.

Om de kans op een ontsteking te verkleinen, krijgt u van de oogarts een recept voor oogdruppels. Deze druppels gebruikt u gedurende 1 á 2 weken na de operatie.

Andere complicaties die kunnen voorkomen zijn: allergische reacties op de gebruikte hechtmaterialen, hoornvliesproblemen en lichte infecties. Deze zijn vervelend, maar met oogdruppels goed te behandelen.

Leefregels na de behandeling

  • Op de plaats waar de spieren zijn geopereerd, zijn de ogen rood. De eerste weken zal de roodheid langzaam afnemen. Ook kunnen de ogen irriteren (zandkorrel-gevoel) en lichtgevoelig zijn. Dit wordt veroorzaakt door de hechtingen. De hechtingen lossen vanzelf op binnen enkele weken, de irritatie is dan ook verdwenen. Als u het prettig vindt, mag u een zonnebril dragen.
  • Indien er korstjes in het oog zitten, kunt u uw oog schoonmaken met een gaasje met lauw warm water. Probeer niet in de ogen te wrijven.
  • Zodra u opgeknapt bent van de operatie, mag u weer aan het werk/naar school. Gemiddeld duurt dit drie á vier dagen, maar dat kan per persoon verschillen. Vermijd de eerste twee weken stoffige ruimtes. De eerste 4 weken mag u niet zwemmen. U kunt wel gewoon douchen en haren wassen.
  • De eerste week na de operatie moet het geopereerde oog/ogen drie maal daags gedruppeld worden met antibiotica (trafloxal oogdruppels).

Bekijk hier de leefregels na de operatie scheelzien.

Contact

Na de operatie kan het oogwit rood en gevoelig zijn op de plaats waar geopereerd is. Dit is normaal en houdt meestal een paar dagen aan. Wanneer uw oog na enkele dagen roder wordt, in plaats van minder rood, is er mogelijk een ontsteking opgetreden. Neem in dit geval contact op met de oogarts.

Polikliniek oogheelkunde (0183) 64 43 55 of uw huisarts (in het weekend).